1-157 | 1-157 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 15 JANVIER 1998 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 15 JANUARI 1998 |
De voorzitter . Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Vandenbroeke aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen.
Het woord is aan de heer Vandenbroeke.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de voorzitter, de voorbije weken werden we verwend met enkele schitterende studies van het Planbureau. Aan de hand van tal van simulaties werden daarin de effecten van de vergrijzing van de bevolking in de eerstvolgende decennia doorgelicht. Meteen werd de conclusie getrokken dat de pensioenen nog lang betaalbaar zullen blijven, een bijzonder optimistische inschatting die in een vlotte publicatie met de titel Pensioenwijzer op de markt werd gebracht.
Uiteraard is de mij toegemeten tijd te kort om uitvoerig op deze bijzonder complexe materie in te gaan. Dat piekeren over de betaalbaarheid van het pensioenstelsel als doemdenken moet worden afgedaan, lijkt me toch wel een te verregaande conclusie.
Er is echter meer. Zo worden onder meer banken en verzekeringsinstellingen geviseerd, omdat ze door het lanceren van sombere boodschappen ten onrechte klanten zouden lokken. De inschrijvingen voor pensioenspaarfondsen zijn de voorbije jaren inderdaad fors gestegen. In 1997 namen ze toe met maar liefst 10 %.
Graag kreeg ik van de minister een antwoord op volgende concrete vragen. Neemt hij werkelijk aan dat het succes van het pensioensparen eigenlijk het gevolg is van kunstmatig opgeklopte doemdenkerij ? Wordt effectief overwogen om reclame voor pensioensparen te verbieden of te bestraffen, zoals de minister in akkoord met vice-eerste minister Di Rupo liet uitschijnen ? Op grond van welke argumenten kan de welvaartvastheid en dus niet de betaalbaarheid van de pensioenen in de eerstvolgende jaren worden gegarandeerd ?
De voorzitter . Het woord is aan minister Colla.
De heer Colla , minister van Volksgezondheid en Pensioenen. Mijnheer de voorzitter, ik ben de heer Vandenbroeke dankbaar voor de manier waarop hij zijn vraag heeft geformuleerd. Het is intellectueel niet correct en oneerlijk te beweren dat de wettelijke pensioenen in de toekomst onbetaalbaar zullen worden. Niet alleen het Planbureau, maar ook internationale instellingen tonen aan dat de pensioenen betaalbaar zullen blijven door de combinatie van drie factoren : ten eerste, door de bijdragen van de toekomstig gepensioneerden; ten tweede door de pensioenproblematiek te situeren in het globaal beheer van de sociale zekerheid, rekening houdend met de sectoren die voorwerp zijn van vergrijzing; ten derde door de verdere schuldafbouw. Wiskundige zekerheden zijn er natuurlijk nooit, maar er is wel opnieuw een perspectief in de zin van financiële haalbaarheid.
De welvaartsvastheid is een andere zaak. Ook in het verleden was er geen automatische welvaartsaanpassing. Die is er nu nog niet voor alle aspecten. Er is wel een automatische aanpassing van de nieuwe minimumrechten aan de evolutie van de nieuwe minimumlonen. Er is eveneens om de twee jaar een aanpassing van het loonplafond rekening houdend met het mechanisme van de loonmarge. Bovendien is het mechanisme van een selectieve welvaartsaanpassing in de wet opgenomen.
Ik heb niets tegen het pensioensparen als dusdanig. Het gaat overigens niet om een pensioen. Het is een vorm van langetermijnsparen. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat, wie aan pensioensparen kan doen, van de gemeenschap een niet te onderschatten fiscaal cadeau krijgt. Het belastingkrediet schommelt immers tussen 30 en 40 % van het gespaarde bedrag maximum 22 000 frank. Ik heb er ook geen bezwaar tegen dat financiële instellingen reclame maken voor producten die ze op de markt brengen, waaronder pensioensparen. Ik ben er wel tegen gekant dat ze daarbij de bevolking angst aanjagen door te stellen dat het wettelijk pensioen niet meer betaalbaar zal zijn. Dat is oneerlijke voorlichting. Daar kan tegen worden gereageerd krachtens de wetgeving van 1991.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.