(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Volgens het koninklijk besluit van 27 februari 1990 dient in elke overheidsdienst een gelijke-kansenplan te worden opgemaakt. Dit plan vermeldt de verschillende positieve acties die gevoerd worden om de feitelijke ongelijkheden die de kansen van de vrouwen nadelig beïnvloeden, op te heffen.
Ik zou aan de geachte minister verschillende vragen willen stellen :
1. Wat zijn de precieze voorwaarden om de nodige subsidies te krijgen om positieve acties te voeren in het kader van het gelijke-kansenbeleid ?
2. Wat wordt concreet verstaan onder « positieve actie » ? Het koninklijk besluit van 27 februari 1990 verwijst naar de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering voor de opsomming van de beoogde domeinen, namelijk de toegang tot het arbeidsproces, de gelegenheid tot promotiekansen of beroepskeuzevoorlichting, de beroepsopleiding, de voortgezette beroepsopleiding en de bij- en omscholing, de toegang tot een zelfstandig beroep evenals de arbeidsvoorwaarden, maar er wordt nergens een omschrijving gegeven van een « positieve actie ».
3. Waarom moet een « gelijke-kansencel » die een project opstart, haar acties realiseren via een vereniging zonder winstoogmerk indien ze subsidies wil krijgen ?
4. Welk bedrag wordt op de begroting uitgetrokken voor de « gelijke-kansencellen » en hoe wordt het verdeeld ?