Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-76

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1010 van de heer Vandenbroeke d.d. 10 april 1998 (N.) :
Reglementering van de fiscale aftrekbaarheid.

Het gegeven van de fiscale aftrekbaarheid, ingegeven door het feit dat er om diverse redenen personen ten laste zijn of kunnen zijn, vraagt als vanzelf om een meer punctuele opvolging.

Wanneer namelijk het ten laste zijn komt te vervallen, respectievelijk in bijvoorbeeld februari dan wel in november, wordt dit telkens op dezelfde manier en dus voor een gans jaar als vervallen en onbestaande verrekend. Nochtans gaat het hierbij om een wezenlijk tijdsverschil.

Vandaar de concrete vraag of dit tijdsgegeven niet op een meer punctuele wijze kan ingebracht worden, bijvoorbeeld door een semestrieel, een trimestrieel of eventueel zelfs een maandelijks onderscheid in aanmerking te nemen ? Het kan, met de apparatuur die thans in de administratie voorhanden is, toch geen onoverkomelijk probleem vormen om de aftrekbaarheid verder te fragmenteren in plaats van enkel met « volle jaren » te werken die enkel met de bestaande situatie op het einde van het jaar rekening houden.

Antwoord : Een van de klassieke regels inzake belastingtechniek schrijft voor dat de belastingwetgeving zo eenvoudig mogelijk moet zijn.

Welnu, het is deze regel die ertoe geleid heeft steeds de gezinstoestand in aanmerking te nemen zoals hij zich voordoet op een vast tijdstip, met name op 1 januari van het aanslagjaar, en dit ongeacht de schommelingen die zich tijdens het belastbaar tijdperk voordoen.

Alhoewel bij de keuze van een vaste datum de gevolgen voor de enen voordelig en voor de anderen nadelig kunnen zijn, zal de huidige vaste datum vooral ten goede komen aan de jonge gezinnen (inzonderheid bij de geboorte van een kind), welke vaak ook economisch de zwaksten zijn.

Een wijziging van de betrokken wettelijke bepalingen in de door het geachte lid gewenste zin lijkt mij dan ook niet opportuun.