(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Op een gestelde vraag in verband met de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, ingediend en beantwoord tijdens de zitting 1996-1997 onder nummer 151, kregen we een omvattende en gewaardeerde toelichting omtrent de aangebrachte probleemstelling. Concreet ging het namelijk om de mogelijke overheveling aan de gewesten van de nalatigheidsintresten geïnd inzake de registratie- en successierechten, enerzijds, en om een mogelijke toewijzing aan de gewesten van eventuele boeten op de successierechten, anderzijds.
We onthouden uit het antwoord dat een geëigende regeling dienaangaande een voorafgaand overleg met de gewestregeringen impliceert. Dat op de vraagstelling omtrent een mogelijke uitsplitsing over de gewesten tot nader order niet kan geantwoord worden, is in de gegeven omstandigheden aanvaardbaar. Het gaat hier met andere woorden om een discussiepunt dat nadere opvolging verdient en als vanzelf naar een definitieve regeling doet uitkijken. Voorafgaand aan zo'n uitwerking, houden we het dan ook bij het opvragen van de globale bedragen waarover het gaat.
Vandaar een tweeledige vraagstelling :
1. Graag zouden we vernemen met betrekking tot de nalatigheidsintresten om welke bedragen het jaarlijks precies gaat en dit sinds 1989.
2. Graag zouden we vernemen met betrekking tot de fiscale boetes, verschuldigd bij toepassing van het Successiewetboek, om welke bedragen het jaarlijks precies gaat en dit sinds 1989.
Antwoord : In het antwoord op uw eerste vraag van 13 december 1996 zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, nr. 1-44, van 29 april 1997, blz. 2182 is reeds aangestipt dat voor de periode 1989-1996 een specifieke uitsplitsing ontbreekt inzake de boeten en de interesten, geheven in het domein van de registratie- en successierechten.
Meer concreet betekent zulks dat bedoelde interesten en boeten in de beschouwde periode op boekhoudkundig vlak globaal verwerkt zijn samen met deze geheven in andere materies als daar zijn de met het zegel gelijkgestelde taksen, de niet-geregionaliseerde registratierechten, enz. Globale bedragen zijn voor die periode dus evenmin voorhanden.
Om dit euvel enigszins te verhelpen voert de administratie van 1 januari 1997 af een boekhouding welke toelaat, althans in brutotermen, de boeten en interesten geheven in het kader van de geregionaliseerde materies afzonderlijk te kennen.
Om voor de hand liggende redenen zijn de verkregen bedragen niet op zinvolle wijze regionaal uitsplitsbaar.
Intussen biedt de onderhavige tabel toch reeds een inzicht omtrent de hoegrootheid van de betrokken sommen.
Evenwel dient aangestipt dat het enkel om de bruto-resultaten gaat, geboekt tijdens de elf eerste maanden van 1997.
De boeten en interesten
geïnd in regionale materies
| Boeten (1) | 111,1 | 299,4 |
| Interesten (1) | 5,4 | 479,6 |
| Totaal (1) | 116,5 | 779,0 |
(1) In miljoenen franken