Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-60

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Tewerkstelling en Arbeid, belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen

Vraag nr. 101 van de heer Anciaux d.d. 12 september 1997 (N.) :
Wegvervoer. ­ Dagelijkse prestatie. ­ Formulier van de werkgever. ­ Controles.

De controle op het door de werkgever in te vullen « dagelijkse prestatie »-formulier valt onder de bevoegdheid van de Inspectie van de Sociale Wetten. Uit de praktijk blijkt dat met dit « dagelijks prestatie »-formulier in zeer grote mate geknoeid wordt door de werkgever.

Vrachtwagenchauffeurs krijgen immers pas hun loon als zij hun goedkeuring geven aan dit door de werkgever ingevulde formulier. Daar zij in een zwakke positie staan ten opzichte van hun werkgever worden zij via dit formulier vaak uitgebuit.

Van de geachte minister had ik graag op de volgende vragen een antwoord verkregen :

1. Is de geachte minister zich bewust van de fraudegevoeligheid van het « dagelijkse prestatie »-formulier en de kracht die dit geeft aan een werkgever ? Gaat de geachte minister ervoor zorgen dat dit formulier vervangen zal worden door een efficiënter systeem ?

2. Op welke manier worden de fraudegevoelige « dagelijkse prestatie »-formulieren door de Inspectie van de Sociale Wetten gecontroleerd ? Hoeveel controles werden er in 1994, 1995 en 1996 uitgevoerd ? Hoeveel overtredingen werden er hierbij vastgesteld ? Om welke overtredingen ging het hier dan ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

1. Betreffende het gebruik van het dagelijks prestatieblad :

Het dagelijks prestatieblad waarop het geachte lid alludeert is geen sociaal document maar een controledocument ingevoerd door de sociale partners vertegenwoordigd in de schoot van het paritair comité in de uitoefening van hun autonoom initiatiefrecht inzake het opstellen van sectoriële collectieve arbeidsovereenkomsten.

Dergelijke CAO's zijn in feite contracten afgesloten tussen alle betrokken partijen : in dit geval de representatieve werkgeversfederaties uit de goederenvervoersector en de vakbonden.

In casu betreft het de CAO van 25 januari 1985, gewijzigd door de CAO van 9 december 1988, betreffende de arbeidsvoorwaarden en de lonen van de bemanningsleden tewerkgesteld in de ondernemingen van goederenvervoer over de weg voor rekening van derden.

Beide CAO's werden bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard, respectievelijk het koninklijk besluit van 22 juli 1985 en van 14 augustus 1989.

Volgens de bepalingen van de laatstgenoemde CAO van 9 december 1988 (artikel 3) wordt het dagelijks prestatieblad door de (contracterende) partijen erkend als het enige instrument naar hetwelk mag teruggegrepen worden ingeval van betwisting van de bezoldiging.

De CAO's van 25 januari 1985 en 9 december 1988, voormeld, hebben aanleiding gegeven tot kritische commentaren inzake de bewijslastregeling en de moeilijkheden in verband met het dagelijks prestatieblad; in die zin : de noot van de professoren Rigaux en Humblet onder het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen, d.d. 3 juni 1988 (Rechtskundig Weekblad 1988-1989, nr. 9, 29 oktober 1988) en de bijdrage van S. Lossy in Orientatie , 4 april 1991, blz. 97 e.v.

2. Controle op het dagelijks prestatieblad :

Wanneer de Inspectie van de Sociale Wetten geconfronteerd wordt met een door beide partijen ondertekend document wordt de schijn gewekt dat de verloning correct is geschied.

Evenwel kunnen werknemers bij deze dienst te rade gaan of eventueel een onderzoek aanvragen. In dat geval alsook wanneer de inspectie vermoedt dat de loongegevens op de loonfiche of de individuele rekening onderschat zijn, gaat zij hier dieper op in.

De contractueel geregelde bewijslevering vervat in het dagelijks prestatieblad kan niet ingeroepen worden tegen de inspectiedienst die aan de hand van alle andere beschikbare gegevens, onder andere prikkaarten, vervoersdocumenten en tachygraafschijven, het reële recht op verloning kan toetsen aan het dagelijks prestatieblad en de loonafrekening.

Bij haar controles legt de inspectie zich in de mate van het mogelijke toe op het opsporen van de andere bewijselementen die de arbeidstijd, de overbruggingstijd en de rusttijden, evenals de EEG-rij- en rusttijden, met grotere zekerheid aantonen.

Het is ook vermeldenswaard dat binnen de EU-Verkeersministerraad overeenstemming werd bereikt in verband met de verplichte invoering vanaf 1 juli 2000 van een nieuw digitaal controle-apparaat, met massageheugen, ter vervanging van de klassieke tachygraaf en met betere registratiemogelijkheden dan deze laatste.

3. Statistische controlegegevens :

De Inspectie van de Sociale Wetten beschikt niet over statistieken die uitsluitend betrekking hebben op controles en vaststellingen in verband met het dagelijks prestatieblad. Het beschikbare statistisch materiaal beslaat een ruimer domein, onder andere de naleving van de EEG-verordeningen 3820/85 en 3821/85 en de CAO-verplichtingen inzake minimumloon, vergoedingen, premies en arbeidsduur.

De beschikbare statistieken worden weergegeven in het antwoord op vraag nr. 102 d.d. 12 september 1997 van het geachte lid.