Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-49

8 JULI 1997

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Financiën en Buitenlandse Handel (Financiën)

Vraag nr. 231 van de heer Daras d.d. 8 april 1997 (Fr.) :
Ambtenaren van de fiscale besturen.

Bij de fiscale besturen (belastingen, BTW, ...) zijn er heel wat ambtenaren die als nevenberoep fiscaliteit doceren, onder meer in het merendeel van de scholen voor avondonderwijs met volledig leerplan die boekhouders en fiscalisten opleiden. Om dat nevenberoep te kunnen uitoefenen krijgen zij van hun bestuur een toestemming tot cumulatie. Wanneer die ambtenaren les geven komen zij in contact met accountants en fiscalisten die zodoende hun collega's worden.

Bij de uitoefening van hun controle-opdracht kan het wel eens gebeuren dat dezelfde ambtenaren fiscale dossiers moeten onderzoeken van de klanten van een aantal van hun collega's-leerkrachten.

Kunt u mij het volgende meedelen :

­ mogen die ambtenaren volgens de plichtenleer de dossiers van de klanten van hun collega's-leerkrachten onderzoeken;

­ gelden er administratieve richtlijnen om dergelijke praktijken te verbieden ? Geldt er een controleregeling waarmee men kan voorkomen dat dergelijke dossiers terechtkomen bij die ambtenaren-leerkrachten;

­ is die cumulatie van ambten nog altijd te gedogen wanneer men steeds meer spreekt van de herverdeling van de arbeid of de invoering van de 32-urenweek om het werklozenprobleem op te lossen ?


Antwoord : Het lijkt aangewezen om voorafgaandelijk enkele essentiële richtlijnen terzake in herinnering te brengen, meer bepaald :

­ wanneer een ambtenaar van het ministerie van Financiën een bijkomende activiteit wenst uit te oefenen, is hij verplicht daarvoor de voorafgaandelijke machtiging aan te vragen, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 46 van 10 juni 1982 betreffende de cumulaties van beroepsactiviteiten in sommige openbare diensten;

­ in de door het geachte lid speciaal beoogde hypothese dat de ambtenaar de machtiging bekomt om cursussen inzake fiscaliteit te geven, is hij ertoe gehouden zich te beperken tot het theoretisch aspect van de onderwezen stof en in het geval dat er documenten worden gegeven aan de deelnemers, is het hem verboden hun om het even welke tekst te verstrekken vooraleer de gelijkaardige teksten bestemd voor officiële publicatie binnen de administratie, zijn gepubliceerd.

Anderzijds bestaat er geen specifieke administratieve instructie die de toewijzing van dossiers van klanten van eventuele « collega-lesgevers », die ook nog accountant of fiscaal raadgever zijn, aan ambtenaren van het ministerie van Financiën die bijkomend een onderwijzende activiteit uitoefenen, verbiedt of controleert.

Niettemin dient men er nota van te nemen dat :

1º de beginselen van het statuut van de rijksambtenaren voorzien dat de ambtenaren hun functies loyaal en integer uitoefenen onder het gezag van hun hiërarchische meerderen, dat zij diegenen die gebruik maken van hun diensten zonder enige discriminatie behandelen en dat zij buiten de uitoefening van hun functies ieder gedrag vermijden dat het vertrouwen van het publiek in hun dienst zou kunnen schaden;

2º ieder vastgesteld tekort in de hierboven bedoelde plichten aanleiding geeft tot het openen van een tuchtprocedure die kan leiden tot de toepassing van strenge tuchtstraffen.

Wat de derde vraag betreft die door het geachte lid werd gesteld, lijkt het mij dat zij buiten mijn bevoegdheden valt, althans voor zover zij betrekking heeft op de mogelijkheden om de werkloosheid te verminderen.

Het lijkt nochtans wel passend om op te merken dat het beroep, gedaan op de diensten van sommige ambtenaren van het ministerie van Financiën, enkel verklaard wordt door een klaarblijkelijke ervaring in de vaak complexe en delicate fiscale materies, meestal verworven dankzij een langdurige praktijk.