Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-71

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 769/1 van de heer Boutmans d.d. 13 januari 1998 (N.) :
Nemen van foto's door burgers van politieagenten tijdens een openbare manifestatie.

Mij wordt minstens één geval gemeld waar Antwerpse politiemensen getracht hebben te verhinderen dat een burger foto's nam van een openbare manifestatie, onder inroeping dat deze burger daardoor de privacy van de politieagenten schond, die in hun functie van ordehandhavers bij die manifestatie tegenwoordig waren.

Heeft dit een rechtsgrond ?

Is het een burger verboden dergelijke foto's te maken ? Wat mag de politie in dergelijke gevallen doen : foto's of camera's in beslag nemen ? Ook dit is gebeurd. Bestaat hier enige reglementering over ? Zo ja, wat staat daarin ? Zo neen, is dit dan niet gewoon een onaanvaardbaar misbruik ?

Antwoord : Uw vraag behandelt aspecten die zowel door mijn collega van Justitie als door mezelf dienen te worden beantwoord. Ik beperk mijn antwoord dan ook tot het aspect van de bestuurlijke politie en verwijs voor het overige (wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, gerechtelijke inbeslagname) naar het antwoord van mijn collega van Justitie.

Artikel 35, tweede lid, van de wet op het politieambt bepaalt dat politieambtenaren geen medewerking mogen verlenen aan het nemen van beeldopnamens van aangehouden, gevangen of opgehouden personen. Dit artikel biedt echter geen rechtsgrond aan de politieambtenaren om bepaalde maatregelen te nemen opdat de pers of andere burgers zouden worden verhinderd beeldopnamens te maken van tussenkomsten van de politiediensten naar aanleiding van bijvoorbeeld manifestaties of straatrellen. Op dat moment gaat het dus niet om beeldopnames van aangehouden, gevangen of opgehouden personen, maar om een bepaalde politieactie tegenover burgers die zich op een voor het publiek toegankelijke plaats bevinden. Binnen de grenzen van deze gemeenrechtelijke principes is het de pers of andere burgers dan ook toegestaan daarover verslag uit te brengen in woord en beeld.

Het is niet aan de ambtenaren van politie om preventief nieuwsgaring en berichtgeving te verhinderen.

Ik verwijs tenslotte naar mijn omzendbrief van 10 oktober 1995 betreffende de relatie tussen politiediensten en pers (Belgisch Staatsblad van 31 oktober 1995) waarin de hiervoren uiteengezette argumentatie ook opgenomen is.