Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-12

12 MAART 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Volksgezondheid en Pensioenen

Vraag nr. 14 van de heer Vandenbroeke d.d. 8 november 1995 (N.) :
Tatoeages en piercing. ­ Raakvlakken met de geneeskunde.

Zonder het delicate punt van de eigenzinnigheid in het menselijk handelen in het algemeen, van de privacy meer in het bijzonder te willen beroeren, kunnen er toch wel bepaalde vragen rijzen omtrent mogelijke uitwassen met navenante gevolgen. Zo kan o.m. gedacht worden aan het aanbrengen van tatoeages of aan piercing, namelijk het doorboren van gedeelten van het lichaam om al dan niet tijdelijk versieringen aan te brengen onder de vorm van ringen of metalen voorwerpen. Zeker wanneer dit niet oordeelkundig gebeurt, bij het aanbrengen dan wel bij het verwijderen, kan dit gebruik eventueel tot ernstige verwondingen, chronische aandoeningen en letsels leiden.

Vandaar enkele concrete vragen :

1. Wordt hierbij al dan niet alternatieve geneeskunde beoefend die raakpunten vertoont met dermatologie ?

2. Gebeurt dit inzonderheid bij het (laten) verwijderen van tatoeages ?

3. Wanneer dergelijke handelingen tot verwondingen of letsels leiden met een medische behandeling tot gevolg, moeten de betrokkenen dan de integrale kostprijs dan wel enkel het remgeld betalen ?


Antwoord : Er is sprake van onwettige uitoefening van de geneeskunde wanneer een persoon die niet gemachtigd is om de geneeskunde uit te oefenen, bij een menselijk wezen, een van de volgende handelingen stelt : een gezondheidstoestand onderzoekt, een ziekte of een deficiëntie opspoort, een diagnose stelt en overgaat tot de behandeling van een pathologische, fysieke of psychische ­ reële of vermeende ­ toestand, een inenting geeft.

In de mate waarin het doorboren van de huid, teneinde er een kleurpigment of een vreemd voorwerp in aan te brengen, een handeling is die het klassieke risico op een infectieoverdracht inhoudt, vergt dit specifieke voorzorgsmaatregelen. Dit is de reden waarom, zelfs indien de handeling in de praktijk niet steeds door bevoegde personen wordt uitgevoerd, de overdracht van een infectie door tatoeage, op burgerrechtelijk vlak, niet aan de verantwoordelijke kan worden toegeschreven, wegens gebrek aan kwalificatie of vooruitziendheid.

Het verwijderen van een tatoeage via een chirurgische of fotonische techniek is daarentegen wel een medische handeling, zelfs een verplichting in geval van een infectie. Dientengevolge kan deze handeling ten laste van de sociale zekerheid worden gebracht.