(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Door het koninklijk besluit van 6 april 1995 hebben de federale wetenschappelijke instellingen (meestal kleinere) organieke personeelskaders gekregen. Het koninklijk besluit van 14 september 1995 bepaalde de taalkaders.
Tot mijn verbazing stel ik vast dat :
1. In alle instellingen grosso modo een taalverhouding van 50 pct. N en 50 pct. F voorkomt. Dit staat m.i. niet in verhouding tot het reëel aantal Nederlands- en Franstaligen in dit land. Federale instellingen moeten ten dienste staan van alle Belgen zodat een 50/50-verhouding een zoveelste « transfer » naar de Franstaligen is. Waarom is men dus, bij het opstellen van de taalkaders, niet uitgegaan van een 60/40-verhouding ?
2. Vóór 14 september 1995 de taalverhouding in bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten) voor de Nederlandstaligen gunstiger was. Waarom werd hiervan afgeweken ?
3. Er één instelling is die ook diensten heeft buiten Brussel, namelijk het Algemeen Rijksarchief. Is het juist dat door het nieuwe organieke kader van het wetenschappelijk personeel er nog slechts één departementshoofd in Vlaanderen (de heer Mertens) is en twee in Wallonië (mevrouw Pieyns en de heer Van Overstraeten) ? Dit is volkomen abnormaal want de Vlaamse Rijksarchieven hebben meer archieven dan de Waalse en er komen meer bezoekers in Vlaanderen naar de Rijksarchieven dan in Wallonië. Daartegenover is er in Brussel wel een taalevenwicht. Wat is de geachte minister van plan om deze onrechtmatigheid recht te zetten ?
4. Welke wettelijke basis is er voorhanden om een taalkader vast te stellen voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika ? Deze instelling is gevestigd te Tervuren. Overeenkomstig de staatshervorming van 1993 behoren de wetenschappelijke en culturele bevoegdheden aan de Gemeenschappen toe.