Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-24

23 JULI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 11 van de heer Vandenbroeke d.d. 5 april 1996 (N.) :
Federale wetenschappelijke instellingen. ­ Taalkaders.

Door het koninklijk besluit van 6 april 1995 hebben de federale wetenschappelijke instellingen (meestal kleinere) organieke personeelskaders gekregen. Het koninklijk besluit van 14 september 1995 bepaalde de taalkaders.

Tot mijn verbazing stel ik vast dat :

1. In alle instellingen grosso modo een taalverhouding van 50 pct. N en 50 pct. F voorkomt. Dit staat m.i. niet in verhouding tot het reëel aantal Nederlands- en Franstaligen in dit land. Federale instellingen moeten ten dienste staan van alle Belgen zodat een 50/50-verhouding een zoveelste « transfer » naar de Franstaligen is. Waarom is men dus, bij het opstellen van de taalkaders, niet uitgegaan van een 60/40-verhouding ?

2. Vóór 14 september 1995 de taalverhouding in bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten) voor de Nederlandstaligen gunstiger was. Waarom werd hiervan afgeweken ?

3. Er één instelling is die ook diensten heeft buiten Brussel, namelijk het Algemeen Rijksarchief. Is het juist dat door het nieuwe organieke kader van het wetenschappelijk personeel er nog slechts één departementshoofd in Vlaanderen (de heer Mertens) is en twee in Wallonië (mevrouw Pieyns en de heer Van Overstraeten) ? Dit is volkomen abnormaal want de Vlaamse Rijksarchieven hebben meer archieven dan de Waalse en er komen meer bezoekers in Vlaanderen naar de Rijksarchieven dan in Wallonië. Daartegenover is er in Brussel wel een taalevenwicht. Wat is de geachte minister van plan om deze onrechtmatigheid recht te zetten ?

4. Welke wettelijke basis is er voorhanden om een taalkader vast te stellen voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika ? Deze instelling is gevestigd te Tervuren. Overeenkomstig de staatshervorming van 1993 behoren de wetenschappelijke en culturele bevoegdheden aan de Gemeenschappen toe.


Antwoord : Wat de kaders van de federale wetenschappelijke instellingen betreft, kan ik het geachte lid het volgende mededelen.

1. De taalkaders werden vastgelegd door de Vaste Commissie voor taaltoezicht, rekening houdende met de van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

2. Op vraag van hun directie heeft de voormelde commissie rekening gehouden met het overheersend internationaal karakter van de instellingen waarvan hier sprake is.

3. Het kader van het Algemeen Rijksarchief werd onlangs niet gewijzigd, de koninklijke besluiten van 6 april 1995 en 14 september 1995 hebben enkel betrekking op negen andere federale wetenschappelijke instellingen.

4. De staatshervorming (art. 6bis, 4º) legt op ondubbelzinnige wijze de federale bevoegdheid inzake het Museum voor Midden-Afrika vast.

Tenslotte :

1. Geen enkel, vermits de analyse van het geachte lid niet overeenstemt met de effectief van kracht zijnde wettelijke bepalingen. De vervanging van de leidinggevende functies op het Algemeen Rijksarchief kan plaatsvinden indien zowel de minister van Ambtenarenzaken als de minister van Begroting akkoord gaan, vermits er op dit ogenblik nog geen nieuw kader bestaat voor het Algemeen Rijksarchief.

2 en 3. Het openstellen van de betrekkingen in de federale wetenschappelijke instellingen voor onderdanen van de Europese Unie is voorzien :

a) Voor het wetenschappelijk personeel bij het koninklijk besluit van 19 november 1991;

b) Voor het niet-wetenschappelijk personeel bij het koninklijk besluit van 10 april 1995.
Sedert de inwerkingtreding van die bepalingen, hebben we nog geen enkele kandidatuur ontvangen van personen die niet de Belgische nationaliteit hebben.

Er is dus momenteel in de federale wetenschappelijke instellingen geen enkele ambtenaar van niet-Belgische nationaliteit die een statutaire betrekking bekleedt.