Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-6

12 DECEMBER 1995

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Volksgezondheid en Pensioenen (Volksgezondheid)

Vraag nr. 13 van de heer Vandenbroeke d.d. 8 november 1995 (N.) :
Verzuiling van de gezondheidszorg.

Althans intentioneel, blijkens regeringsverklaringen en publikaties, moet de opdracht erin bestaan om binnen de gemeenschappen een samenlevingsverband tot stand te brengen dat multi-ideologisch geïnspireerd en dus verrijkend van aard is. Zo'n project kan en moet inderdaad toegejuicht worden. Dit is pas de toekomst waarvan heel veel democraten dromen.

Blijkbaar dient zich evenwel een immense kloof aan tussen woord en daad, tussen hetgeen de overheid vooropstelt en wat op het veld gebeurt.

Sta me toe dit spanningsveld, dat haaks staat op de intentie van recente regeringsverklaringen, te concretiseren zonder hierbij persoonlijke verwijzingen aan te halen. Terwijl we aan de uitbouw van de volgende eeuw toe zijn, is het bevreemdend te moeten vernemen dat kandidaat-medewerkers bij de christelijke mutualiteiten geweerd worden omdat men, liever dan met iemand die bij de neutrale ziekenkas is aangesloten, met « gelijkgestemden » werkt. Zoiets moeten vernemen is ­ zacht uitgedrukt ­ pas een ontnuchterende vaststelling. Het verwijst o.i. al te zeer naar historisch gegroeide lasten uit het verleden. Eraan verhelpen is toekomstgericht denken.

Vandaar deze concrete vragen :

1. Kan het al dan niet behoren tot een zuil als graadmeter van competentie voor een openbare vacature beschouwd worden ?

2. Kan het niet-behoren tot een zuil tot afwijzingen uitsluiting bij dergelijke vacatures leiden ?

3. Kunnen instellingen, die in meerdere of mindere mate met overheidsgeld gefinancierd worden, voor respectievelijk een voorkeursbehandeling dan wel een afwijzend gedrag met uitsluiting doen opteren ?

4. In welke mate zal, de komende jaren en met als voorbeeld voor andere domeinen, de gezondheidszorg aan een doorgedreven afbouw van voorkeursbehandelingen die een afgeleide zijn van zuilverbondenheid in semi-overheidsinstellingen gewerkt worden ?