1-185

1-185

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 14 MAI 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 14 MEI 1998

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER VAUTMANS AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN OVER « DE VOORSTELLEN VOOR DE KREDIETVERDELING VAN DE REGIE DER GEBOUWEN »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. VAUTMANS AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR SUR « LES PROPOSITIONS RELATIVES À LA RÉPARTITION DES CRÉDITS DE LA RÉGIE DES BÂTIMENTS »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Vautmans.

Het woord is aan de heer Vautmans.

De heer Vautmans (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, onlangs stelde de minister van Binnenlandse Zaken het fysiek programma 1998-1999 voor de rijkswacht voor aan minister Flahaut van Ambtenarenzaken, bevoegd voor de Regie der Gebouwen.

In de voorstellen van de kredietverlening voor de rijkswacht springt onmiddellijk in het oog dat er een nul staat bij de kredieten voor Limburg. Nul is niets. Limburg ligt blijkbaar te ver van Vlaams-Brabant om er te investeren, want voor Vlaams-Brabant wordt in een krediet van maar liefst 182,3 miljoen frank voorzien.

Een vergelijking tussen het Vlaamse en het Waalse landsgedeelte leert ons dat er voor Vlaanderen 260,1 miljoen wordt ingeschreven waarvan 182,3 miljoen voor Vlaams-Brabant en voor Wallonië 440 miljoen. Brussel moet het ingevolge de zogenaamde cohabitatieprojecten stellen met 206,6 miljoen. Deze verdeling roept vragen op.

Welke cohabitatieprojecten worden momenteel respectievelijk voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel besproken ? Voor welke projecten werden reeds definitieve overeenkomsten gesloten ? Zijn er duidelijke richtlijnen voor de bespreking van die projecten, zo ja welke ? Verlopen de besprekingen gelijklopend in Vlaanderen, Wallonië en Brussel ?

Welke kredieten zijn voor de rijkswacht gepland in de periode 1998, 1999 en 2000 ? Is er voor de verdeling van deze kredieten rekening gehouden met het aantal rijkswachtbrigades in Vlaanderen, Wallonië en Brussel ? Hoeveel rijkswachtbrigades tellen respectievelijk Vlaanderen, Wallonië en Brussel ?

Is voor deze cohabitatieprojecten in een speciaal krediet voorzien en hoe wordt het verdeeld tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Tobback.

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, om aan de wil tot samenwerking tussen de lokale politiediensten gestalte te geven heeft de regering beslist de gemeenschappelijke behuizing te stimuleren. Dit probleem werd reeds op de Ministerraden van 16 februari en 6 maart uitgebreid besproken. Het dossier werd evenwel tot op heden niet definitief beslecht.

Indien de thans aan gang zijnde besprekingen over deze nieuwe vorm van behuizing tot een goed einde kunnen worden gebracht, zal dat uiteraard belangrijke gevolgen hebben voor dit soort beslissingen. Dat is een reden temeer om nog geen definitieve beslissing te nemen.

In eerste instantie zullen de projecten die van de Regie der Gebouwen geen budgettaire inspanning vragen, worden voorgelegd aan de minister bevoegd voor de Regie. Twee zaken moeten goed uit elkaar worden gehouden. Er is sprake van cohabitatieprojecten. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Middelkerke in Vlaanderen. Naast de cohabitatieprojecten is er natuurlijk ook het fysiek programma 1998-1999 voor de rijkswacht, inbegrepen de infrastructuurwerken noodzakelijk voor de implementatie van het Astridnetwerk, dat binnenkort in de Senaat zal worden besproken aangezien het wetsontwerp werd geëvoceerd. Dat fysiek programma vergt een inspanning van de Regie voor 1998-1999. De bedragen die de heer Vautmans citeert hebben waarschijnlijk daarop betrekking. Daarbovenop komen nog cohabitatieprojecten die een investering vergen van de Regie en waarvoor de regering, in het kader van het meerjarenplan Justitie-Veiligheid, voor de eerstvolgende drie jaar een supplementair budget heeft vastgelegd van ongeveer 150 miljoen per jaar. Voor 1998 bedraagt het budget voor het fysiek programma voor de rijkswacht 840 miljoen en voor 1999 1,02 miljard. Kortom, eigenlijk werd er nog geen fysiek programma voorgelegd. Er werden wel kredieten aangevraagd en de besprekingen met de bevoegde minister moeten nog beginnen.

Het is bijgevolg nog te vroeg nu reeds een definitieve opsomming te geven van projecten die in aanmerking komen. De selectie van deze projecten zal gebeuren op grond aan een aantal criteria die nog met de bevoegde minister moeten worden besproken. Er zal vanzelfsprekend een gelijkmatige verdeling worden nagestreefd tussen de verschillende regio's van het land. Ik kan echter niet garanderen dat alles in één jaar zal zijn gerealiseerd. Het gaat om een meerjarenplan.

Er moeten nog enkele praktische juridische problemen worden geregeld met betrekking tot de huur en/of de inbezitstelling van bepaalde lokalen of gedeelten van gebouwen die eigendom zijn van de staat of van de gemeente. Er moet vooral rekening worden gehouden met de reële behoeften en prioriteiten inzake infrastructuur. De regio Limburg beschikt zeker niet over de meest onaangepaste infrastructuur. De nieuwe rijkswachtkazerne in Hasselt bijvoorbeeld is een prachtig, zeer functioneel, tamelijk recent gebouw.

De heer Vautmans vroeg hoeveel rijkswachtbrigades er zijn. In Vlaanderen zijn er dat 210, in Wallonië 207 en in Brussel 10.

Bij de beoordeling moeten we een onderscheid maken tussen drie verschillende concepten. In de eerste plaats is er de cohabitatie, die in het plan « veiligheid en justitie » werd opgenomen. Hiervoor werd een budget van 150 miljoen vrijgemaakt. Vervolgens is er het normale jaarlijkse fysiek programma voor de rijkswacht. Ten derde is er de vrijwillige samenwerking tussen de Regie der Gebouwen en de steden. In dit verband staan er in Gent en Leuven projecten in de steigers. Deze projecten monden uit in een cohabitatie. In Leuven was de rijkswacht van plan om 240 miljoen te investeren in de vernieuwing van haar kazerne in de Dagobertstraat. Het stadsbestuur heeft een gezamenlijk project voorgesteld waarbij elke partij 200 miljoen inbrengt. Daarop zou nog eens 50 miljoen komen om ook de gerechtelijke politie in het gebouw onder te brengen. Dit is een goede zaak voor de Regie der Gebouwen want ze kan de gronden, waarop de huidige rijkswachtkazerne staat, verkopen. De opbrengst hiervan vinden we niet terug in de aangehaalde 150 miljoen. Het is een regeling tussen de overheid en het stadsbestuur die tot een besparing voor beiden leidt.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Vautmans.

De heer Vautmans (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, als ik de vice-eerste minister goed heb begrepen worden noch voor de begroting 1998 noch voor de begroting 1999 bijkomende kredieten vrijgemaakt. Er zal dus in 1998 weinig gebeuren. Als half mei nog moet worden begonnen met het opstellen van het fysiek programma en er nog budgetten moeten worden vastgelegd, dan komt men er niet. Ik heb ervaring genoeg in de sector van de openbare werken en met de Regie der Gebouwen om dit te weten. De vice-eerste minister zegt dus eigenlijk dat er in 1998 niets zal worden verwezenlijkt.

De voorzitter . ­ Het woord is aan vice-eerste minister Tobback.

De heer Tobback , vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, ik denk dat de heer Vautmans zich vergist. Er moet niet eerst een verdeling worden vooropgesteld vooraleer er plannen kunnen worden gemaakt. Er liggen veel plannen op tafel. Het fysiek programma is een doorlopend proces waarbij op een gegeven moment wordt gekozen uit een aantal projecten.

In het fysiek programma 1998 wordt uitgevoerd wat vorig jaar werd vastgelegd. Wat dit jaar wordt vastgelegd zal volgend jaar worden gerealiseerd.

Ook in het cohabitatieprogramma zijn er projecten klaar om te worden uitgevoerd. Ik denk in dit verband aan een project in Middelkerke, maar er zijn er een viertal andere. Aan deze projecten wordt 150 miljoen besteed en in de meeste gevallen is de gemeente bouwheer. Als minister Flahaut, verantwoordelijk voor de Regie der Gebouwen, morgen zijn goedkeuring verleent, kan er worden gestart. Ik zie dan ook niet in waarom er een oponthoud zou zijn.

Op het einde van het jaar zal ik over deze problematiek nog eens met de heer Vautmans spreken.

De heer Vautmans (VLD). ­ Dat zullen we zeker doen.

De voorzitter . ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.