1-1030/1

1-1030/1

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

18 JUNI 1998


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 23 van de wet van 26 december 1956 op de Postdienst

(Ingediend door de heer Anciaux en mevrouw Dua)


TOELICHTING


Krachtens artikel 23 van de wet op de Postdienst is De Post niet aansprakelijk voor de haar opgedragen diensten, behalve in de speciaal vermelde gevallen. Het bestaan van dit wetsartikel is begrijpelijk. Het beschermt De Post tegen onterechte aanvallen en talrijke vage geschillen. De meeste poststukken worden immers anoniem verstuurd. Maar er ontstaat een probleem wanneer De Post zich onterecht gaat verschuilen achter dit artikel. De Post maakt soms gebruik van het artikel wanneer de kwaliteit van de haar opgedragen diensten te wensen overlaat. De stugge houding van De Post naar aanleiding van de diefstal van circulaire cheques uit onbewaakt achtergelaten overlastzakken is een duidelijke illustratie hiervan. Ondanks een duidelijk en gefundeerd advies van de Ombudsdienst blijft De Post er bij dat zij geen fout gemaakt heeft.

De redenering van De Post bij de toepassing van artikel 23 is niet altijd even rechtlijnig. In een antwoord op een schriftelijke vraag (nr. 150) bevestigt De Post dat voor postassignaties die gestolen worden uit overlastzakken uit commerciële overwegingen wel overgegaan wordt tot schadeloosstelling, evenwel zonder erkenning van aansprakelijkheid. Het gaat dus niet om een principiële beslissing. Maar toch was het een stap vooruit. De Post erkent zelf dat ook circulaire cheques niet tot het postvervoer mogen toegelaten worden. Maar dit is eigenaardig gezien De Post zelf circulaire cheques (Postcheque) toelaat tot het postvervoer. Dus indirect geeft De Post toe zelf een loopje te nemen met de reglementaire bepalingen ter zake... Indien De Post geen rekening houdt met de geldende wetgeving is er sowieso sprake van nalatigheid en moet De Post haar verantwoordelijkheid nemen. Het is aan de klanten moeilijk uit te leggen wanneer bij diefstal van een onbewaakt achtergelaten postzak De Post het volgende stelt : « De Post ziet dus niet in hoe zij in deze zaak enige fout begaan kan hebben... [ ]. »

Daarnaast is er het principe van « de goede huisvader ». De Post beschouwt de opgedragen diensten al te zeer als een pure opdracht. Maar het is mijns inziens ook een plicht om deze diensten zo goed mogelijk te vervullen. Ook de Ombudsdienst stelt dat De Post beter wat meer aan zelfkritiek kan doen. « De Post gaat in de fout wanneer zij de elementaire regels van voorzichtigheid niet respecteert. ...[ ] ... Het is onterecht dat De Post dit artikel alleen als een recht interpreteert zonder er de plicht bij te nemen. Zij heeft niet alleen de opdracht maar ook de plicht om te vervoeren en uit te reiken. Door overlastzakken onbewaakt achter te laten en aldus bloot te stellen aan diefstal, vervult zij niet haar taak als transporteur. », stelt de Ombudsdienst.

De Post doet er goed aan te beseffen dat een rigoureuze toepassing van artikel 23 op weinig begrip kan rekenen bij de klanten. Nogmaals de Ombudsdienst hierover : « Wij spannen ons reeds vijf jaar in om De Post ervan te overtuigen dat artikel 23 geen vrijbrief is om elk soort gedrag goed te praten en dat deze houding haar bij het liberaliseren van de markt zuur zou kunnen opbreken. »

De Post moet aan de klant kunnen garanderen dat alle gewone poststukken die haar tegen betaling zijn toevertrouwd met de nodige zorg vervoerd en behandeld worden. Indien blijkt dat dat laatste niet het geval is moet De Post haar verantwoordelijkheid nemen. Anders loopt De Post het risico bij het verlies van haar monopoliepositie afgestraft te worden door deze zelfde klant.

Dit wetsvoorstel beoogt een minder rigoureuze toepassing van artikel 23. De Post kan nog steeds gebruik maken van het desbetreffende artikel maar moet dit voldoende legitimeren. Het mag niet langer dat De Post zich verschuilt achter het artikel indien blijkt dat de opgedragen diensten op een onzorgvuldige manier werden uitgevoerd.

Bert ANCIAUX.
Vera DUA.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 23 van de wet van 26 december 1956 op de Postdienst wordt vervangen als volgt :

« Artikel 23. ­ Behalve in de hierboven speciaal vermelde gevallen is De Post niet aansprakelijk voor de haar opgedragen diensten.

Deze niet-aansprakelijkheid is niet van toepassing indien :

1º De Post in de uitvoering van de opgedragen diensten afwijkt van de eigen interne reglementering en/of vigerende wetgeving.

2º De Post in de uitvoering van de opgedragen diensten nalatigheid of onzorgvuldige behandeling van de zendingen kan verweten worden.

3º Blijkt dat De Post bij diefstal van een poststuk onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen om de diefstal te vermijden.

De Post kan slechts een beroep doen op het principe van de overmacht indien zij duidelijk de legitimiteit hiervan aangeeft. »

Art. 3

Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Bert ANCIAUX.
Vera DUA.