Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-34

17 DECEMBER 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 217 van mevrouw de Bethune d.d. 18 oktober 1996 (N.) :
De rechten van het kind.

Op 25 november 1991 heeft België het UNO-Verdrag inzake de rechten van het kind goedgekeurd.

België heeft ondertussen zijn eerste rapport voorgelegd aan het UNO-Comité voor de rechten van het kind, dit overeenkomstig artikel 44 van het Verdrag. Op 9 juni 1995 deed dit comité een aantal suggesties en algemene aanbevelingen, op basis van de in het Belgisch rapport verstrekte gegevens.

Graag had ik van u vernomen :

1. Hoe u bijdraagt tot het in België bekend maken van de beginselen van het Verdrag inzake de rechten van het kind en tot het kindvriendelijk maken van onze samenleving ?

2. Welke artikelen van dit verdrag raakvlakken hebben met uw bevoegdheidsdomein ?

3. Welke maatregelen sedert het uitbrengen van het eerste Belgisch rapport door u genomen werden in uitvoering van het Verdrag inzake de rechten van het kind en, zo mogelijk, rekening houdend met de door het Comité voor de rechten van het kind geformuleerde suggesties en aanbevelingen ?

4. Of er binnen uw diensten een persoon of mechanisme belast is met het opvolgen van de kindvriendelijke dimensie van uw beleid ?

Zo ja, wordt er op dit vlak overleg gepleegd met andere personen en diensten ?


Antwoord : 1. In artikel 42 van het Verdrag inzake de rechten van het kind hebben de Staten die Partij zijn bij het verdrag er zich toe verbonden de beginselen en de bepalingen ervan op passende en doeltreffende wijze algemeen bekend te maken, zowel aan volwassenen als aan kinderen. In artikel 44, lid 6, hebben zij er zich toe verbonden er zorg voor te dragen dat de rapporten algemeen beschikbaar zijn in hun land.

In het licht van deze bepalingen heb ik opdracht gegeven een bundel uit te geven met het eerste Belgische rapport, de notulen van de zitting van het Comité voor de rechten van het kind met betrekking tot dat rapport, de slotbeschouwingen van het comité, de tekst van het verdrag en de interpretatieve verklaringen van de regering in verband met dit verdrag.

Deze bundel, die in het Nederlands, het Frans en binnenkort ook in het Duits wordt uitgegeven, is ter beschikking bij de dienst rechten van de mens van het ministerie.

We moeten samen met de gemeenschappen nog onderzoeken in welke mate in dit verband nog meer iniatieven moeten worden genomen die meer op de kinderen zelf zijn gericht.

2. De meeste artikelen van het verdrag hebben een raakvlak met mijn bevoegdheidsdomein. Ik verwijs onder meer naar artikel 2, beginsel van non-discriminatie, artikel 7, recht op een naam, artikel 8, recht op een identiteit, artikel 9, waarborgen dat een kind niet gescheiden wordt van zijn ouders tegen zijn wil, artikel 11, maatregelen ter bestrijding van het wederrechtelijk overbrengen van kinderen naar en niet doen terugkeren van kinderen uit het buitenland, artikel 12, recht zijn mening vrijelijk te uiten, het recht gehoord te worden, artikel 16, bescherming van het privé-leven van kinderen, artikel 19, bescherming tegen geweld en misbruik, artikel 21, de burgerrechtelijke aspecten van adoptie, artikel 34, bescherming tegen seksuele exploitatie, artikel 35, voorkoming van ontvoering of handel in kinderen, artikel 37, voorkomen van foltering en onmenselijke behandeling van kinderen, artikel 38, bepaalde aspecten van de bescherming van kinderen in oorlogstijd, artikel 40, herintegratie van veroordeelde kinderen in de maatschappij en proceswaarborgen voor kinderen en tenslotte de bekendmaking van het verdrag in artikel 42.

3. De Ministerraad heeft op 13 september 1996 de aanzet gegeven om een nationaal overkoepelende commissie in te stellen die zich zal toeleggen op de coördinatie van de initiatieven die op de verschillende beleidsniveaus genomen zijn en nog moeten worden genomen. Mijn collega van Buitenlandse Zaken en ikzelf trachten dit mechanisme zo vlug mogelijk in werking te stellen.

Het is de bedoeling dat in deze commissie alle voorstellen en aanbevelingen van het comité, met alle betrokken beleidsinstanties rond de tafel met ook geregelde inbreng van niet-gouvernementele organisaties en deskundigen, aan bod kunnen komen en zullen leiden tot concrete maatregelen.

4. De dienst rechten van de mens van mijn departement werd belast met de coördinatie van de redactie van het rapport (artikel 44 van het Verdrag inzake de rechten van het kind). In die hoedanigheid heeft deze dienst geregeld contacten met personen buiten de administratie en met andere diensten.