1-151 | 1-151 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 11 DÉCEMBRE 1997 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 11 DECEMBER 1997 |
De voorzitter . Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Goris aan de minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen.
Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, volgens artikel 13 van de wet van 19 december 1950 houdende de instelling van de Orde van Dierenartsen, dient het bureau van deze raad steeds voltallig te zijn om zich uit te spreken over een dagvaarding in tuchtzaken. De voorziene procedure laat aan het bureau geen mogelijkheid om te delegeren, zodat het bureau zich in geval van dagvaarding steeds moet wraken. Gevolg hiervan is dat met vervangers moet worden gewerkt opdat de raad regelmatig zou zijn samengesteld voor de eigenlijke dagvaarding. Dit is wegens het gering aantal wettelijk voorziene opvolgers dikwijls niet haalbaar gezien een groot deel onder hen zitting heeft in de Nederlandstalige gemengde raad van beroep. Om praktische redenen voert normaliter één raadslid het vooronderzoek, hierin bijgestaan door de magistraat-bijzitter. Een Waals dierenarts heeft zich echter, op basis van artikel 13 hiertegen verzet, en werd hierin gevolgd door het Hof van Cassatie.
Bij de Orde van Geneesheren en de Orde van Apothekers geldt wel een soepele procedure. Wij vernemen dat een voorstel tot wijziging, ondanks het aandringen van leden van de Hoge Raad door de minister nog niet in het ontwerp van de programmawet is opgenomen.
Mag ik de minister vragen welke zijn visie is op dit procedureprobleem en of een wijziging van artikel 13 in de programmawet kan worden opgenomen ?
De voorzitter . Het woord is aan minister Pinxten.
De heer Pinxten , minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen. Mijnheer de voorzitter, er bestaat inderdaad een probleem omtrent de toepassing van artikel 13 van de wet van 19 december 1950. De Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen heeft de aandacht van mijzelf en van mijn diensten gevestigd op de gevolgen van het arrest van het Hof van Cassatie, waarop ik de zaak heb laten onderzoeken. Vandaag kan ik meedelen dat ik op 26 november jongstleden een door de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen goedgekeurd voorstel heb ontvangen tot wijziging van dat artikel. Dit voorstel gaat in de richting die door de heer Goris wordt voorgesteld.
De heer Swaelen treedt opnieuw als voorzitter op
Zodra dit voorstel door de regering zal zijn goedgekeurd en het door de Raad van State een gunstig advies zal hebben gekregen, zal ik een afzonderlijke procedure laten starten. Indien de mogelijkheid zich voordoet, zal ik hiervoor, gebruik maken van een ontwerp van programmawet, wat waarschijnlijk reeds in de lente van 1998 zal zijn.
De voorzitter . Het woord is aan de heer Goris voor een repliek.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord, dat inderdaad tegemoetkomt aan de vraag, niet alleen van mijzelf, maar ook van de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen.
Houdt de wijziging in dat de Hoge Raad op dezelfde manier zal werken als de raden van de Orde van Geneesheren en van de Orde van Apothekers, namelijk met een magistraat-bijzitter en een afgevaardigde van de raad die de dagvaarding volgt ?
De heer Pinxten , minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen. De wijziging van artikel 13 zal gebeuren zoals de Hoge Raad voorstelt.
De voorzitter . Het incident is gesloten.
L'incident est clos.