(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Via het Tewerkstellingsfonds werden in het verleden diverse initiatieven genomen.
Kan de geachte minister een overzicht geven van de middelen waarover dit fonds gedurende de laatste vijf jaar beschikte ? Wat is de financiële toestand op vandaag de dag ? Welke projecten werden via dit fonds gesubsidieerd of tot stand gebracht :
in Vlaanderen;
in Wallonië;
in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest ?
Aan welke instanties werd het beheer van deze middelen toevertrouwd ? Wie verrichtte de controle op de aanwending van de middelen ?
Hoeveel van deze middelen werden besteed voor de coördinatie van de buitenschoolse kinderopvang ? Hoeveel coördinatoren werden aangesteld in de verschillende gewesten ?
Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op de gestelde vragen te vinden.
Er weze aan herinnerd dat de sociale partners bij het interprofessioneel akkoord van 1989-1990 besloten hadden 0,18 % van de loonsom aan te wenden voor het Tewerkstellingsfonds met het oog op de herinschakeling van de « risicogroepen ». Door het volgend akkoord (1991-1992) werd dit percentage op 0,25 % gebracht.
In het voor 1993 en 1994 geplande akkoord werd besloten voortaan 0,15 % (van de 0,25 %) uitsluitend aan te wenden voor projecten inzake kinderopvang.
Eind 1994 werd deze bevoegdheid van het Tewerkstellingsfonds overgeheveld naar het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten (RKW), met uitzondering van de verlenging van de lopende projecten (uiterlijk tot 31 december 1995).
1. De volgende middelen werden door het Tewerkstellingsfonds aangewend (in miljoenen frank) :
| Jaar | Uitgaven |
| 1991 | 2 |
| 1992 | 176 |
| 1993 | 262 |
| 1994 | 217 |
| 1995 | 526 |
| 1996 | 166 |
| Totaal | 1 349 |
2. De middelen van het Tewerkstellingsfonds die beschikbaar zijn vanaf 1 februari 1995, worden voortaan benut in het kader van het begeleidingsplan voor de werklozen.
Voor de projecten « kinderopvang » worden thans de overschotten van de voorziene financiële tegemoetkomingen door de administratie uitgekeerd.
3. De projecten « risicogroepen » waarvoor het Tewerkstellingsfonds instaat (42 in de Franse Gemeenschap, 40 in de Vlaamse Gemeenschap, 2 in de Duitstalige Gemeenschap en 10 in federaal verband) gingen voor het meerendeel uit van VZW's (54 %), ondernemingen (19 %), sectoren (8 %) of overheidsinstellingen (9 %).
Wat betreft de goedgekeurde projecten « kinderopvang », zie punt 6.
4. Voor het beheer van de maatregel en de financiële middelen van het Tewerkstellingsfonds wordt zowel gezorgd door :
de Evaluatie- of erkenningscommissie bestaande uit de sociale partners die een advies over de ingediende projecten uitbrengt;
de minister van Tewerkstelling en Arbeid die beslist over het al dan niet toekennen van de gevraagde tegemoetkoming;
de administratie (dienst inschakeling in het arbeidsproces) belast met het onderzoek van de aanvragen, met de uitkering van de tegemoetkomingen en de opvolging.
5. De aanwending van de financiële tegemoetkoming wordt hoofdzakelijk gecontroleerd door de leden van de Evaluatie- (of erkennings)commissie die van de projectontwikkelaars periodieke evaluatie- en eindverslagen moeten ontvangen.
Bovendien is de controle verricht door de administratie bij het onderzoek van de verantwoordingsstukken betreffende de onkosten niet onbelangrijk. Tenslotte zijn de inspecteurs van de sociale wetten van het departement belast met het algemeen toezicht op de uitvoering van de maatregel.
Hier moet nog aan toegevoegd worden dat elke aanvraag om uitbetaling het visum van het Rekenhof moet dragen.
6. Meer bepaald in verband met de kinderopvang moer er worden gewezen op vrij grote verschillen tussen de Franse en de Vlaamse Gemeenschap waar het gaat om het type van de ingediende projecten : aan Nederlandstalige kant ging het voornamelijk om coördinaties van projecten die op plaatselijk vlak of op arrondissementeel vlak op bestaande structuren steunen, daar waar aan Franstalige zijde een reeks kleinschalige en vrij gevarieerde projecten meestal op gang werden gebracht door de VZW's, door vrouwenorganisaties en enkele overheidsinstellingen.
Van de in de helft van 1992 (de eerste projecten onder het motto « positieve acties voor de vrouwen ») tot eind 1995 ingediende projecten, vertegenwoordigen de 15 Nederlandstalige projecten (met inbegrip van de verlenging) qua vastleggingen 426 miljoen frank, terwijl de 72 Franstalige projecten (met inbegrip van de verlenging) qua vastleggingen 321 miljoen frank vertegenwoordigen.
7. Het totaal aantal personen die voor al de projecten inzake kinderopvang in dienst werden genomen (voor Vlaanderen in sommige gevallen gedurende drie jaar), bedraagt 680, namelijk 266 in de Vlaamse Gemeenschap en 414 in de Franse Gemeenschap.