1-172

1-172

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 12 MARS 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 12 MAART 1998

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER GORIS AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « HET PROBLEEM VAN DE SELECTIE EN AANWERVING VAN NIEUWE MANSCHAPPEN »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. GORIS AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « LE PROBLÈME DE LA SÉLECTION ET DU RECRUTEMENT DE NOUVEAUX EFFECTIFS »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Goris aan de minister van Landsverdediging.

Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, de minister heeft het plan opgevat om in 1998 ongeveer 900 nieuwe manschappen voor de landmacht aan te werven. Bij de selectie- en kwalificatieproeven voor kandidaat-vrijwilligers in het leger, die in 1998 zullen worden gehouden, zal ongeveer twee derde van de vacatures aan Nederlandstaligen worden voorbehouden. Gelet op onze ervaringen is het twijfelachtig of deze vacante plaatsen ook werkelijk door Nederlandstaligen zullen worden ingevuld.

De recrutering kent namelijk behoorlijk wat problemen. In de eerste plaats is er een probleem rond de kandidatuurstelling. Vooral in Vlaanderen vindt men nauwelijks kandidaten korte-termijn-vrijwilliger. Dit heeft vele oorzaken.

Ten eerste is er de streekgebondenheid van de opleidingen en kazernering. Vrijwilligers bij de landmacht kunnen alleen in Leopoldsburg of in Spich een opleiding volgen. Dit is vaak te ver voor jongeren uit West- of Oost-Vlaanderen.

Ten tweede zijn er sociaal-economische factoren. De staf van de Landmacht stelt vast dat de krijgsmacht aantrekkelijker oogt voor jonge Franstaligen dan voor Vlamingen.

Ten slotte kent Vlaanderen een grotere pacifistische traditie en het heeft minder affiniteit met het leger dan Wallonië.

In de derde plaats is er het probleem van de selectie. Na het ondergaan van de testen blijft er gemiddeld 34% van de kandidaten over waarvan er volgens de gegevens van Infosermi tijdens de opleiding nog eens 14% opstapt. Bovendien vallen er volgens de stafchef van de landmacht tijdens de opleiding meer Nederlandstaligen dan Franstaligen af. Tijdens de vier maanden wachttijd voor de keuring maken veel meer Vlamingen een andere keuze en gaan elders werken.

Deze problemen worden voorlopig opgelost door Franstaligen op « Vlaamse » plaatsen te droppen en door de selecties voor Vlamingen minder streng te maken. Het spreekt voor zich dat dit op lange termijn geen goede oplossing is. De minister verklaarde onlangs nog dat de taalverhoudingen in het leger niet alarmerend zijn, maar als het op deze manier verder gaat, zal de situatie er vlug heel anders uitzien.

Ik had van de minister dan ook graag vernomen of de inspanningen om Vlamingen te recruteren worden verhoogd. Op welke wijze en met welke middelen zal dit concreet gebeuren ? Welk budget wordt hiervoor vrijgemaakt ?

Is het niet beter om het aantal open plaatsen bij de selectie systematisch te verhogen met ongeveer 30% zodat er na de selectie en opleiding nog voldoende kandidaten overblijven om de opengestelde plaatsen in te vullen ?

Ik was onlangs op bezoek bij het tweede commando in Flawinnes. Ik heb daar vernomen dat in deze eenheid uiteindelijk maar enkele van de 900 kandidaten worden verwacht omdat het percentage dat afvalt zeer hoog is. Het lijkt mij dan ook beter het aantal open plaatsen bij de selectie te verhogen met het percentage dat jaarlijks afvalt, zodat de bataljons effectief kunnen worden vervolledigd. Misschien kan de minister mij hieromtrent ook het advies meedelen van de minister van Begroting, want dat is in deze materie niet onbelangrijk.

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de voorzitter, uit de talrijke vragen die mij de jongste weken werden gesteld met betrekking tot de recrutering van Nederlandstalige vrijwilligers blijkt dat enige nuancering is aangewezen.

Tot nu toe werden alle opengestelde plaatsen voor Nederlandstaligen ingevuld. Voor de Nederlandstalige vrijwilligers wordt 64% van de plaatsen opengesteld. Ik kan dit cijfer niet verder verhogen zonder de operationaliteit van de Franstalige eenheden in het gedrang te brengen. Bovendien mag ik de gezamenlijke getalsterkte die door de regering is voorgesteld en door het Parlement is bekrachtigd, niet overschrijden. Ik kan niet ontkennen dat er zich meer Franstalige dan Nederlandstalige kandidaten aanbieden. Dit zal wel diverse oorzaken hebben. Het argument van de streekgebondenheid wil ik echter relativeren. Marche-en-Famenne is voor de jonge Waal uit Doornik even ver als Leopoldsburg voor de jonge Bruggeling. Als de kandidaat-militair zich door de afstand laat afschrikken, heeft hij niet de correcte ingesteldheid om in een soepel inzetbaar leger te dienen.

We moeten ons ook hoeden voor het fenomeen van self fulfilling prophecy . Door steeds te herhalen dat er goede redenen zijn om het kleine aantal kandidaten te verklaren, worden de potentiële kandidaten in negatieve zin beïnvloedt.

Indien zou blijken dat bij een verhoogde recrutering de Nederlandstalige plaatsen niet worden bezet, zullen we pogen deze onevenwichtige toestand recht te trekken door middel van een gerichte publiciteitscampagne. Welke budgettaire middelen hiervoor zullen worden aangewend, is afhankelijk van de omvang van het probleem.

Het aantal militairen dat in dienst mag zijn, is beperkt. Ik kan deze aantallen niet overschrijden door een soort « overbooking ». Het spreekt echter voor zich dat bij de aanwerving voor het jaar X+1, rekening moet worden gehouden met de verliezen van het jaar X. De mislukkingen in de vorming worden dus snel gecompenseerd.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, de minister heeft het tweede deel van mijn vraag over de verhoging van het contingent niet duidelijk beantwoord. Ik begrijp dat de minister rekening moet houden met de hem door het Parlement opgelegde beperkingen. De contingentering heeft echter betrekking op het aantal militairen dat uiteindelijk definitief kan worden gerecruteerd.

Alle bataljons, zowel het eerste als het derde bataljon para-commando, het tweede bataljon commando te Flawinnes als het derde lanciers para-commando hebben te kampen met problemen omdat een vierde tot een derde van de plaatsen niet bezet zijn. Nochtans vormen deze bataljons onze onmiddellijk inzetbare eenheden, die een belangrijke functie hebben in het kader van onze internationale verplichtingen en allianties.

Deze eenheden zijn op het ogenblik nauwelijks inzetbaar wegens een gebrek aan ­ vooral jonge ­ manschappen. Gezien de strenge opleiding van de para-commando' s wordt slechts een klein gedeelte van de kandidaten uiteindelijk gerecruteerd. Op een aantal van 100 jonge recruten die aan de brigade para-commando worden toegewezen, komen er maximaal 25 tot 30 terecht in de bataljons. Het zou beter zijn 300 kandidaten tot de opleiding toe te laten teneinde ervoor te zorgen dat de gevraagde 100 eenheden effectief in de bataljons kunnen worden geplaatst.

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de voorzitter, ik moet rekening houden met alle eenheden van de landmacht en van de andere deelmachten.

De wet over het contingent heeft niets te maken met deze problematiek. De wet bepaalt het totale aantal militairen dat het leger gedurende een bepaald jaar mag tellen. De beperking van het aantal vrijwilligers is echter een budgettair probleem. Ik doe mijn best binnen de perken van de budgettaire middelen waarover ik beschik.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de minister, als het budget toelaat 1 000 nieuwe recruten aan te werven, waarom mogen dan niet meer kandidaten aan de opleiding of aan de testen deelnemen om uiteindelijk effectief tot 900 of 1 000 aanwervingen te kunnen overgaan ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de voorzitter, we proberen deze zogenaamde « attritie » te compenseren. Omdat we met vrijwilligers werken, kan het aantal in de loop van het jaar worden aangepast. Ik herhaal dat ik doe wat ik kan binnen de perken van de mogelijkheden die het budget mij biedt.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.