Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-59

ZITTING 1997-1998

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 522 van de heer Vandenbroeke d.d. 21 oktober 1997 (N.) :
Thuisverzorging. ­ Parkeerfaciliteiten.

Het is voor iedereen duidelijk dat, ten gevolge van de vergrijzing, enerzijds, en van de vergrijzing in de vergrijzing, anderzijds, de zorgsectoren in het algemeen in toenemende mate zullen bevraagd worden. Telkens gaat het om vormen van dienstverlening waarvoor het belangrijk is dat men zich optimaal voor de klanten en/of patiënten kan inzetten, zonder dat dit onder tijdsdruk moet gebeuren.

Wanneer thuisverzorgers (onder meer medici, paramedici, sociale helpers, sanitaire helpers, enz.) in een buurt met zones van betalend parkeren moeten zijn, dan rijzen terzake heel wat problemen.

In de gegeven omstandigheden zien zij zich met andere woorden verplicht te zoeken naar een niet-betalende parkeerplaats, wat uiteraard grotere wandelafstanden en een enorm tijdverlies tot gevolg heeft. In het andere geval lopen ze telkens weer het risico op een geldboete omdat de geldende parkeerregels werden overtreden.

Weliswaar is het zo dat inzake parkeerbeleid onderscheid dient gemaakt tussen gemeentelijke en provinciale wegen als zijnde federale bevoegdheid, terwijl gewestwegen onder de gewestbevoegdheid gerekend worden. De aangekaarte problematiek beperkt zich evenwel als per definitie tot dichtbewoonde centrum-plaatsen in wijken, gemeenten en/of steden, zodat het in essentie om een federale materie gaat wanneer aan het veralgemeend verlenen van parkeerfaciliteiten voor zorgverstrekkers gedacht wordt. Met opzet gewagen we van een « veralgemeend » verlenen van dergelijke faciliteiten omdat, naar we mochten vernemen, dergelijke initiatieven thans reeds door bepaalde steden en gemeenten overwogen en uitgevaardigd worden.

Dienaangaande leggen we enkele concrete vragen voor :

1. Zou het niet aangewezen zijn om, vanuit de federale overheid, tot een coördinerende richtlijn te komen inzake het verlenen van parkeerfaciliteiten aan zorgverstrekkers langsheen gemeentelijke en provinciale wegen ?

2. Kan het ontwerpen en aanbrengen van een logo voor alle zorgverstrekkers, jaarlijks uit te reiken door de gemeentebesturen, niet volstaan om hen de nodige parkeerfaciliteiten toe te staan ?

3. Kan, naar analogie met wat voor artsen gebruikelijk is vanuit de Orde der Geneesheren, niet tot een veralgemeende regelgeving besloten worden door voor alle zorgverstrekkers een passende parkeerkaart te laten aanmaken ?