Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-17

7 MEI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 92 van de heer Caluwé d.d. 7 februari 1996 (N.) :
Autosnelwegen. ­ Verwijderen van voertuigen.

Wanneer bij een interventie, in dit geval het verwijderen van een voertuig van de berm van de autosnelweg, de brandweercommandant van oordeel is dat de interventie niet op een veilige wijze kan uitgevoerd worden zonder dat de autosnelweg voor alle verkeer afgesloten wordt, is de rijkswacht dan verplicht om dit bevel op te volgen ?

Zo ja, hoe moet de brandweercommandant de uitvoering van deze operatie door de rijkswacht afdwingen wanneer de bijgeroepen rijkswachtpatrouille weigert om dit bevel uit te voeren ?

Zo neen, door wie moet de beslissing tot weigering binnen de rijkswacht worden getroffen ?

Zo neen, kan de brandweercommandant dan toch aansprakelijk gesteld worden wanneer hij de interventie toch laat uitvoeren en er zich bij de uitvoering ongevallen voordoen ? Of kan de brandweercommandant aansprakelijk gesteld worden wanneer hij weigert de interventie te laten uitvoeren en het niet onmiddellijk verwijderde voertuig instabiel wordt en een ongeval veroorzaakt ?


Antwoord : De bevoegdheid inzake de politie over het wegverkeer behoort toe aan de rijkswacht en de gemeentepolitie, op basis van artikel 16 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt (Belgisch Staatsblad van 22 december 1992).

Krachtens de bijlage aan de omzendbrief van 26 april 1980 houdende de algemene richtlijnen betreffende de coördinatie van het optreden van gemeentepolitie en rijkswacht in het kader van de bestuurlijke politie worden de verkeersregeling, het -toezicht en de -informatie op de autosnelwegen en hun verbindingsassen prioritair door de rijkswacht uitgeoefend.

Aan deze bevoegdheid wordt geen afbreuk gedaan door artikel 14 van het koninklijk besluit van 8 november 1967 (Belgisch Staatsblad van 18 november 1967), houdende, voor de vredestijd, organisatie van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten en coördinatie van de hulpverlening in geval van brand.

Dit artikel bepaalt enkel dat de leider van de operaties in geval van brand de officier of de onderofficier is van de brandweerdienst die de eerst ter plaatse aangekomen hulpverlening leidt, onverminderd evenwel de bevoegdheden van de provinciegouverneur en van de burgemeester van de plaats van de brand.

Een brandweercommandant zal bij een interventie, uit welken hoofde dan ook, de rijkswacht niet kunnen bevelen om, zoals in casu gevraagd, de autosnelweg af te sluiten voor alle verkeer.

Behoudens in geval van toepassing van gemeentelijke, provinciale of zelfs nationale rampenplannen, waarbij de coördinatie en het bevel dan wordt gevoerd respectievelijk door de burgemeester, door de provinciegouverneur of door mijn ambt, beslist dus enkel de rijkswacht, volgens de hiërarchische regelen die binnen dat korps gelden, over het al of niet afsluiten van de autosnelweg voor het geval een voertuig van de wegberm moet worden verwijderd.

De beslissing om al of niet de interventie uit te voeren wordt door de brandweercommandant getroffen op zijn verantwoordelijkheid. Deze laatste moet beoordeeld worden in het licht van de regelen betreffende de overheidsaansprakelijkheid.