Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-74

ZITTING 1997-1998

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1025 van mevrouw Thijs d.d. 30 april 1998 (N.) :
Slachtoffers van mensenhandel. Recht op een verblijfsvergunning.

Mensenhandel was een aantal jaren geleden een thema dat iedereen beroerde. Het boek van Chris de Stoop heeft ervoor gezorgd dat een beleid uitgewerkt werd ter bestrijding van de mensenhandel.

Naar aanleiding van dit nieuwe beleid werden richtlijnen uitgevaardigd aan de Dienst Vreemdelingenzaken, de parketten, de politiediensten, de inspectie van de sociale wetten en de sociale inspectie, die een weerspiegeling waren of zijn van de omzendbrief betreffende de aangifte van verblijfs- en arbeidsvergunningen aan vreemdelingen, slachtoffers van mensenhandel, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 7 juli 1994.

In deze richtlijnen spreekt men over een dynamische samenwerking tussen politiediensten, inspectiediensten en parketten enerzijds en de gespecialiseerde onthaalcentra anderzijds. Deze dynamische samenwerking is van het allergrootste belang en dient optimaal te zijn opdat de slachtoffers van mensenhandel de juiste behandeling krijgen.

In het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie wordt gesteld dat een procedure opgestart kan worden door het slachtoffer bij de Dienst Vreemdelingenzaken om een verblijfsvergunning voor onbepaalde duur te bekomen indien de verklaring of de klacht geleid heeft tot een dagvaarding voor de rechtbank en de verklaring of klacht van betekenisvol belang is voor de procedure.

Op dit ogenblik zijn er vijf slachtoffers van mensenhandel die ook vandaag nog actief meewerken aan een onderzoek dat reeds tot zeer positieve resultaten leidde en nog steeds leidt.

Mijn vragen aan de geachte minister zijn de volgende :

1. Hebben deze mensen recht op een verblijfsvergunning van onbeperkte duur ?

2. Hebben de mensen werkzaam op de cel Mensenhandel van de rijkswacht hierin inspraak ?

3. Wie hakt de uiteindelijke knoop door en beslist of deze slachtoffers al dan niet uitgewezen worden ?