Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-61

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Sociale Zaken

Vraag nr. 501 van de heer Vandenbroeke d.d. 16 oktober 1997 (N.) :
Taalverhoudingen in het Fonds voor Beroepsziekten.

Met deze vraag zouden we om een verduidelijking willen verzoeken met betrekking tot de vaststelling van de taalkaders in het Fonds voor Beroepsziekten.

Een overzicht dienaangaande, uitgesplitst van niveau 1 tot en met 7, staat afgedrukt in het Belgisch Staatsblad van 3 september 1997, meer bepaald op de blz. 22596-22597.

We onthouden eruit dat het globale kader uit 284 eenheden bestaat, namelijk telkens één tweetalige op zowel de Nederlandstalige als de Franstalige taalrol, met daarnaast 155 betrekkingen in het Franstalige kader tegenover 127 in het Nederlandstalige of een verhouding van 55 % F en 45 % N.

Vanuit de demografische statistiek zijn ons inderdaad enkele regionale verschillen bekend, in die zin dat vooral Wallonië iets hogere waarden laat noteren op het vlak van de morbiditeit en de sterfte. Het doet er concreet voor zorgen dat de levensverwachting in Wallonië lager is dan in Brussel of in Vlaanderen.

Maar zelfs door hiermee rekening te houden, blijft men toch wel verrast door de uitgesproken verschillen inzake de taalkaders in het Fonds voor Beroepsziekten. Ze contrasteren immers compleet met wat in de lijn der verwachtingen ligt.

Vandaar enkele concrete vragen :

1. Hoe zijn deze taalverhoudingen te verklaren ?

2. Kan, per regio, aangeduid worden om hoeveel personen (mannen of vrouwen) het gaat die onder het Fonds voor Beroepsziekten ressorteren en dit voor de jaren 1980, 1985, 1990, 1995 en 1996 ?

3. Kan, meer bepaald voor 1995 en/of 1996, de leeftijdsspecifieke verdeling gepreciseerd worden per regio van de personen die onder het Fonds voor Beroepsziekten ressorteren ?

Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op zijn vraag te vinden wat betreft het Fonds voor de Beroepsziekten, een instelling van openbaar nut die onder mijn bevoegdheid staat.

1. Het taalkader van het Fonds voor de Beroepsziekten werd vastgesteld in functie van het reële werkvolume dat verbonden is aan de opdrachten van de instelling.

De verhouding tussen het aantal Nederlandstalige en het aantal Franstalige dossiers vloeit voornamelijk voort uit de schadeloosstelling voor de blijvende arbeidsongeschiktheid. Voor een aantal belangrijke beroepsziekten zoals de mijnwerkerspneumoconiosis, en beroepsdoofheid en de been- en gewrichtsziekten of angioneurotische ziekten veroorzaakt door vibrerende instrumenten, vergoedt het regime thans de gevolgen van beroepsziekterisico's die zich soms jaren geleden situeerden.

Gedurende lange tijd lag het aantal tewerkgestelde mijnwerkers in Wallonië beduidend hoger dan het aantal mijnwerkers tewerkgesteld in Limburg.

De schadeloosstelling voor blijvende arbeidsongeschiktheid voor de mijnwerkerspneumoconiosis beloopt nu nog 47 % van de vergoedingen die voor blijvende arbeidsongeschiktheid uitbetaald worden. Bij de schadeloosstelling van de rechthebbenden (weduwen, wezen...), beloopt die zelfs 86 %.

2. De hierna volgende tabel geeft, per regio, een overzicht van het aantal uitkeringen. Er werd een onderscheid gemaakt tussen uitkeringen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid en uitkeringen ingevolge het overlijden van het slachtoffer.

Verdeling van het aantal uitkeringen voor blijvende arbeidsongeschiktheid volgens woonplaats van de getroffenen :

Regio ­ Région 1980 1985 1990 1995 1996
Antwerpen. ­ Anvers 2 989 3 493 4 342 5 191 5 225
Brabant. ­ Brabant 3 277 3 343 3 598 4 083 4 110
Brussel-hoofdstad. ­ Bruxelles-capitale 1 340 1 323 1 327
Halle-Vilvoorde. ­ Hal-Vilvorde 650 805 817
Leuven. ­ Louvain 1 161 1 359 1 375
Nijvel. ­ Nivelles 447 596 591
West-Vlaanderen. ­ Flandre occidentale 1 070 1 438 1 815 2 257 2 305
Oost-Vlaanderen. ­ Flandre orientale 1 759 2 204 2 648 3 163 3 214
Henegouwen. ­ Hainaut 19 617 17 760 16 809 17 953 17 645
Luik. ­ Liège 9 780 10 284 10 919 12 457 12 502
Limburg. ­ Limbourg 9 170 9 683 10 628 11 272 11 194
Luxemburg. ­ Luxembourg 180 301 424 626 658
Namen. ­ Namur 1 638 1 755 1 825 2 421 2 456
Totaal België. ­ Total Belgique 49 480 50 352 53 008 59 423 59 309
Buitenland. ­ Étranger 10 457 11 261 10 303 8 666 8 394
Totaal. ­ Total 59 937 61 613 63 311 68 089 67 703

Van het totale aantal getroffenen die een uitkering krijgen voor blijvende arbeidsongeschiktheid zijn er 3,8 % vrouwen.

Verdeling van het aantal uitkeringen ingevolge overlijden van de getroffenen volgens woonplaats van de gerechtigden :

Regio ­ Région 1980 1985 1990 1995 1996
Antwerpen. ­ Anvers 416 541 711 834 857
Brabant. ­ Brabant 784 973 1 056 1 087 1 069
Brussel-hoofdstad. ­ Bruxelles-capitale 324 347 344
Halle-Vilvoorde. ­ Hal-Vilvorde 167 177 171
Leuven. ­ Louvain 405 407 392
Nijvel. ­ Nivelles 160 156 162
West-Vlaanderen. ­ Flandre occidentale 120 181 294 382 390
Oost-Vlaanderen. ­ Flandre orientale 269 446 550 599 606
Henegouwen. ­ Hainaut 5.265 5 472 5 437 5 287 5 198
Luik. ­ Liège 2 072 2 246 2 262 2 274 2 252
Limburg. ­ Limbourg 1 441 9 716 1 973 2 005 1 993
Luxemburg. ­ Luxembourg 31 45 52 71 63
Namen. ­ Namur 488 526 585 601 577
Totaal België. ­ Total Belgique 10 986 12 146 12 920 13 140 13 005
Buitenland. ­ Étranger 1 221 1 679 2 019 2 301 2 399
Totaal. ­ Total 12 207 13 825 14 939 15 441 15 404

Van het totale aantal rechthebbenden die een uitkering krijgen wegens het overlijden van de getroffene zijn er 2 % mannen.

3. De hierna volgende tabel geeft, per regio, een overzicht van de leeftijdspecifieke verdeling van de personen die onder het Fonds voor de Beroepsziekten ressorteren.

Er werd een onderscheid gemaakt tussen uitkeringen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid en uitkeringen ingevolge het overlijden van het slachtoffer. De evolutie van deze verhoudingen wordt in onderstaande tabel weergegeven.

Verdeling van het aantal uitkeringen voor blijvende arbeidsongeschiktheid volgens leeftijd en volgens woonplaats van de getroffenen (1996) :

Provincies
­
Provinces
- 20 20-29 30-39 40-49 50-59 60-69 70-79 80-89 + 90
Antwerpen. ­ Anvers 81 325 523 1 219 1 798 994 270 15
Brussel-hoofdstad. ­ Bruxelles-capitale 5 30 113 286 558 289 46 1
Vlaams-Brabant. ­ Brabant flamand 16 123 235 541 756 431 86 4
Waals-Brabant. ­ Brabant wallon 5 35 73 172 186 94 23 3
West-Vlaanderen. ­ Flandre occidentale 94 217 256 571 719 367 80 1
Oost-Vlaanderen. ­ Flandre orientale 1 84 235 382 786 1 009 565 142 10
Henegouwen. ­ Hainaut 39 318 1 641 3 570 6 675 4 649 713 40
Luik. ­ Liège 35 290 1 237 3 004 4 762 2 751 411 12
Limburg. ­ Limbourg 74 379 1 024 2 639 4 046 2 515 493 24
Luxemburg. ­ Luxembourg 6 31 112 190 225 82 12
Namen. ­ Namur 1 12 84 358 630 883 431 53 5
Totaal België. ­ Total Belgique 2 451 2 067 5 953 13 608 21 617 13 168 2 329 115
Buitenland. ­ Étranger 1 13 67 435 3 445 3 836 582 15
Totaal. ­ Total 2 452 2 080 6 020 14 043 25 062 17 004 2 911 130

Verdeling van het aantal uitkeringen ingevolge overlijden van de getroffenen volgens leeftijd en volgens woonplaats van de gerechtigden (1996) :

Provincies
­
Provinces
- 20 20-29 30-39 40-49 50-59 60-69 70-79 80-89 + 90
Antwerpen. ­ Anvers 21 8 12 22 84 199 320 167 24
Brussel-hoofdstad. ­ Bruxelles-capitale 21 11 2 10 27 88 123 55 7
Vlaams-Brabant. ­ Brabant flamand 7 10 2 9 41 104 227 140 23
Waals-Brabant. ­ Brabant wallon 2 1 2 1 8 39 67 39 3
West-Vlaanderen. ­ Flandre occidentale 4 4 4 11 36 106 139 76 10
Oost-Vlaanderen. ­ Flandre orientale 12 10 4 15 46 158 231 107 23
Henegouwen. ­ Hainaut 58 33 29 67 210 1 365 2 151 1 133 152
Luik. ­ Liège 23 16 10 36 109 598 948 458 54
Limburg. ­ Limbourg 16 12 20 26 75 406 866 514 58
Luxemburg. ­ Luxembourg 6 1 1 5 17 19 12 2
Namen. ­ Namur 8 9 7 12 28 154 229 115 15
Totaal België. ­ Total Belgique 178 114 93 210 669 3 234 5 320 2 816 371
Buitenland. ­ Étranger 39 8 6 17 142 908 954 307 18
Totaal. ­ Total 217 122 99 227 811 4 142 6 274 3 123 389