(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
In artikel 69, 18º, van de provinciewet staat dat de provincie verplicht is jaarlijks op haar begroting in te schrijven : « De hulpgelden, aan de gemeenten te verlenen, voor de grove herstellingen aan de gemeentegebouwen. »
Het blijkt dat deze bepaling grotendeels in onbruik is geraakt. Is dat zo ?
Is de geachte minister niet van mening dat dit artikel een mogelijkheid kan openen om de grote steden gedeeltelijk te ontlasten van de kosten, die verbonden zijn aan het onderhoud van gebouwen die een bovengemeentelijke functie vervullen : bibliotheken, concertgebouwen, musea, feestzalen ?
Volgt daar dan niet uit dat het onverantwoord is de bepaling niet toe te passen ?
Welke uitgaven worden precies bedoeld ? Is de provincie verplicht het groot onderhoud van alle gemeentelijke gebouwen te bekostigen ?
Antwoord : De gemeentegebouwen bedoeld in artikel 69, 18º, van de provinciewet zijn de gebouwen, zoals onder meer historische gemeentehuizen, kerken, enz., waarvan de herstellingskosten zo hoog oplopen dat de betrokken gemeente alleen onmogelijk de middelen kan opbrengen om die kosten te betalen.
De tussenkomst van de provincie beperkt zich tot de grove herstellingen; de onderhoudskosten zijn steeds ten laste van de gemeente.
Ten einde op de vraag van het geachte lid betreffende de effectieve toepassing van voormelde bepaling te kunnen antwoorden heb ik de provinciegouverneurs verzocht mij de gewenste inlichtingen te bezorgen.
Zodra deze gevevens in mijn bezit zijn zal het antwoord in het bulletin van Vragen en Antwoorden gepubliceerd worden.
Wat de suggestie betreffende de gedeeltelijke ontlasting van de grote steden van de herstellingskosten van gebouwen die een bovengemeentelijke functie vervullen betreft, verwijs ik het geachte lid naar de gewestelijke overheden die uitsluitend bevoegd zijn voor de algemene financiering van de provincies en van de gemeenten (art. 6, § 1, VIII, 2º, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988).