Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-18

22 MEI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 126 van de heer Verreycken d.d. 4 april 1996 (N.) :
Bevlagging gemeentehuizen met Tibetaanse vlag.

Via de media verneem ik dat vertegenwoordigers van Tibet de gemeentebesturen in België aanschreven met de vraag om een Tibetaanse feestdag te vieren door het bevlaggen van de gemeentehuizen met de Tibetaanse vlag. Daarop zou, nog steeds volgens de media, een brief van u gevolgd zijn, gericht aan dezelfde gemeentebesturen met daarin de verwijzing naar de goede handelsbetrekkingen tussen België en China en met de vraag om aan de oproep van de Tibetanen geen gevolg te geven.

Het lijkt mij nochtans zo te zijn dat de genocide op Tibetanen, de etnische zuivering van Tibet door China, de flagrante schendingen van alle mensenrechten in Tibet door de Chinezen onomstotelijk zijn aangetoond, net zoals het ontvoeren van kinderen, het gedwongen steriliseren van Tibetaanse vrouwen, het opsluiten van Tibetanen in concentratiekampen.

Ik meen echt dat handel en winst nooit belangrijker kunnen zijn dan respect voor mensenrechten en ik meen dan ook dat de voornoemde feiten niet zonder protest moeten geduld worden omwille van « goede betrekkingen » met de communistische staat die Tibet bezet.

Graag verneem ik over deze briefschrijverij tussen Tibet en gemeentebesturen en tussen minister en gemeentebesturen enige toelichting, met indien mogelijk, ook afschriften van de betrokken brieven.


Antwoord : Enkele dagen vóór de Europese betoging voor Tibet die in Brussel werd gehouden op 10 maart jongstleden, heb ik het inderdaad opportuun geacht om via de provinciegouverneurs een omzendbrief te richten tot de gemeenten.

Deze omzendbrief impliceerde geen enkele stellingname mijnerzijds met betrekking tot deze betoging maar had enkel tot doel de gemeentebesturen te herinneren aan de regels die van toepassing zijn inzake de bevlagging van de openbare gebouwen.

Voor het overige verwijs ik het geachte lid naar het antwoord dat ik heb gegeven op de parlementaire vragen die me in verband met hetzelfde onderwerp werden gesteld door zijn collega's Destexhe (vraag nr. 123 van 29 maart 1996) en Anciaux (vraag nr. 120 van 22 maart 1996).