Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-17

7 MEI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 123 van de heer Destexhe d.d. 29 maart 1996 (Fr.) :
Gemeenten. ­ Officiële vlaggen.

Voor de organisatie van de manifestatie van 10 maart jongstleden ter gelegenheid van de herdenking van de opstand van Lhassa, hebt u de gouverneurs een brief gezonden met het verzoek de aandacht van de burgemeesters te vestigen op de inhoud van het koninklijk besluit van 5 juli 1974 betreffende de bevlagging van de openbare gebouwen in ons land.

In uw brief citeert u artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit dat bepaalt : « Bij het officieel bezoek van een vreemd staatshoofd mag de nationale vlag van die Staat worden gehesen. » En u voegt eraan toe dat de manifestatie die op 10 maart zal plaatshebben een manifestatie is van delegaties van een niet-erkende Staat en dat de aandacht van de burgemeesters daarop dan ook moet worden gevestigd.

Ik zou u graag twee vragen willen stellen over uw reactie, die door talrijke personen beschouwd werd als een teken van vijandigheid tegenover een volk dat op een niet-gewelddadige wijze strijdt voor de naleving van zijn elementaire rechten.

1. Kunt u mij zeggen op welk artikel van het besluit u steunt om een soortgelijke interpretatie te verantwoorden ?

2. Bent u artikel 3, § 1, van het genoemd besluit niet vergeten, dat bepaalt dat « andere officiële vlaggen mogen worden gehesen (...) wanneer de aard van de ceremonie het vereist of wanneer dit met de plaatselijke gebruiken overeenstemt » ? Het woord « officieel » zelf betekent niets anders dan het feit als representatief te worden beschouwd voor een groep of voor een gemeenschap, ongeacht het openbare statuut daarvan.


Antwoord : Het koninklijk besluit van 5 juli 1974 betreffende de bevlagging van de openbare gebouwen bepaalt de omstandigheden waarin, samen met de nationale vlag, andere officiële vlaggen mogen worden uitgehangen aan openbare gebouwen.

Het bepaalt met name in zijn artikel 3, § 2, dat de nationale vlag van een vreemde Staat mag worden gehesen bij het officieel bezoek van het hoofd van die Staat.

De Europese begroting voor Tibet op 10 maart jongstleden kan niet worden gelijkgesteld met het bezoek van een vreemd Staatshoofd in de zin van de voormelde bepaling.

De vlag van Tibet is overigens geen officiële vlag in de zin van het artikel 4 van voornoemd koninklijk besluit zodat artikel 3, § 1, van dit besluit niet kan worden toegepast.

Ik acht het bovendien nuttig toe te voegen dat ik door de verspreiding van de omzendbrief waarop het geachte lid zinspeelt, niet de bedoeling had partij te kiezen voor of tegen Tibet maar ik heb de gemeenten enkel willen herinneren aan de regels die van toepassing zijn inzake de bevlagging van de openbare gebouwen.