Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-11

20 FEBRUARI 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 77 van de heer Vandenbroeke d.d. 11 januari 1996 (N.) :
Anderstalige rijkswachters bij betogingen.

Het najaar van 1995 kenmerkte zich in onderwijsmiddens, meer bepaald in Wallonië, door meerdere stakingen en protestmetingen.

Vanuit onze kennissenkring in het Luikse mochten we onder meer vernemen dat daarbij, bij momenten, nogal brutaal en hardhandig opgetreden werd door de rijkswacht.

Dit kan, zo trachten we de realiteit afstandelijk in te schatten, ingegeven zijn door bepaalde vormen van wangedrag vanwege (een deel van) de demonstraten.

Daarover gaat het niet in deze vraagstelling. Wel gaat het over het feit dat een deel van de demonstranten er bepaald aanstoot aan hebben genomen dat de meerderheid van de ingezette rijkswachters Nederlandstaligen waren die zich, in het woordgebruik, nogal laatdunkend en weinig welvoegelijk richtten tot de demonstranten. Dat zoiets ophitsend zou gewerkt hebben, lijkt in de gegeven context aannemelijk .

Vandaar bijgaande concrete vraagstellingen :

­ Klopt het dat de ingezette rijkswachters (bij betogingen in het Luikse, eind 1995) dominant Nederlandstaligen waren ?

­ Vanuit welk corps werden, voor bedoelde betogingen, de ingezette rijkswachters gerecruteerd ?

­ Heeft de geachte minister er weet van dat, door het inzetten van anderstaligen, extra fricties en weerstanden bij de bevolking en a fortiori bij demonstranten opgeroepen worden ?

­ Kan, in de toekomst, aan dergelijke extra gevoeligheden de nodige aandacht verleend worden ?