(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Het ministerieel besluit van 17 april 1996 bepaalt dat de particuliere verzorgingsinstellingen per tegemoetkoming een bedrag van 2 frank moeten betalen als vakbondspremie.
Tegen dit besluit werden verschillende vorderingen tot nietigverklaring ingesteld bij de Raad van State.
Op initiatief van de Federatie van private rusthuizen van België heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank van Brussel op 11 april 1997 een beschikking uitgevaardigd die de Belgische Staat en het RIZIV, op straffe van het betalen van een dwangsom, verbiedt een factureringstoelating met ingang van 1 juli 1997 te weigeren aan de instellingen die de betwiste sommen bij de Deposito- en Consignatiekas hebben gestort.
Uit deze beschikking blijkt enerzijds dat de vakbondspremie een verkeerd gebruik vormt van de fondsen die het RIZIV vrijmaakt voor de verzorging van bejaarden. Anderzijds wordt de verplichting die de particuliere rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen wordt opgelegd om deze sommen te storten als ongrondwettig en strijdig met de vrijheid van vereniging beschouwd.
Meent de geachte minister niet dat, gezien de uiterst moeilijke budgettaire omstandigheden die de sector momenteel kent, de tijd gekomen is om de betaling van de vakbondspremie af te schaffen en de rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen zo een mogelijkheid tot besparing te bieden ?
Antwoord : Ingevolge de vraag van het geachte lid die verwijst naar de beschikking die door de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Brussel werd uitgesproken aangaande de betaling van de syndicale premie, wens ik de aandacht te vestigen op het feit dat de grond van de zaak nog niet werd geregeld.
Dit houdt in dat de betrokken inrichtingen gehouden zijn om de syndicale premies verder te storten.