(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Artikel 2 van de wet van 11 juli 1978 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van het rijkswachtpersoneel van het actief kader bepaalt onder meer dat de bevoegde overheden geen grondregelingen kunnen vaststellen met betrekking tot het uniform van de rijkswachters zonder voorafgaande onderhandeling met de representatieve vakorganisaties.
Conform deze procedure werden onderhandelingen aangevat met betrekking tot de keuze van een zomerjack voor het personeel van de rijkswacht. Uiteindelijk zijn de overheidsdelegatie en de representatieve vakorganisatie uit elkaar gegaan zonder tot een akkoord te zijn gekomen.
Ik wil de geachte minister hierover een aantal vragen stellen :
Waarom moet aan de rijkswachters een zomerjack worden opgelegd wanneer door een koninklijk besluit van 24 april 1995 (Belgisch Staatsblad van 2 juni 1995) het zomertenue voor de rijkswachters werd afgeschaft ? Hoe kunnen tegenstrijdige beslissingen worden verantwoord ?
Hoe verklaart u dat het jack dat werd voorgesteld in het onderhandelingscomité, slechts door een tiental rijkswachters gedurende enkele weken in oktober en november werd uitgeprobeerd, in een periode dat het zelfs gesneeuwd heeft ? Zijn dat ideale omstandigheden voor het testen van een zomertenue ?
Wat is de wettelijke grondslag van de bevoegdheid van de « permanente commissie voor het uniform » die, naar het schijnt, het model heeft gekozen ?
Wat is uw houding ten aanzien van het protocol van niet-akkoord ? Zal u er rekening mee houden ?
Welke kosten komen ten laste van de begroting van de rijkswacht indien dit zomerjack wordt aangekocht en welk bijkomend bedrag zal ten laste komen van de vergoeding voor het uniform van de rijkswachters ?