Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-33

3 DECEMBER 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Financiën en Buitenlandse Handel (Financiën)

Vraag nr. 131 van de heer Vandenbroeke d.d. 25 oktober 1996 (N.) :
Toenemende dualiteit van de samenleving.

Overbekend in de actuele maatschappelijke evolutie is het gegeven van een toenemende dualiteit. Vooral de sociaal-lager geklasseerden krijgen het vaak moeilijker en moeilijker. In die zin is het dan ook aangewezen om hen, waar mogelijk, extra behulpzaam te zijn.

We concretiseren de bovenstaande paragraaf door een verwijzing naar de moeilijkheden die zich vaak stellen bij de samenstelling van een dossier bij een sociale bouwmaatschappij. Daartoe is een formulier vereist van de registratie, waarin de kansarme bewijst geen woning te bezitten.

Voor dit formulier moet er 300 frank betaald worden, namelijk 200 frank zegelrecht en 100 frank voor het registratiekantoor.

Deze mensen zitten al in een penibele toestand, waar iedere frank van levensbelang is. Dit bedrag betekent voor hen een wezenlijk deel van hun bestaansminimum.

Vandaar onze vraag :

Zou het niet mogelijk zijn ­ indien men tot de vaststelling komt dat deze mensen zeker geen eigendom bezitten en bestaansminimumgerechtigde zijn ­ vrijstelling te verkrijgen van het betalen van dit zegelrecht ?