(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De vertegenwoordigers van de rijkswachtvakbonden verklaarden tijdens de hoorzittingen van de senaatscommissie Binnenlandse Zaken dat de rijkswacht de laatste jaren een strategie en beleid gevoerd heeft die gericht waren op het versterken van de rijkswacht op plaatsen waar de gemeentepolitie zwak was. Op plaatsen waar er een sterk gemeentelijk politiekorps aanwezig is heeft de rijkswacht zich toegelegd op terreinen waar de gemeentepolitie minder interesse voor had. In de landelijke gemeenten heeft de rijkswacht zich toegespitst op basispolitiezorg. De brigadecommandanten werden door het commando aangemaand om reguliere contacten te onderhouden met de lokale burgerlijke autoriteiten. In sommige gevallen pakte de brigadecommandant voor de gemeenteraad uit met een heus beleidsplan. Het doel was de basispolitiezorg van de rijkswacht zoveel mogelijk lokaal te verankeren en te verzekeren.
Welke maatregelen neemt de geachte minister om ertoe te komen dat de gemeentepolitie overal voldoende uitgebouwd wordt in plaats van de rijkswacht in de « zwakke » gemeenten uit te bouwen ?
Antwoord : Het geachte lid vindt een antwoord op zijn vragen in de algemene beleidsverklaring van de regering d.d. 7 oktober 1997, waar in bijlage 3 de voorgestelde reorganisatie van de politie wordt toegelicht. Hierna volgen enkele uittreksels uit deze verklaring.
Een politiestructuur stelt zich in de eerste plaats tot doel ten dienste te staan van de bevolking. Het kan niet dat door onderlinge concurrentie tussen politiediensten of politieambtenaren de dienstverlening aan de bevolking in het gedrang komt. Door de regering werd met het introduceren van de interpolitiezones reeds een belangrijke stap gezet met betrekking tot het wegwerken van de concurrentie tussen de politiediensten op lokaal vlak. In dit ontwerp (van politiestructuur) wordt dit samenwerkingsmodel op lokaal vlak nog verder uitgewerkt.
Het veiligheidsbeleid wordt per interpolitiezone vastgelegd in een zonaal veiligheidsplan, waarop de algemene werking van de lokale politieambtenaren binnen de zone wordt gestoeld. In deze interpolitiezones werken de gemeentepolitie en de zonale afdeling van de nationale politie samen om alle taken van de basiscomponent te verzekeren. Een doeltreffende samenwerking tussen beide politiediensten op lokaal niveau zal gebaseerd zijn op afspraken tijdens het vierhoeksoverleg dat plaatsvindt binnen de lokale politieraad. De bevoegdheden van de burgemeester ter attentie van de zonale afdelingen van de nationale politie zullen bovendien worden versterkt.
De politiediensten werken onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de overheden die daartoe door of krachtens de wet worden aangewezen. Het zijn de politieoverheden die het beleid vastleggen. De politiediensten dragen bij tot dat beleid en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.
Het politiebeleid dient te worden bepaald na overleg en wordt regelmatig geėvalueerd. Het zonale vierhoeksoverleg in de lokale politieraad bereidt het zonale veiligheidsplan voor. Hierin worden de aan te pakken problemen, de prioriteiten, de termijnen, de middelen en de werkwijze (aard en draagwijdte) bepaald, rekening houdend met het beleid van de burgemeester en van de procureur des Konings, en met het federaal plan. De lokale politieraad waakt over de correcte uitvoering van dit plan.
Van zowel de gerechtelijke overheden als van de bestuurlijke overheden wordt in de nieuwe structuur meer verantwoordelijkheid en controle vereist. Zij moeten ervoor instaan dat het werk van de politieambtenaren gebeurt in alle doorzichtigheid tussen politiediensten en overheden en dat de garantie gegeven wordt dat kwaliteitsvol werk afgeleverd wordt.
Gelet op het voorgaande is het duidelijk dat via het vierhoeksoverleg beide politiediensten die op lokaal vlak bevoegdheden hebben, gelijkwaardige partners zijn en dat eventuele initiatieven naar bepaalde gemeenten toe binnen dit overlegkader dienen te gebeuren.