Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-81

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Eerste minister

Vraag nr. 1268 van de heer Vandenbroeke d.d. 5 augustus 1998 (N.) :
Toezicht op de voorlichtingscampagnes in de deelstaten.

De wet van 12 juli 1994 betreffende het toezicht op de officiële mededelingen van de overheid belastte de federale parlementaire Controlecommissie op de Verkiezingsuitgaven met de toetsing ­ en we citeren ­ « van alle voor het publiek bestemde mededelingen en voorlichtingscampagnes ».

Gegeven de voortschrijdende autonomie van de deelstaten, lijkt deze bepaling intussen uitgehold en achterhaald. In die zin verklaarde de commissie Reglement en Samenwerking van het Vlaams Parlement eensgezind dat een dergelijk, van de federale overheid afhangend orgaan onmogelijk het voorlichtingsbeleid van de Vlaamse overheid kan controleren. Gedacht wordt dan ook aan een eigen controleregeling waartoe de nodige decretale initiatieven op het geëigend Vlaams niveau zullen genomen worden.

Deze korte toelichting omtrent de ingenomen standpunten, brengt ons tot enkele concrete vragen :

1. Heeft de federale overheid reeds weet van zo'n initiatieven op Vlaams niveau ?

2. Worden analoge initiatieven verwacht vanuit het Waals Gewest, de Franstalige deelregering in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ?

3. Is men het ermee eens dat het voorlichtingsbeleid van de deelstaten enkel de deelstaten toekomt en derhalve aan de federale controlecommissie onttrokken wordt ?

4. Kan eenzelfde logica aangehouden worden voor alle mogelijke controles op verkiezingsuitgaven in de deelstaten ?

Antwoord : Op punten 1 en 2 van de vraag van het geachte lid luidt het antwoord ontkennend.

Wat punten 3 en 4 betreft, verwijs ik het geachte lid naar de bestaande wetgeving. Deze wetgeving is tot stand gekomen op parlementair initiatief.

Ter informatie kan ik het geachte lid verwijzen naar het advies dat de Raad van State in dat kader heeft uitgebracht (Kamer van volksvertegenwoordigers, 1993-1994, stuk nr. 1384/2).