(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft geleid tot een systeem van compenserende uitkeringen dat de gevolgen van de prijsdalingen op het inkomen van de landbouwers moest verzachten.
Volgens de bepalingen van 1992 kon men voor percelen die gebruikt werden voor permanente teelten tijdens de periode tussen 1 januari 1986 en 31 december 1991 geen compenserende uitkeringen ontvangen.
In de hypothese dat deze percelen gedurende de eerste jaren van die referentieperiode gebruikt werden voor tijdelijke teelten, kan de landbouwer dan de premie voor akkerbouwgewassen aanvragen ?
Zo ja, welke bewijsmiddelen moet hij daarbij aanwenden ?
Volstaan de stukken die opgemaakt werden naar aanleiding van de contracten die met bedrijven uit de agro-industrie werden gesloten ?
Betekent het feit dat men permanente teelten gaat verbouwen op percelen die in aanmerking komen voor een premie, het verlies van het recht op compenserende uitkeringen indien later tijdelijke teelten in het vooruitzicht worden gesteld ?
Antwoord : Artikel 7 van het koninklijk besluit van 21 juni 1994 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen bepaalt :
« Aanvragen voor het compensatiebedrag en braakleggingsaangiften kunnen niet worden ingediend voor gronden die op 31 december 1991 als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, voor bosgrond of voor niet agrarische doeleinden in gebruik waren. »
Voornoemde tekst is de Belgische implementatie van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 1765 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen.
Dit artikel luidt :
« Aanvragen voor het compensatiebedrag en voor het naleven van de verplichting om grond uit produktie te nemen kunnen niet worden ingediend voor gronden die op 31 december 1991 permanent als weidegrond, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik waren. »
De notie van « permanente teelten » in het kader van de wetgeving betreffende de compensatiebedragen slaat op een referentieperiode van 5 jaar : de jaren 1987, 1988, 1989, 1990 en 1991. De referentieperiode loopt dus van 1 januari 1987 (en niet 1 januari 1986) tot 31 december 1991.
Om in aanmerking te komen voor de premies voor bepaalde akkerbouwgewassen (akkerbouwteelten en braak) mogen de percelen dus niet in gebruik geweest zijn voor permanente teelten gedurende deze referentieperiode.
Zodra gedurende één teeltjaar het perceel voor een tijdelijke teelt in gebruik is geweest gedurende de referentieperiode kan dit perceel in aanmerking komen voor de bedoelde premies.
De bewijsvoering of een perceel niet voor een permanente teelt in de referentieperiode gebruikt werd, is niet gemakkelijk, en wordt met het verstrijken der jaren steeds moeilijker.
Nochtans staan verschillende bewijsmiddelen ter beschikking van de producenten. In de eerste plaats zijn er de lucht- en satellietfoto's, genomen om redenen die niets met de wetgeving betreffende de compensatiepremies te maken hebben, die uitsluitsel kunnen geven. Nochtans dient hier onmiddellijk aan toegevoegd dat dikwijls geen ononderbroken reeks 1987-1991 beschikbaar is. Ook gegevens uit landbouwtellingen of teeltcontracten kunnen als bewijs aangevoerd worden. De moeilijkheid hierbij is dat uit deze gegevens dikwijls niet uit te maken valt welk perceel in gebruik was voor een tijdelijke teelt. Deze gegevens kunnen wel beschouwd worden als aanduidingen op het vlak van het bedrijf. Concreet betekent dit dat contracten met landbouwvoedingsbedrijven alleen niet voldoende zijn als bewijs (tenzij klaar en duidelijk blijkt over welk perceel het gaat).
Het in gebruik nemen van premiegerechtigde oppervlakten voor permanente teelten brengt niet het verlies teweeg van het recht op compensatiebedragen voor deze oppervlakten in het geval deze oppervlakten later voor tijdelijke teelten in gebruik worden genomen.
Inderdaad moet steeds teruggegaan worden naar de referentieperiode 1987-1991. De teelten die gedurende deze periode in gebruik waren op het perceel bepalen of het perceel al of niet premiegerechtigd is. De teelten die in gebruik waren buiten deze referentieperiode veranderen hier niets aan.