Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-18

22 MEI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 120 van de heer Anciaux d.d. 22 maart 1996 (N.) :
Verbod aan de gemeenten om de Tibetaanse vlag te hijsen.

Op 6 maart jongstleden stuurde de geachte minister een rondschrijven aan de provinciegouverneurs met de vraag de gemeenten erop te wijzen dat zij volgens het koninklijk besluit van 5 juli 1974 niet gemachtigd waren om een Tibetaanse vlag uit te hangen aan het gemeentehuis naar aanleiding van de Europese betoging van Tibetanen in Brussel van 10 maart jongstleden.

Sommige gemeenten hadden immers beloofd om deze daad van solidariteit met de protestbeweging tegen de Chinese annexatiepolitiek in Tibet te stellen. Het koninklijk besluit zegt het volgende over het uithangen van buitenlandse vlaggen : « Bij het officieel bezoek van een vreemd staatshoofd mag de nationale vlag van die staat geheven worden. »

Het koninklijk besluit bevat geen verbodsbepaling. Toch vond de geachte minister het nodig de autonomie van de gemeenten die willen protesteren tegen het Chinese optreden in Tibet te beknotten, terwijl duidelijk is dat de mensen- en volkerenrechten in Tibet door de Chinese autoriteiten met de voeten worden getreden. Het respect voor de mensenrechten wordt zo weer eens ondergeschikt gemaakt aan de economische belangen.

1. Waarom vond de geachte minister het nodig om deze brief te verzenden ?

2. Is de geachte minister door de Chinese autoriteiten benaderd omtrent deze zaak ? Hebben zij er bij de geachte minister op aangedrongen deze symbolische uiting van solidariteit te verbieden ?


Antwoord : Mij werd meegedeeld dat er op 10 maart een betoging voor Tibet zou worden gehouden en dat een aantal burgemeesters zich voornamen om bij deze gelegenheid de Tibetaanse vlag te hijsen aan hun gemeentehuis. Daarom heb ik het opportuun geacht de gemeenten via de provinciegouverneurs te herinneren aan de regels die van toepassing zijn inzake de bevlagging van de openbare gebouwen.

Voor het overige verwijs ik het geachte lid naar het antwoord dat ik heb gegeven op de vraag die me door senator Destexhe werd gesteld met betrekking tot hetzelfde onderwerp (vraag nr. 123 van 29 maart 1996).