Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-70

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid

Vraag nr. 522/3 van de heer Vandenbroeke d.d. 9 december 1997 (N.) :
Thuisverzorging. ­ Parkeerfaciliteiten.

Het is voor iedereen duidelijk dat, ten gevolge van de vergrijzing, enerzijds, en van de vergrijzing in de vergrijzing, anderzijds, de zorgsectoren in het algemeen in toenemende mate zullen bevraagd worden. Telkens gaat het om vormen van dienstverlening waarvoor het belangrijk is dat men zich optimaal voor de klanten en/of patiënten kan inzetten, zonder dat dit onder tijdsdruk moet gebeuren.

Wanneer thuisverzorgers (onder meer medici, paramedici, sociale helpers, sanitaire helpers, enz.) in een buurt met zones van betalend parkeren moeten zijn, dan rijzen terzake heel wat problemen.

In de gegeven omstandigheden zien zij zich met andere woorden verplicht te zoeken naar een niet-betalende parkeerplaats, wat uiteraard grotere wandelafstanden en een enorm tijdverlies tot gevolg heeft. In het andere geval lopen ze telkens weer het risico op een geldboete omdat de geldende parkeerregels werden overtreden.

Weliswaar is het zo dat inzake parkeerbeleid onderscheid dient gemaakt tussen gemeentelijke en provinciale wegen als zijnde federale bevoegdheid, terwijl gewestwegen onder de gewestbevoegdheid gerekend worden. De aangekaarte problematiek beperkt zich evenwel als per definitie tot dichtbewoonde centrum-plaatsen in wijken, gemeenten en/of steden, zodat het in essentie om een federale materie gaat wanneer aan het veralgemeend verlenen van parkeerfaciliteiten voor zorgverstrekkers gedacht wordt. Met opzet gewagen we van een « veralgemeend » verlenen van dergelijke faciliteiten omdat, naar we mochten vernemen, dergelijke initiatieven thans reeds door bepaalde steden en gemeenten overwogen en uitgevaardigd worden.

Dienaangaande leggen we enkele concrete vragen voor :

1. Zou het niet aangewezen zijn om, vanuit de federale overheid, tot een coördinerende richtlijn te komen inzake het verlenen van parkeerfaciliteiten aan zorgverstrekkers langsheen gemeentelijke en provinciale wegen ?

2. Kan het ontwerpen en aanbrengen van een logo voor alle zorgverstrekkers, jaarlijks uit te reiken door de gemeentebesturen, niet volstaan om hen de nodige parkeerfaciliteiten toe te staan ?

3. Kan, naar analogie met wat voor artsen gebruikelijk is vanuit de Orde der Geneesheren, niet tot een veralgemeende regelgeving besloten worden door voor alle zorgverstrekkers een passende parkeerkaart te laten aanmaken ?

Antwoord : Het algemeen verkeersreglement voorziet slechts twee gevallen waarin van de beperkingen van de parkeertijd kan afgeweken worden nl. de parkeerfaciliteiten voor minder-validen (artikel 27.4 van het koninklijk besluit van 1 december 1975) en voor bewoners houder van een bewonerskaart (artikelen 27.1.4 en 27.3 van ditzelfde besluit).

Regelmatig wordt de vraag gesteld om ook aan andere personen parkeerfaciliteiten toe te kennen. Het aantal vragen is groot en behelst een grote diversiteit aan gegadigden die elk wel een reden hebben waarom zij menen van parkeerfaciliteiten te moeten genieten. In heel wat gevallen weegt het feit dat moet betaald worden zwaarder door dan de beperking van de parkeertijd op zichzelf. Tenslotte zijn de parkeerproblemen niet altijd en alleen het gevolg van de beperkingen van de parkeertijd, maar van de hoge parkeerdruk, vooral dan in de centra.

Ik ben niet zinnens om de algemene verkeersreglementering in dit verband te wijzigen en dit om een totale ontwaarding van het systeem te voorkomen.

1. Het is bijgevolg ook niet mogelijk om vanuit de federale overheid richtlijnen uit te vaardigen met betrekking tot parkeerfaciliteiten voor bijvoorbeeld zorgverstrekkers. Dergelijke richtlijnen zouden strijdig zijn met het koninklijk besluit van 1 december 1975. Ook de gewesten kunnen dergelijke richtlijnen niet uitvaardigen : het algemeen verkeersreglement is, zonder onderscheid, van toepassing op gewestwegen en op gemeente- en provinciewegen.

2 en 3. De parkeerfaciliteiten die de gemeenten op eigen initiatief aan de zorgverstrekkers zouden toekennen, of het nu op basis van een logo dan wel van een passende parkeerkaart is, zijn eveneens strijdig met het koninklijk besluit van 1 december 1975 en bijgevolg onwettig.

Trouwens, tot informatie van het geachte lid deel ik mede dat het logo en vignet voor artsen dat gebruikelijk is vanuit de Orde der geneesheren, betrokkenen reglementair geen enkele parkeerfaciliteiten verlenen. Zij blijven onderhevig aan de gehele parkeerreglementering.