1-172 | 1-172 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 12 MARS 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 12 MAART 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Goris aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Landsverdediging.
Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, op 13 februari jongstleden besliste de Ministerraad dat onze luchtmacht zou deelnemen aan de hulpverlening in Angola. Deze operatie gebeurt op vraag van het Humanitair Bureau van de Europese Unie.
Graag had ik van de minister een antwoord gekregen op volgende vragen. Hoeveel Belgische militairen en burgers zullen aan deze operatie deelnemen ? Welke taken zullen ze precies op zich nemen ? Met welk materiaal worden ze naar Angola gestuurd ? Welke andere landen nemen aan deze operatie deel, met hoeveel personen ? Hebben ze een ondersteunende taak voor onze luchtmacht ? Zo niet, hoe en op welke voorwaarden gebeurt deze samenwerking ? Welk budget wordt voor deze operatie uitgetrokken en door welk departement zal ze worden gefinancierd ? We vernemen immers dat het departement Landsverdediging regelmatig door andere departementen wordt geplunderd. Hoe lang zal de hulpoperatie duren ? Werd er een grondige studie gemaakt van de situatie in Angola ? Ten slotte, waarom werd het Parlement over deze beslissing niet geïnformeerd ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet, die ook antwoordt namens zijn collega van Buitenlandse Zaken.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Mijnheer de voorzitter, de geplande hulpverleningsoperatie aan Angola is tot stand gekomen op aanvraag van het Humanitair Bureau van de Europese Unie, het zogenaamde ECHO. Dit bureau wil gebruik maken van de transportmiddelen van onze luchtmacht om voor humanitaire organisaties zwaar luchttransport te organiseren tussen Europa en Angola, in Angola of vanuit Namibië of Zambia naar Angola. In 1994 en 1996 werden gelijkaardige opdrachten voor ECHO uitgevoerd in Zuid-Soedan en Somalië in het kader van een raamcontract met deze organisatie. Voor zover ik weet is België op het ogenblik het enige land dat door het Humanitair Bureau om hulp werd gevraagd.
De opdracht bestaat erin punctuele verbindingen tot stand te brengen tussen Europa en Angola en luchttransport en het transport van hulpgoederen te organiseren in het Angolese binnenland vanuit de hoofdstad Luamba en eventueel vanuit de buurlanden Namibië of Zambia. Voor de missies vanuit Europa zal een C-130 of uitzonderlijk een airbus A-310 worden ingezet. Voor de opdrachten in het binnenland van Angola zal gebruik worden gemaakt van een C-130.
In principe bestaat de ploeg die voor een opdracht wordt ingezet uit negen militairen, eventueel dertien indien droppings op lage hoogte moeten worden uitgevoerd. De opdracht zal worden gerealiseerd tegen terugbetaling van de kosten in het kader van een nieuw met ECHO af te sluiten raamcontract. De overeenkomst met ECHO zal gelden voor één jaar, waarin verwacht wordt dat acht missies van telkens zestien dagen zullen worden gevraagd.
De Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid heeft een studie van de veiligheidssituatie in Angola gemaakt. De divisie operaties van de generale staf en de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid zullen de situatie in Angola op de voet volgen.
De Ministerraad heeft op 13 februari toestemming gegeven voor een deelname aan de operatie. Momenteel wordt met ECHO een nieuwe raamovereenkomst opgesteld. De opdracht is dus nog niet aangevat.
Wat het laatste deel van de vraag betreft kan ik zeggen dat de beslissing over de deelname aan een operatie tot de prerogatieven van de regering behoort en dat het Parlement hierop zijn normale controlerecht kan uitoefenen. De krachtlijnen van het beleid inzake militaire operaties in het buitenland zijn vervat in de beleidsnota die de eerste minister op 28 januari aan de voorzitters van de Wetgevende Kamers heeft gericht en waarover de regering jaarlijks verslag zal uitbrengen. De operatie in Angola beantwoordt aan de vereisten vooropgesteld in de beleidsnota.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, dankzij het uitvoerig antwoord van de minister weten het Parlement en de publieke opinie hoe de Belgische deelname aan de operatie in Angola ongeveer zal verlopen. Als ik de minister goed begrepen heb, stuurt België één C130 die acht zendingen van telkens zestien dagen zal ondernemen.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Dat is het plan.
De heer Goris (VLD). Dit ene vliegtuig zal dus vanuit Luanda naar de plaatsen van de droppings vliegen. Wel kan er dan vanuit België nog altijd een A310 worden ingezet ?
Het gaat om een vrij uitgebreide operatie en het is goed mogelijk dat er in Angola problemen rijzen. Is er in Evere een COps gepland dat de actie permanent kan begeleiden ?
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Ik heb reeds gezegd dat we op advies van de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid het verloop van de opdracht regelmatig zullen bestuderen.
De heer Goris (VLD). De ADIV zal een evaluatie maken. Er wordt echter geen echt operationeel centrum opgezet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Dat is bij een dergelijke beperkte operatie nooit het geval.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.