1-182

1-182

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 30 AVRIL 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 30 APRIL 1998

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER OLIVIER AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN OVER « DE MOORD OP DE WEST-VLAAMSE MISSIEZUSTER ANNA DESRUMEAUX IN NGANZA OP WITTE DONDERDAG »

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER PH. CHARLIER AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN OVER « DE BESCHULDIGINGEN OVER DE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE PLAATSELIJKE AUTORITEITEN VAN KANANGA (DRC) IN DE MOORD OP EEN BELGISCHE NON »

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER HOSTEKINT AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN OVER « DE MOORD OP EEN BELGISCHE MISSIEZUSTER IN KANANGA (CONGO) »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. OLIVIER AU MINISTRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES SUR « L'ASSASSINAT DE LA MISSIONNAIRE ANNA DESRUMEAUX, ORIGINAIRE DE FLANDRE OCCIDENTALE, À NGANZA, LE JEUDI SAINT »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. PH. CHARLIER AU MINISTRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES SUR « LES ACCUSATIONS DE RESPONSABILITÉ DES AUTORITÉS LOCALES DE KANANGA (R.D.C.) DANS LE MEURTRE D'UNE RELIGIEUSE BELGE »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. HOSTEKINT AU MINISTRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES SUR « L'ASSASSINAT D'UNE MISSIONNAIRE BELGE AU KANANGA (CONGO) »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Olivier aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Ik stel voor de vragen om uitleg van de heer Philippe Charlier en van de heer Hostekint eraan toe te voegen.

Je vous propose d'y joindre les demandes d'explications de M. Philippe Charlier et de M. Hostekint.

Het woord is aan de heer Olivier.

De heer Olivier (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, op Witte Donderdag werd in Nganza, een arme volksbuurt in de buurt van Kananga, de West-Vlaamse missiezuster Anna Desrumeaux vermoord. Volgens de informatie waarover we beschikken, konden vier van haar medezusters van de Congregatie der Zusters van Liefde in Heule aan de dood ontsnappen. Wat aanvankelijk leek op een roofmoord, blijkt volgens de getuigenissen van de medezusters, die inmiddels naar België zijn teruggekeerd, veeleer een complot te zijn geweest.

Intussen is immers geweten dat zuster Desrumeaux als vicaris van de plaatselijke missiepost het gezag van haar school niet zo maar uit handen wilde geven. Volgens een persbericht dat ons gisteren bereikte, werden vijf soldaten gearresteerd als verdachten in deze moordaanslag. Deze arrestatie bevestigt het vermoeden van de overlevende zusters.

Twee weken geleden, op 20 april, kwam mevrouw Jenny Koustoff uit Elsene bij een inbraak om het leven in Kinshasa. Ze was er op bezoek bij haar twee zonen die als diamantair in Congo werkzaam zijn. In bijkomende orde betreft mijn vraag ook deze moordzaak.

Van de minister had ik graag vernomen hoever het inmiddels staat met het onderzoek naar de moord op zuster Desrumeaux. Wat is de invloed van beide zaken op de diplomatieke verhoudingen van ons land met Congo ? Welke rechtstreekse of diplomatieke contacten werden er gelegd met de Congolese overheid ? Heeft de minister van Buitenlandse Zaken de ambassadeur van Congo in België reeds bij zich ontboden ? Indien er gesprekken met de Congolese overheid hebben plaatsgevonden, heeft de minister dan garanties gekregen opdat het onderzoek naar het complot achter deze moorden geen gewelddadige reacties zou uitlokken tegenover andere missieposten ? Beschikt de minister over voldoende garanties voor de veiligheid van onze landgenoten in Congo ? Zo neen, welke maatregelen is de minister zinnens te nemen ? Kan in deze zaken desgevallend een vordering tot schadeloosstelling worden ingesteld ?

M. le président. ­ La parole est à M. Philippe Charlier.

M. Ph. Charlier (PSC). ­ Monsieur le président, la presse et les médias se sont récemment fait l'écho du meurtre d'une religieuse belge de l'ordre des Soeurs de la Charité de Heule lors de l'attaque de leur mission à Nganza dans la province de Kananga. Les religieuses survivantes ont accusé les autorités locales, et particulièrement le gouvernement et le bourgmestre de Kananga, d'être responsables de la mort de leur consoeur.

Il semble que les incidents se soient multipliés au cours du mois d'avril pour arriver à une attaque armée de la mission, le 9 avril 1998, attaque au cours de laquelle soeur Anne Desrumeaux fut assassinée.

Les massacres dans la république démocratique du Congo continuent et ne s'expliquent pas facilement. Même si le secrétaire général de l'O.N.U. Kofi Annan le reconnaît en décidant de retirer la mission d'enquête sur les massacres présumés de réfugiés rwandais. Le chilien Roberto Garreton est persuadé que la vérité sera connue, mais les meurtres continuent et le régime Kabila tente par tous les moyens d'effacer les traces. Les risques sont donc réels.

Avez-vous, monsieur le ministre, des garanties pour les autres citoyens belges se trouvant en république démocratique du Congo ? Ne craignez-vous pas d'autres actions sanguinaires contre d'autres missions ? On a l'impression qu'un climat anti-belge se développe; si tel était le cas, quelles conséquences politiques et diplomatiques en tireriez-vous ?

Vous avez déclaré à l'époque que le crime était probablement de nature crapuleuse et sans connotation politique. Les nouvelles informations avancées par les religieuses semblent modifier la perception de la situation. Il semble que l'école privée gérée par les religieuses soit l'enjeu des incidents.

Pouvez-vous, monsieur le ministre, nous informer plus complètement des causes et des circonstances du meurtre de soeur Desrumeaux ? Est-il confirmé que des autorités publiques congolaises seraient impliquées dans ce meurtre ? Quelles dispositions avez-vous prises pour tirer au clair les accusations répercutées par les médias ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Hostekint.

De heer Hostekint (SP). ­ Mijnheer de voorzitter, de vorige sprekers hebben de feiten reeds geschetst. De moord op de missiezuster Desrumeaux en de moord op een andere Belgische vrouw vallen in een periode waarin de relaties tussen België en Congo in een crisis verkeren. Begin deze maand was er een forse diplomatieke rel. Na de ontdekking van wapens in het Belgische consulaat werd ons land er door de kabinetschef van de minister van Informatie van beschuldigd een terroristische staat te zijn. Bovendien hebben tal van recente gebeurtenissen in Congo ervoor gezorgd dat de hele internationale gemeenschap bijzonder argwanend toekijkt nu het jaar van het voordeel van de twijfel dat Kabila werd toegekend, voorbij is.

Ik verwijs hier naar het buiten de wet stellen van de belangrijkste mensenrechtenorganisatie AZADHO, het verbannen van oppositieleider Tshisekedi en het opmaken van zwarte lijsten van opposanten van het regime van Kabila. Al deze elementen wijzen erop dat het democratiseringsproces in Congo steeds verder achteruit gaat. Bovendien werd de VN-commissie, die maandenlang moeilijkheden ondervond bij het onderzoek van de moordpartijen op Rwandese Hutu-vluchtelingen, onlangs teruggeroepen en kwam er een vernietigend VN-rapport over de mensenrechten in Congo. De aanhouding gisteren van vijf Congolese militairen die verdacht worden van de moord op de missiezuster, bevestigen de overtuiging dat de legerhervorming in Congo zeer moeizaam verloopt. Als gevolg daarvan blijven de spanningen bestaan.

In die omstandigheden is het niet alleen noodzakelijk de betrekkingen tussen ons land en Congo, bijna een jaar na de machtsovername door president Kabila, grondig te evalueren, zoals de minister vorige week heeft aangekondigd. Samen met de collega's Charlier en Olivier meen ik echter dat we ons ook vragen moeten stellen over de veiligheid van onze landgenoten in Congo. Ik ben er trouwens van overtuigd dat ook de minister permanent bezorgd is om deze veiligheid.

Graag stel ik de minister de volgende vragen. Vorige week heeft de minister een onderhoud gehad met de collega's van de vermoorde missiezuster. Wat zijn de resultaten daarvan en welke veiligheidsmaatregelen heeft de minister eventueel reeds overwogen ? Heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken via diplomatieke kanalen inmiddels een verder onderzoek gevraagd aan de Congolese autoriteiten ? Indien de uitleg van de Congolese autoriteiten niet volstaat, zal de minister de Belgische ambassade dan opdragen een eigen onderzoek naar de moord op de missiezuster in Kananga en eventueel ook naar de moord op een Belgische vrouw te doen ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Derycke.

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, het is niet overdreven te verklaren dat de moord op de Belgische missiezuster en die op mevrouw Koustoff niet van die aard zijn dat ze de reeds moeilijke relatie tussen Congo en België versoepelen. Integendeel ! De Belgische regering tracht echter haar kalmte te bewaren. Ze is immers ten zeerste bezorgd om de Congolese bevolking die zich in een meer dan penibele situatie bevindt. Ik kan geen beter voorbeeld daarvan geven dan dat van de vermoorde zuster zelf. Samen met haar collega's heeft ze heel haar leven gewijd aan het helpen van de Congolezen en dit in vaak moeilijke omstandigheden.

Ze werd vermoord in de omgeving van Kananga, op de plaats waar ze meer dan twintig jaar werkte, waar ze TBC- en aidspatiënten hielp verzorgen en waar ze een school open hield.

Van meet af aan vonden we het onze plicht de zaak te onderzoeken. De moord heeft in de kloostergemeenschap en ook daarbuiten heel wat beroering veroorzaakt en er bestaat in ons land nog diep respect voor mensen die zich opofferen.

À l'annonce du meurtre et en l'absence d'indications d'un crime à connotation politique, il semblait s'agir à première vue d'une sorte d'agression crapuleuse.

Les soeurs ne pouvaient sans doute pas fournir d'indications depuis Kananga, notamment parce que cette information aurait dû transiter par les ondes et que la confidentialité n'était pas et n'est toujours pas garantie.

Dès les premiers instants, nous avons réalisé qu'elles ne pouvaient pas parler. Nous avons tout de même acquis une certaine expérience lors des récents conflits avec le Congo. Ce n'est que lorsque les Belges débarquent à Zaventem ou à Melsbroek qu'ils commencent à parler.

Ce n'est d'ailleurs que dans l'intimité de la résidence de l'ambassadeur de Belgique, et juste avant leur départ pour la Belgique, que les soeurs ont pu situer ce meurtre dans son contexte, celui d'une tension croissante avec les autorités locales au sujet de la propriété d'une école et de sa gestion.

We hebben onze ambassadeur opgedragen de Congolese autoriteiten te vragen ons gedetailleerd in te lichten over de omstandigheden van de moord. We zullen zien hoe ze daarop reageren. We hebben er onze ongerustheid over geuit dat de overheden in Kananga de openbare orde niet voldoende verzekeren en de missiezusters onvoldoende hebben beschermd na de eerste overval op 8 april. Het leger was van heinde noch van verre te zien om de zusters te beschermen. Dat is een objectief probleem in verband met de verantwoordelijkheid van de lokale overheden.

Eergisteren heb ik de Congolese ambassadeur te Brussel in herinnering gebracht dat we opheldering willen over deze moord. Mevrouw Kasavubu is van goede wil, maar de vraag is wat ze kan of mag overbrengen en hoe dat zal worden vertaald. Ik heb het niet alleen over zuster Desrumeaux gehad, maar ook over mevrouw Koustoff, over de wapens en over het feit dat Congo België een terroristische staat noemt.

België heeft heel wat problemen met Congo. Nochtans is het het enige land dat door ons zo grondig wordt geholpen. Dat is contradictorisch. Congo maakt het leven van de weinige vrienden die het heeft zuur. Ik begrijp dat niet.

De Congolese radio heeft, zoals de heer Olivier zei, gemeld dat er vijf militairen die verdacht worden van moord werden aangehouden. De Belgische ambassade kreeg evenwel nog geen officiële bevestiging van deze arrestaties.

Op woensdag 22 april hebben we de zusters ontvangen en hebben we afgesproken om de precieze omstandigheden van de feiten samen te omschrijven en er een juridisch document over te maken. De kloosterlingen hebben nog een brief van zuster Desrumeaux die een belangrijk stuk kan zijn. De juridische dienst van Buitenlandse Zaken zal een overzicht van de feiten maken.

Als de Congolese overheid terzake een onderzoek instelt, moet worden nagegaan wanneer en of het nuttig is dat de kloostergemeenschap een klacht indient bij het parket van Kortrijk. Nu werken we aan een juist verslag van de feiten. De Belgische ambassade zal wellicht volgende week naar Kananga vertrekken om na te gaan wat daar precies gebeurd is.

Ik wilde ook nagaan of er een relatie bestond tussen het overlijden van zuster Desrumeaux in Kananga en de moord op mevrouw Koustoff in Kinshasa.

Le décès de Mme Koustoff semble être imputable à des voleurs qui se seraient introduits dans l'appartement de son fils pour dérober divers objets.

Mme Koustoff était ligotée et baillonnée. Les causes précises de sa mort doivent encore être déterminées. La police et le parquet ont effectué les devoirs d'enquête. Par ailleurs, l'ambassade reste en contact permanent avec le procureur général de la République.

Hoe moeten we deze gebeurtenissen analyseren ? Ze vonden in Kinshasa en in Kananga plaats, op enkele duizenden kilometer van elkaar. Daarom is een relatie tussen beide gebeurtenissen onwaarschijnlijk. Ze zullen waarschijnlijk ook geen directe invloed hebben op de diplomatieke relaties tussen België en Congo. België heeft er alle belang bij goede diplomatieke relaties met Congo te behouden. Die relaties zijn immers voor België de enige manier om contact te houden met dit « regime », zoals ik het noem. Wie het zachter wil uitdrukken verkiest waarschijnlijk de term « regering ». Natuurlijk dragen deze gebeurtenissen bij tot de negatieve beeldvorming over Congo.

Staatssecretaris Moreels van Ontwikkelingssamenwerking en ikzelf trachten steeds bij ons Congobeleid rekening te houden met het standpunt van het Parlement. We weten hoever we in ons optreden kunnen gaan en willen niet tegen de wil van het Parlement of de publieke opinie ingaan. Deze laatste heeft natuurlijk, zoals de heer Hostekint opmerkte, geen goed oog in de huidige gebeurtenissen.

De regering is niet bereid zomaar toegevingen te doen aan het Congolese regime. Ze is wel bereid de indirecte bilaterale hulp voort te zetten, omdat die voor de Congolese bevolking een noodzaak is. België blijft ook de multilaterale samenwerking voortzetten. Ze is ook van oordeel dat directe bilaterale hulp nu niet kan, omdat de resultaten niet bevredigend zijn.

De algemene veiligheidstoestand is zorgwekkend. De regering raadt de Belgen die in Congo verblijven, aan voorzichtig te zijn, maar wil ook geen alarm slaan. Dit zou immers eerder negatieve gevolgen kunnen hebben. De regering vraagt wel iedere Belg die naar Congo gaat, zich daar op de Belgische ambassade te melden zodat ze ongeveer weet waar en voor welke activiteiten de Belgen daar verblijven.

Dit wat betreft het overzicht van de recente gebeurtenissen. Deze zullen natuurlijk worden gevolgd. De betrokkenen en de publieke opinie willen dat. Staatssecretaris Moreels zal vanavond nog uitleggen wat we precies doen om de Congolese bevolking, die onder de actuele situatie geweldig lijdt, te helpen.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Olivier.

De heer Olivier (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, de uitleg van de minister was eerder beperkt, maar het verheugt mij dat hij de zaak volgt. In de huidige situatie moet men bijzonder voorzichtig zijn. De relaties tussen België en Congo mogen niet te veel gevaar lopen. Toch is het eigenaardig dat de Belgische ambassadeur pas volgende week naar Kananga gaat om er te peilen naar de omstandigheden waarin de moord op zuster Desrumeaux plaatsvond. Kon dat niet vroeger gebeuren ? Er is de verklaring van de zusters die onlangs uit Congo zijn teruggekeerd. Ik ben ervan overtuigd dat de minister, indien nodig, samen met hen een dossier zal opstellen. Waarom heeft hij bijna een maand gewacht om een ambassadeur ter plekke te sturen om deze zaak te onderzoeken ? Graag had ik van de minister een antwoord op deze bijkomende vraag.

M. le président. ­ La parole est à M. Philippe Charlier.

M. Ph. Charlier (PSC). ­ Monsieur le président, je remercie le ministre de sa réponse.

Ce genre d'incident me paraît des plus dommageables. Même si le pays est vaste, que les distances sont importantes, j'ose espérer que tout sera mis en oeuvre pour empêcher que de tels événements se produisent à nouveau. Ils donnent en effet une image négative. On a l'impression que la Belgique n'est pas en mesure de maintenir des relations suffisamment positives avec la république démocratique du Congo, ce qui risque de pénaliser notre coopération avec ce pays. Je suppose que tel n'est pas l'objectif de la Belgique.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Hostekint.

De heer Hostekint (SP). ­ Mijnheer de voorzitter, ik heb ook nog een bijkomende vraag met betrekking tot de rapportering van de ambassadeur in Congo.

Heeft de minister de indruk dat er in Congo een anti-Belgisch klimaat aan het groeien is ? De minister vindt de houding van het regime onverklaarbaar omdat België bijna het enige land in de wereld is dat Congo nog helpt.

Kabila is nog maar een jaar aan het bewind, maar toch kunnen we zijn beleid al enigszins evalueren. Ik ga hem zeker niet verdedigen, maar is het niet mogelijk dat de reactie van Kabila is geïnspireerd door de politiek die België voerde ten tijde van Mobutu ? België is dertig jaar lang zeer mild geweest voor het corrupte regime van Mobutu. Er werd veel door de vingers gezien. Kabila is misschien van oordeel dat België zijn regime al te streng beoordeelt. Kan de minister daar iets meer over zeggen ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Derycke.

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, ik wens toch nog even te reageren op deze belangrijke opmerkingen.

De heer Olivier vroeg mij waarom ik zo lang gewacht heb om onze ambassadeur naar Kananga te sturen. Het heeft een zekere tijd geduurd vooraleer de zusters uit Kananga zijn vertrokken. Ze konden daar niet hals over kop vertrekken om geen verkeerde indruk te wekken. De toestand was immers erg gespannen. De ambassadeur heeft met hen gesproken in Kinshasa. Hij zal nu ons verslag krijgen. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat die ambassadeur geen onderzoeksrechter is. Het is weliswaar de bedoeling dat hij zo veel mogelijk inlichtingen vergaart, maar in eerste instantie is dit de taak van de Congolese autoriteiten. De arrestatie van de vijf soldaten kan een eerste stap zijn, maar het is natuurlijk ook mogelijk dat het hier gaat om het verdonkeremanen van een spoor. De ambassadeur moet hierover klaarheid brengen.

De heer Hostekint vraagt zich af of er in Congo een anti-Belgisch klimaat aan het groeien is. Daarvoor zijn er geen indicaties. Integendeel. Er bestaan zelfs bij de bevolking overdreven verwachtingspatronen die gebaseerd zijn op de oude gewoonten. Vele Congolezen vragen de Belgen om terug te komen omdat het vroeger zoveel beter zou zijn geweest, maar we vinden dit geen goed uitgangspunt.

Sinds 10 jaar streeft de Belgische regering naar een geobjectiveerde en vriendelijke relatie waarbij de gewone bevolking wordt geholpen en het regime afstandelijk wordt benaderd. Deze houding moet worden voortgezet.

De Belgen moeten zich niet bedreigd voelen door de Congolese bevolking, die de politieke turbulenties in eigen land met lede ogen moet aanzien. De gewone Congolees vraagt niet meer dan te worden geholpen en er economisch op vooruit te gaan. Hij wil voldoende eten en drinken en een beetje onderwijs voor zijn kinderen. Binnen de Congolese regering zijn er echter groepen met zeer uiteenlopende houdingen tegenover de partnerlanden. Die partners worden trouwens schaars. Deze week nog hebben de Verenigde Staten duidelijk laten blijken dat ze hun geduld met Congo verliezen. Frankrijk interesseert zich nog nauwelijks voor het land. Verder is er nog een aantal landen, dat indirecte bilaterale hulp verleent. België doet dit ook, maar voor een veel aanzienlijker bedrag dan andere landen. Als België zich uit Congo terugtrekt, verdwijnt er weer een stukje hoop voor de gewone Congolees. Dat willen we niet. Dat is mijns inziens ook de houding van het Parlement.

Er zijn in de Congolese regering ongetwijfeld ministers die het niet voor België hebben en nog altijd wraakgevoelens koesteren voor alle dingen die de Belgen in het land verkeerd hebben gedaan. Precies zoals ten tijde van het Mobutu-regime hebben ze de eigenaardige reflex België voor schut te zetten. De heer Olivier die een lange politieke carrière heeft, langer dan wie ook hier aanwezig, moet weten tot welke hectische toestanden een crisis in onze relatie met Congo leidde. Overigens waren er meer crisisdagen dan andere. Bij zo een crisis in de relatie brak er telkens een algehele paniek uit in het Parlement en werd de minister van Buitenlandse Zaken met een grote cheque naar ginder gestuurd. Dit is nu niet meer het geval. De Belgische regering heeft net als alle andere regeringen haar houding veranderd.

En effet, le Fonds monétaire international et la Banque mondiale dressent un plan et si on ne suit pas ce dernier, on est en tort.

Depuis des mois, la Belgique, avec les États-Unis et la France entre autres, conseille au Congo de tenter de conserver de bonnes relations avec le Fonds monétaire international car, sans cet organisme, ce pays ne peut rien faire.

Il est dès lors étrange qu'un pays ami qui souhaite simplement apporter son aide sans, pour la première fois, s'ingérer dans la politique menée par le Congo soit traité comme bouc émissaire. Cela dit, je crois qu'il faut faire preuve de patience et que cette prise de position est, au fond, décidée ici, au sein de notre Parlement et qu'elle peut se traduire aussi à l'échelon de l'opinion publique. Néanmoins, si le Congo persiste dans son attitude, je crois que notre patience sera vite à bout, comme vous le dites d'ailleurs très justement.

De Congolese regering moet absoluut haar mentaliteit veranderen en beseffen dat de chantagemethodes uit het Mobutu-regime achterhaald zijn. Ze is echter nog niet zover en daarom begrijpt men daar niet dat België niet meer met de miljarden over de brug komt zoals vroeger ten tijde van Mobutu. De internationale gemeenschap stelt nu een aantal eisen die voor iedereen gelden. De Congolese regering zal zich uiteindelijk toch naar deze eisen moeten schikken.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.