(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Op 20 juni 1997 stelde ik u onder nr. 325 (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, nr. 1-50 van 22 juli 1997, blz. 2523) de volgende vraag betreffende het in rand vermelde onderwerp :
« Naar aanleiding van de aanhouding van een Waals ambtenaar van de Dienst Afval op beschuldiging van corruptie in het kader van het gesjoemel met afval in de zaak-Falkenberg, wil ik vernemen hoe het staat met de verbranding van gevaarlijk Duits, Nederlands en Vlaams afval in Waalse cementfabrieken.
Ik betwijfel of men de waarheid over de omvang van de illegale afvalstromen, over de herkomst en de eindbestemming van dit afval werkelijk aan het licht wil brengen. Ik vrees dat de invloed van de cementindustrie die het grootste gedeelte van dit afval heeft verbrand en steeds grotere hoeveelheden gevaarlijk afval blijft verbranden in samenwerking met toeleveringsnetwerken ontwikkeld door de groep Falkenberg de zoektocht naar de waarheid zal afremmen.
Nog onrustwekkender vind ik het bericht dat het parket-generaal van Luik op het punt zou staan de zaak te onttrekken aan het onderzoeksteam van Eupen dat belast is met het onderdeel leefmilieu van het dossier-Falkenberg, terwijl dit team vooruitgang boekt (ondanks de zeer bescheiden middelen die het toegewezen kreeg). Het parket van Hoei, dat momenteel enkel met het onderdeel fiscale fraude is belast, zou de hele zaak toegewezen krijgen. Deze voorgenomen onttrekking is des te onrustwekkender als men weet van welke hoge bescherming er sprake is in het dossier-Falkenberg. Het risico bestaat dat op die manier zeer ernstige milieuaspecten van deze zaak op de achtergrond geraken.
Ik verzoek de geachte minister dan ook :
mij in detail mee te delen welke middelen hij ter beschikking heeft gesteld van het onderzoek;
te verklaren waarom het team dat met het onderdeel leefmilieu was belast, van de zaak wordt verwijderd;
mee te delen of het team van Hoei bijkomende middelen heeft gekregen om het onderdeel leefmilieu te behandelen. »
Tot op heden mocht ik dienaangaande nog geen antwoord ontvangen. Derhalve ben ik zo vrij deze vraag opnieuw aan u voor te leggen. Mag ik aandringen op een spoedige mededeling van uw standpunt ?
Antwoord : Op grond van de inlichtingen die mij door de rechterlijke autoriteiten zijn bezorgd, deel ik het geachte lid het volgende mee.
1. Het voornemen om de zaak aan het betrokken team te onttrekken bestaat geenszins.
2. Het dossier leefmilieu wordt behandeld door het parket te Eupen, bijgestaan door de gerechtelijke politie, terwijl het fiscale onderdeel door het parket te Hoei wordt behandeld.