Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-12

12 MAART 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Tewerkstelling en Arbeid, belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen

Vraag nr. 27 van de heer Destexhe d.d. 5 februari 1996 (Fr.) :
Gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de overheidsdiensten.

Volgens het koninklijk besluit van 27 februari 1990 dient in elke overheidsdienst een gelijke-kansenplan te worden opgemaakt. Dit plan vermeldt de verschillende positieve acties die gevoerd worden om de feitelijke ongelijkheden die de kansen van de vrouwen nadelig beļnvloeden, op te heffen.

Ik zou aan de geachte minister verschillende vragen willen stellen :

1. Wat zijn de precieze voorwaarden om de nodige subsidies te krijgen om positieve acties te voeren in het kader van het gelijke-kansenbeleid ?

2. Wat wordt concreet verstaan onder « positieve actie » ? Het koninklijk besluit van 27 februari 1990 verwijst naar de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriėntering voor de opsomming van de beoogde domeinen, namelijk de toegang tot het arbeidsproces, de gelegenheid tot promotiekansen of beroepskeuzevoorlichting, de beroepsopleiding, de voortgezette beroepsopleiding en de bij- en omscholing, de toegang tot een zelfstandig beroep evenals de arbeidsvoorwaarden, maar er wordt nergens een omschrijving gegeven van een « positieve actie ».

3. Waarom moet een « gelijke-kansencel » die een project opstart, haar acties realiseren via een vereniging zonder winstoogmerk indien ze subsidies wil krijgen ?

4. Welk bedrag wordt op de begroting uitgetrokken voor de « gelijke-kansencellen » en hoe wordt het verdeeld ?