Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-24

23 JULI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 64 van de heer Staes d.d. 21 juni 1996 (N.) :
VN. ≠ Inheemse volkeren.

Op 10 december 1994 startte het VN-decennium voor de inheemse volkeren. Tijdens uw vorige legislatuur als staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking ontpopte u zich als ťťn van de grote voorvechters van de rechten van inheemse volkeren. Dit onder meer door de uitwerking van een beleidsnota rond inheemse volkeren en ontwikkelingssamenwerking, en de ondersteuning van het ę Fondo indŪgena Ľ.

Als minister van Buitenlandse Zaken komt u op een andere manier met deze problematiek in contact. Binnen de Verenigde Naties wordt al jaren gewerkt aan een ontwerp-verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Een eerste discussie in een open werkgroep van de Mensenrechtencommissie is ondertussen achter de rug. BelgiŽ heeft aan deze discussie niet geparticipeerd. Daar waar sommige EU-landen zich duidelijk getoond hebben als voorstander van een spoedige aanvaarding van het huidige voorstel zoals uitgewerkt door de VN-werkgroep voor inheemse bevolkingen, hebben andere EU-landen zich meer sceptisch opgesteld. Kan de geachte minister een indicatie geven over de mogelijke positie die BelgiŽ op dit ogenblik inneemt ?

BelgiŽ is een van de mede-ondertekenaars van de ILO-Conferentie 169, die handelt over de rechten van inheemse volkeren. Als staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking hebt u vroeger gepleit voor een Belgische ratificatie van deze conventie. Dat is toen door uw voorganger niet gesteund. Ondertussen hebben Nederland en Denemarken dit wel al gedaan. Hoever staat het met de voorbereiding hiervan, met andere woorden met de uitvoering van oude beloften ?


Antwoord : De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft in Resolutie 50/157 van 21 december 1995 bevestigd dat het aannemen van de verklaring van de rechten van de autochtone volkeren ťťn van de belangrijkste doelstellingen is van het internationaal decennium van de autochtone volkeren, dat begin 1995 van start is gegaan.

De finalisering van deze verklaring kadert in een reeks programma's die gedurende het hele decennium moeten worden uitgevoerd.

Tijdens de laatste zitting heeft de Algemene Vergadering positief gereageerd op de oprichting van een intersessionele werkgroep van de Commissie van de mensenrechten met een mandaat dat uitsluitend betrekking heeft op dit verklaringsontwerp. Vele organisaties die autochtone volkeren vertegenwoordigen, nemen rechtstreeks deel aan de werkzaamheden van deze groep.

Deze werkgroep zetelt echter niet permanent en is voor de eerste keer bijeengekomen van 20 november tot 1 december 1995. Op deze vergadering werd een eerste lezing gehouden van het verklaringsontwerp dat werd uitgewerkt met de steun van de Ondercommissie voor de bestrijding van discriminerende maatregelen en de bescherming van minderheden, en in nauwe samenwerking met de vertegenwoordigers van autochtone volkeren. Het betreft een lijvig document dat bestaat uit een preambule van 19 paragrafen en een dispositief van 45 artikelen die in negen delen opgesplitst zijn.

De besprekingen van de werkgroep waren hoofdzakelijk gewijd aan het bepalen van de aard en de draagwijdte van een reeks concepten. Het gebruik van deze concepten in de tekst moet overeenstemmen met de formuleringen en de praktijken van internationaal recht in de brede zin van het woord (volkerenrecht, criteria voor het behoren tot de doelgroepen, individuele toepassing van collectieve rechten, concept van onderscheid tussen volkeren, territoria, intellectuele eigendom, nationaliteitskeuze, enz.).

Een eerste lezing liet toe om een beter inzicht te verwerven in de opvattingen over hoe al deze kwesties benaderd moeten worden, zowel op het vlak van de nationale delegaties als op het vlak van de vertegenwoordigers van de autochtone bevolkingsgroepen.

BelgiŽ herinnert eraan dat het voorstander is van het aannemen van een verklaring die de belangen verdedigt en aan de wettige aspiraties van deze volkeren beantwoordt, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met hun specifieke eigenheid.

Eerbied voor de democratie en voor de mensenrechten houdt in dat de autochtone volkeren op voet van gelijkheid kunnen deelnemen aan het politiek, economisch, sociaal en cultureel leven. BelgiŽ wil eveneens het recht op zelfbeschikking helpen verwezenlijken steunend op de criteria van internationaal recht en van de toepasselijke teksten van de Verenigde Naties. Ons land ijvert ook voor het opstellen van aangepaste garanties, waardoor de autochtone volkeren ten volle van hun rechten kunnen genieten.

BelgiŽ verdedigt met klem het principe dat de mensenrechten in wezen voor elk individu bestemd zijn. Voor de meest kwetsbare groepen dient echter een aangepaste juridische bescherming op internationaal vlak verzekerd.

De pijnlijke ervaringen uit het verleden en de ideologische nawerking ervan, waarbij de gemeenschappen boven het individu gesteld werden, verklaren de terughoudendheid van ons land tegenover elke poging om de collectieve rechten binnen het internationaal recht te willen overschatten.

BelgiŽ is altijd bereid om, samen met zijn internationale partners, na te gaan hoe men concreet tot collectieve acties kan overgaan om individuele juridische eisen inzake mensenrechten te doen gelden.

Ons land is ook gebonden aan de toepassingen van de leidende principes die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werden vastgesteld. Op die manier kunnen nieuwe instrumenten op het vlak van mensenrechten worden uitgewerkt.

Volgens deze principes moet het ontwerp voor de Verklaring van de rechten van de autochtone volkeren, over het algemeen, overeenkomen met de bestaande internationale regelen inzake mensenrechten. Dit verklaringsontwerp zou ook zeer nauwkeurig moeten zijn zodat het voor diegene op wie het van toepassing is, duidelijk is welke hun rechten, verplichtingen en plichten zijn. Het ontwerp zou ook op sterke internationale steun moeten kunnen rekenen.

Wat Overeenkomst 169 van het IAB betreft, wil ik erop wijzen dat mijn departement de nodige stappen heeft gezet om het standpunt van de verschillende federale en gefedereerde instanties te kennen over een eventuele ratificatie van deze conventie.

Ik stel overigens vast dat sommige regeringsvertegenwoordigers tijdens de vergadering van bovenvermelde werkgroep voorgesteld hebben om in de preambule van het verklaringsontwerp een verwijzing op te nemen. Deze verwijzing betreft het juridisch belang van deze overeenkomst bij het beschermen van de rechten van autochtone volkeren. Meerdere regeringsvertegenwoordigers en alle aanwezige autochtone organisaties hebben zich echter tegen dit voorstel gekant.