Vragen en Antwoorden


Bulletin 1-52

Belgische Senaat

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landsverdediging

Vraag nr. 82 van de heer Goris d.d. 18 juli 1997 (N.) :
Brigade-paracommando. ­ Long Range Recce Patrol.

Enkele jaren geleden werd het speciaal verkenningsescadron (ESR), dat bestond op het niveau van het 1 BE Corps, ontmanteld. Niettemin functioneert er nog steeds een vergelijkbaar detachement binnen de brigade-paracommando, met name de Long Range Recce Patrol (LoRRP).

Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen :

1. Welk is het niveau van de eenheid ? Op welke manier is dit georganiseerd (peloton, compagnie) en hoe functioneren zij intern bij het uitvoeren van hun opdrachten ?

2. Welke is de bestaffing, de slagorde ? Hoeveel officieren, onderofficieren en soldaten maken er deel van uit ? Wie voert het bevel ? Hoe worden de leden gerecruteerd ? Waar en door wie worden zij opgeleid ? Wat zijn de specifieke vereisten om deel te kunnen uitmaken van deze speciale verkenningseenheid ? Hoe wordt dit getest ? Welke zijn de fysische en psychische vereisten om geselecteerd te worden ?

3. Welke taken dient deze eenheid in principe op zich te nemen ? Welke opdrachten heeft zij in het recente verleden effectief vervuld ?

4. Over welk specifiek materiaal beschikt deze eenheid ? Voldoet dit aan de vereisten om de taken naar behoren te kunnen uitvoeren ? Welke bijzondere wapens, voertuigen en andere middelen behoren tot hun standaarduitrusting ? Beschikken zij over bijzondere transmissiemogelijkheden ? Beantwoordt de eenheid aan bepaalde specifieke internationale criteria van paraatheid ?

5. Wat is de bedoeling van de geachte minister : deze eenheid te behouden op het huidig dispositief, of deze eenheid uit te breiden tot het niveau van een volwaardige compagnie, in functie van haar toenemende opdrachten ?