Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-4

7 NOVEMBER 1995

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 6 van de heer Boutmans d.d. 8 augustus 1995 (N.) :
Verbindingsofficieren inzake drugs- en terrorismebestrijding. ­ K4-comité.

In juni 1990 werd door TREVI, dat vervangen werd door het overkoepelend K4-comité, het « 1992 programme of action » goedgekeurd, waarbij er verbindingsofficieren kunnen uitgewisseld worden. Hun taak is gegevens uitwisselen en advies verstrekken in de strijd tegen terrorisme en drugs. Volgens § 10 kan een EG-land zich zelfs laten vertegenwoordigen door de verbindingsofficier van een ander EG-land in een derde niet-EG-land.

1. In welke concrete landen heeft België zelf welke verbindingsofficieren van welke diensten gestationeerd en waarom ? Zijn ze diplomatiek onschendbaar en waarom ? Met welke politie- en veiligheidsdiensten werken ze samen ?

2. In welke niet-EG-landen laat België zich vertegenwoordigen door een verbindingsofficier van welk ander EG-land ? Waarom ?

3. In welke mate bestaan er ook dergelijke afspraken over het installeren van verbindingsofficieren voor drugs- en terreurbestrijding met de Verenigde Staten ?

4. In welke dossiers hebben welke Belgische verbindingsofficieren in welke landen op welk vlak met welke diensten samengewerkt ? Welke informatie werden door hen ingewonnen en uitgewisseld ? Waar hebben ze zelf rechtstreeks toegang tot databanken van welke diensten ?

5. In welke mate spelen Belgische verbindingsofficieren in welke landen op welke wijze een rol in de ordehandhaving en de controle op de buitengrenzen m.a.w. op asielzoekers ?

6. Bij welke landen hebben de Belgische verbindingsofficieren ook adviezen verstrekt ? Bij welke landen werden er evaluaties opgemaakt en in welke gevallen was dit negatief ? Welke gevolgen heeft dit gehad ?


Antwoord : Het geachte lid vindt hierna de antwoorden op zijn vragen.

1. Lijst van de Belgische verbindingsofficieren

Land Dienst Onschend-
baarheid
Oostenrijk Rijkswacht Ja
Colombia Rijkswacht Ja
Spanje Rijkswacht Ja
Nederland Rijkswacht Ja
Rusland Rijkswacht Ja
Frankrijk Gerechtelijke politie Neen
Italië Gerechtelijke politie Ja
USA Gerechtelijke politie Ja
Duitsland Gerechtelijke politie Neen

Zij werken samen met alle bevoegde diensten van hun gastland.

2. Geen enkel land.

3. Irrelevant.

4. Het activiteitsterrein van de verbindingsofficier heeft betrekking op de criminaliteit in het algemeen en de drugsproblematiek in het bijzonder, alsmede op de openbare orde en de bewaking van de buitengrenzen.

Doel

Het doel van het sturen van een verbindingsofficier naar het buitenland is de onderlinge politiesamenwerking te bevorderen en te versnellen, met name door bijstand te verlenen :

­ Onder de vorm van uitwisseling van informatie met het oog op zowel de preventieve als de repressieve strijd tegen de criminaliteit;

­ In de uitvoering van verzoeken om onderlinge politionele en gerechtelijke hulp in strafzaken. Behoudens uitdrukkelijke instructies echter, voert de verbindingsofficier zelf geen rogatoire commissie uit;

­ Onder de vorm van uitwisseling van informatie betreffende het handhaven en herstellen van de openbare orde;

­ Ten einde de opdrachten van de overheden die met het bewaken van de buitengrenzen en met de toegang en het verblijf van vreemdelingen belast zijn, te vergemakkelijken.

Opdracht

De opdracht van de Belgische verbindingsofficieren in het buitenland bestaat er in tot de verwezenlijking van de voormelde doelstellingen bij te dragen en dit door raad en bijstand te verlenen.

Belangrijkste taken van de verbindingsofficier

­ Alle informatie inzamelen omtrent aangelegenheden waarvoor hij verantwoordelijk is tijdens zijn opdracht in het land waarvoor hij aangewezen is of, in voorkomend geval, in de landen waar hij werkt.

­ Over het bewuste onderwerp informatie uitwisselen tussen de politiediensten van die landen en de Belgische politiediensten.

­ Op verzoek van zijn land van herkomst of in naam van een derde begunstigd land, bijdragen tot de evolutie van de onderzoeken door informatie in te winnen over de aspecten van zijn opdrachten betreffende het land waarvoor hij aangewezen is of waar hij werkt.

­ De ontwikkeling van het probleem van de criminaliteit observeren in het land waarvoor hij aangewezen is of waar hij werkt, met het doel zijn land van herkomst of het derde begunstigde land te verwittigen, om hen de mogelijkheid te geven hun beleid in dat opzicht aan te passen.

5. Zie punt 4 hierboven.

6. Geen enkel element waarover wij beschikken, stelt ons in staat op de gestelde vraag te antwoorden.