(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Sedert het besluit van de Waalse regering d.d. 6 april 1995 werden de ondernemingen voor beroepsopleiding (« entreprises d'apprentissage professionnel ») vervangen door ondernemingen voor opleiding door arbeid (« entreprises de formation par le travail EFT »).
De opleidingen die door die ondernemingen worden georganiseerd zijn toegankelijk voor personen jonger dan 26 jaar die niet langer schoolplichtig zijn, geen houder zijn van een diploma van lager secundair onderwijs en geen voltijds leerplan meer volgen. Tot de doelgroep van deze opleidingen behoren bestaansminimumtrekkers of andere steuntrekkers, personen zonder inkomen, langdurige werklozen (die een uitkering krijgen) en personen die de arbeidsmarkt opnieuw binnentreden.
Ik zou aan de geachte minister een aantal vragen willen stellen over die opleidingen :
1. Blijkbaar is er een tegenstrijdigheid tussen deze opleidingen en de werkloosheidsreglementering : de werkloze die een opleiding volgt verricht produktieve arbeid en hij heeft de mogelijkheid om zijn werkloosheidsuitkering te cumuleren met de financiėle voordelen die uit zijn opleiding voortvloeien. Kunt u deze tegenstrijdigheid verantwoorden ?
2. De toegang van uitkeringsgerechtigde werklozen tot dit type van opleidingen is ondergeschikt aan het sluiten van een overeenkomst tussen de onderneming voor opleiding door arbeid (EFT) en de Dienst voor beroepsopleiding (FOREm). Op dit ogenblik werd nog geen enkele overeenkomst gesloten. Waarom ?
3. Waarom worden jonge werklozen te goeder trouw, die een opleiding volgen, gepenaliseerd door de weigering om hen vrij te stellen van stempelcontrole met het oog op het volgen van hun opleiding ? (Daarbij wordt als motivering de circulaire van het bestuur ingeroepen, waarin wordt gesteld dat bij gebrek aan een overeenkomst het niet langer mogelijk zal zijn om vrijstelling te verlenen.)