1-177 | 1-177 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU MARDI 31 MARS 1998 |
VERGADERING VAN DINSDAG 31 MAART 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Goris aan de minister van Justitie.
Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Op 4 februari berichtte de pers dat het krijgsauditoraat geen gevolg had gegeven aan het dossier tegen majoor Maggen.
Majoor Maggen kwam op 7 april 1994 met de Canadese generaal Dallaire voorbij kamp Kigali, waar onze tien para's toen voor hun leven vochten. Hij legde hierover voor de onderzoekscommissie onder ede tegenstrijdige verklaringen af.
In hoofdstuk IV « Disfuncties, fouten en verantwoordelijkheden », lezen we onder disfunctie 11, « De foutieve inschatting van de toestand en de passieve houding op 7 april 1994 van de speciale vertegenwoordiger van de VN-secreteraris-generaal en hogere UNAMIR-officieren », het volgende : « De Commissie is van oordeel dat op de cruciale ogenblikken van de Rwandacrisis de hierna volgende personen niet op gepaste wijze en sommigen zelfs op onprofessionele wijze hebben gereageerd op de gebeurtenissen. (...) Majoor Maggen, lid van de cel operaties op het hoofdkwartier van de Force, heeft voor de verschillende onderzoeksinstanties tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Voor de Commissie is het uitgesloten dat majoor Maggen niets zou hebben gezien of gehoord toen hij samen met generaal Dallaire kamp Kigali passeerde waar Belgische paracommando's vochten voor hun leven. Het is onbegrijpelijk en laakbaar dat majoor Maggen tijdens de ochtend van 7 april generaal Dallaire niet confronteerde met hetgeen hij die ochtend gezien en gehoord had, meer bepaald met het bericht omstreeks 9.30 uur als zouden in kamp Kigali meerdere doden zijn gevallen. »
Het oordeel van de onderzoekscommissie in verband met majoor Maggen is het scherpste oordeel dat de commissie formuleert. Alle senatoren waren diep geschokt door het optreden en door de verklaringen van deze majoor. De commissie is ervan overtuigd dat majoor Maggen een zware verantwoordelijkheid draagt.
Graag had ik van de minister vernomen of hij zijn positief injunctierecht in dit dossier kan laten gelden. De buitenvervolgingstelling door de krijgsauditeur staat immers haaks op de bevindingen van de onderzoekscommissie en kan op geen enkel begrip rekenen, noch van de betrokkenen, noch van de publieke opinie. Het is allerminst mijn bedoeling dat enkel deze majoor de zondebok wordt voor het hele Rwandadebacle, maar dit dossier zonder gevolg klasseren lijkt mij niet de juiste oplossing.
De voorzitter. Het woord is aan minister De Clerck.
De heer De Clerck, minister van Justitie. Mijnheer de voorzitter, uit de inlichtingen die ik van de auditeur-generaal bij het Militair Gerechtshof heb gekregen, blijkt dat een brief van 13 oktober 1997 van de griffier van de Senaat aanleiding heeft gegeven tot het instellen van een onderzoek lastens majoor Maggen uit hoofde van een valse getuigenis. Na afloop van het onderzoek en na een aantal verhoren van de hogere officier door een magistraat van het auditoraat-generaal en de commandant van het gerechtelijk detachement, heeft de auditeur-generaal geoordeeld dat de betrokkene door het openbaar ministerie niet strafrechtelijk kon worden vervolgd, omdat er niet voldoende elementen zijn die kunnen wijzen op een moedwillige poging om de onderzoekscommissie van de Senaat te misleiden door het afleggen van bewust valse verklaringen.
De auditeur-generaal bij het Militair Gerechtshof richtte dan ook op 23 januari 1998 een schrijven aan de voorzitter van de Senaat teneinde hem in te lichten over deze beslissing tot seponering en over de redenen hiervoor. Tegelijk werd ook het dossier van de procedure toegestuurd. Op het ogenblik zou dit dossier nog steeds in de Senaat moeten zijn. Bijgevolg kan ik onmogelijk een antwoord geven op de vraag van de heer Goris met betrekking tot het laten gelden van het positieve injunctierecht in het dossier van majoor Maggen.
Ik weet niet of er nog andere elementen aan het dossier kunnen worden toegevoegd, op grond waarvan tot vervolging zou kunnen worden besloten. Ik zal het dossier verder blijven volgen, maar tot nu toe meen ik mij niet in de plaats te moeten stellen van de auditeur-generaal die de seponeringsbeslissing heeft genomen.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, ik had dit antwoord enigszins verwacht. Ik wijs de minister er toch op dat de onderzoekscommissie van oordeel was dat majoor Maggen onder ede een valse getuigenis heeft afgelegd. Uit het verslag van de commissie blijkt onomstotelijk dat hij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Intussen is het ook duidelijk geworden dat generaal Dallaire de auto deed stoppen toen hij voorbij kamp Kigali reed en meedeelde dat daar mensen van hem op de grond lagen en toegetakeld werden. « Ils se font tabasser » , zegde hij. Majoor Maggen, een Belgische hogere officier, zat in dat voertuig en was dus op de hoogte van het feit dat er mensen in nood waren. Op dat ogenblik heeft hij geen enkel initiatief genomen; hij heeft, met andere woorden, geen bijstand verleend aan personen in nood. Ook dat is strafbaar volgens onze wetgeving.
Ik vraag de minister dus met nadruk van zijn injunctierecht gebruik te maken om het Krijgsauditoraat te vragen een bijkomend onderzoek in te stellen. De minister is daartoe gemachtigd. Het dossier tegen majoor Maggen kan worden heropend op grond van de tegenstrijdige getuigenissen en het niet-verlenen van hulp aan personen in nood.
De voorzitter. Tot besluit van deze vraag om uitleg heb ik twee moties ontvangen.
De eerste, ingediend door de heren Goris, Coveliers en Desmedt luidt :
« De Senaat,
Gehoord de vraag om uitleg van senator Goris aan de minister van Justitie betreffende zijn mogelijkheid tot positieve injunctie in het dossier van majoor Maggen,
Gehoord de minister van Justitie in zijn antwoord,
Verzoekt de minister van Justitie in deze aangelegenheid zijn positief injunctierecht aan te wenden en het onderzoeksdossier tegen majoor Maggen aanhangig te maken voor bijkomend onderzoek bij het krijgsauditoraat-generaal. »
De tweede, ingediend door de heren Lallemand en Erdman, luidt :
« De Senaat,
Gehoord de vraag om uitleg van de heer Goris en het antwoord van de minister van Justitie,
Gaat over tot de orde van de dag. »
« Le Sénat,
Ayant entendu la demande d'explications de M. Goris et la réponse du ministre de la Justice,
Passe à l'ordre du jour. »
We stemmen later over de gewone motie, die de voorrang heeft.
Il sera procédé ultérieurement au vote sur la motion pure et simple qui bénéficie de la priorité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.