Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-24

23 JULI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 9 van de heer Vandenbroeke d.d. 7 februari 1996 (N.) :
Werking van de Rijksarchieven.

Eerder reeds stelden we hier de vraag in verband met de werking van de Rijksarchieven, inclusief de mogelijkheid om tot een gedeeltelijke federalisering over te gaan voor zover het de ondergeschikte besturen betreft.

Het antwoord van de geachte minister (op datum van 11 oktober 1995) in verband met de werking van het Algemeen Rijksarchief beperkte zich tot de mededeling dat er geen fundering voor mogelijke klachten omtrent het financieel beheer bestond.

Omtrent latente klachten in verband met de werking zelf van de rijksarchivaris werd, naar naderhand mocht blijken, geen enkel onderzoek ingesteld. In menig opzicht blijkt nochtans dat het met de werking van de Rijksarchieven weinig positief gesteld is, dat meerdere vormen van vervroegde pensionering het bewijs leveren van dit onbehagen, enz.

Opmerkelijk is bovendien het onbehagen dat bij heel veel archiefgebruikers leeft, waaronder de vele genealogisten die tot de meest trouwe gebruikers mogen gerekend worden, inhoudend dat hun opzoekingen veelal bemoeilijkt worden terwijl, voor beperkte vormen van dienstverlening (waaronder het afleveren van copies, foto's), prijzen aangerekend worden die buitenmatig hoog liggen.

Vandaar deze vragen :

1. Is de geachte minister bereid om, naast de controle in verband met het financieel beheer, ook de algemene werking van de Rijksarchieven te evalueren ?

2. Is hij zich bewust van de bovenmatig hoog oplopende onkosten die aangerekend worden voor een al bij al eenvoudige dienstverlening ?


Antwoord : 1. Er werd wel degelijk een onderzoek ingesteld naar de werking van het Rijksarchief en dit door de secretaris-generaal. Dit onderzoek sloeg zowel op de algemene werking als op de controle op het financieel beheer.

Indien het geachte lid daaromtrent over bijkomende elementen beschikt, dan zou ik hem dank weten indien hij me die zou willen laten geworden.

2. Ik heb de algemene rijksarchivaris hierover ondervraagd en deze heeft me medegedeeld dat hij van mening is dat de aangerekende onkosten niet hoger liggen dan in het buitenland. In de Archives nationales de Paris bijvoorbeeld dient dezelfde som te worden betaald voor wat het lidgeld betreft en in Nederland wordt 0,5 gulden aangerekend per geraadpleegde microfilm.

Met andere woorden, de algemene rijksarchivaris verzekert me dat de Belgische genealogen en andere onderzoekers bij ons minder betalen dan elders het geval is.