Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-59

ZITTING 1997-1998

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 525 van de heer Vandenbroeke d.d. 21 oktober 1997 (N.) :
Terbeschikkingstelling van wetenschappelijke onderzoekers.

Grasduinend, over de verlofperiode heen, waren we onder meer in de gelegenheid om het wetsontwerp door te lezen « tot instelling van een programma voor de terbeschikkingstelling van wetenschappelijke onderzoekers ten bate van de universitaire onderwijsinstellingen en de federale wetenschappelijke instellingen », neergelegd in de Kamer van volksvertegenwoordigers op 30 april 1997.

Dit wetsontwerp kwam, via evocatieprocedure, in behandeling in de Senaat op 16 juli 1997. Uit het verslag, uitgebracht door collega mevrouw Van der Wildt, onthouden we onder meer dat voor 1997 en 1998 achtereenvolgens 100 en 200 wetenschappers zouden aangeworven worden ter aanvulling van de reeds bestaande onderzoeksteams, dit alles conform de regeerverklaring van 1995.

Gelijktijdig wordt verder gesteld (blz. 9 van het verslag van 16 juli 1997) dat, naast de middelen die de federale overheid vrijmaakt voor het in dienst nemen van onderzoekers ter aanvulling van reeds bestaande onderzoeksteams ook nog een hele reeks fiscale stimuli van kracht zijn om onderzoekers te laten aannemen door ondernemingen. Zo zou er onder meer, en we citeren letterlijk uit het verslag, « een aftrekbaarheid van 40 000 frank per bijkomende onderzoeker zijn en, voor de openbare onderzoekscentra die bijkomende onderzoekers in dienst nemen, een volledige vrijstelling van werkgeversbijdragen ». Bovendien, zo wordt gesteld, laat de geachte minister sinds 1995 regelmatig inventariseren welke uitwerking deze fiscale stimuli hebben op het wetenschappelijk onderzoek.

Gegeven deze waardevolle opmerkingen, laten we graag enkele concrete vragen stellen omtrent deze maatregelen :

1. Over hoeveel onderzoekers gaat het die, op deze manier en met partiėle of volledige vrijstelling van werkgeversbijdragen in dienst werden genomen ?

2. Kan de geachte minister preciseren wat precies wordt bedoeld met « de uitwerking van deze fiscale stimuli op het wetenschappelijk onderzoek » ?