1-139 | 1-139 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 13 NOVEMBRE 1997 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 13 NOVEMBER 1997 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Goris aan de minister van Landsverdediging.
Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, volgens de Belgian Defense & Security Industry Group zal de Belgische defensie-industrie de komende tien jaar 600 arbeidsplaatsen verliezen indien België niet deelneemt aan het Future Large Aircraft -programma. Onze deelname aan het Airbus-burgerluchtvaartprogramma komt eveneens op de helling te staan en de Belgische industrie loopt het gevaar te worden uitgesloten van deelname aan de Europese luchtvaartgroep.
Rond 2015 moeten wij nieuwe transportvliegtuigen aanschaffen ter vervanging van de twaalf C130's. De kostprijs hiervan bedraagt ongeveer 50 miljard. De deelname aan het FLA-programma zou de kostprijs van de aan te kopen vliegtuigen aanzienlijk doen dalen.
Voor het einde van 1997 moet er worden beslist over een eventuele deelname aan het FLA-programma. De offerteaanvraag request for proposals moet voor het einde van 1997 worden ondertekend. België zal zodoende deelnemen aan de voorafgaande fase, die ons maximaal 120 miljoen frank zal kosten.
Graag had ik van de minister vernomen wat zijn standpunt is met betrekking tot de deelname van België aan het FLA-programma. Heeft de minister reeds conclusies getrokken uit het nationaal debat dat in de Kamer plaatsvindt, in het bijzonder betreffende de deelname aan het FLA-programma ?
De regering heeft nog slechts vijf weken tijd om zich in dit programma in te schrijven. Werd de problematiek op de Ministerraad besproken ? Wat is het resultaat ? Wat zijn de redenen voor een eventuele niet-deelname aan het FLA-programma ? Wat is de persoonlijke visie van de minister terzake ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Mijnheer de voorzitter, op 7 november jongstleden heb ik aan de Ministerraad de stand van zaken van het FLA-programma voorgesteld en heb ik aan de regering de toelating gevraagd tot deelname aan de Pre Launch Activities , de PLA, mits het in acht nemen van sommige principes en voorwaarden.
Ik heb nog geen conclusies kunnen trekken uit een debat in de Kamer omdat het er nog niet werd gevoerd. Het zal slechts plaatsvinden na de bespreking van de besluiten van het rapport van de Rwanda-commissie in de Senaat.
Op 20 en 21 november aanstaande komt er een Policy Group samen, bestaande uit de partners van de FLA. Op dat ogenblik zullen de Belgische vertegenwoordigers het besluit bekendmaken dat op de Ministerraad van 7 november werd genomen over de deelname aan de PLA mits inachtname van de volgende voorwaarden : ten eerste, de impact is begrensd tot 4 % van de totale kosten van de PLA, te betalen in 1998 en 1999 met een maximum van 120 miljoen frank; ten tweede, Landsverdediging zal 50 % van de kosten dragen; ten derde, de beslissing om deel te nemen aan de PLA verplicht België geenszins om de FLA aan te kopen, maar verzekert het behoud van een optie en laat een evaluatie van deze optie toe. De resultaten van de voorbereidende activiteiten geven België de mogelijkheid om, net zoals de andere partners, het Europese voorstel tegenover de Amerikaanse alternatieven, de C130 of C17, en het eventuele Russische alternatief, in dit geval de Antonov, af te wegen.
De laatste vraag over de niet-deelname aan het FLA-programma is niet aan de orde. Pas op het einde van de PLA, dus einde 1999-begin 2000, zal België moeten beslissen over een deelname aan de ontwikkeling en de productie van de FLA.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Goris voor een repliek.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, ik meen te weten dat de request for proposals afsluit eind 1997, dat een aantal landen zich reeds heeft ingeschreven en dat aanzienlijke meerkosten zullen ontstaan indien België pas later inschrijft, wat blijkbaar de bedoeling is van de minister.
Ik betreur nogmaals dat het debat zal plaatsvinden in de Kamer en niet in de Senaat. Aangezien het daar nog altijd niet is begonnen blijkt immers alweer dat de Kamer overbelast is. De minister zegt dat wordt gewacht op het rapport van de besluiten van de Rwanda-commissie. Ik meen dat niet alleen daaruit besluiten moeten worden getrokken, maar dat er momenteel binnen de strijdkrachten talrijke problemen rijzen die alvast kunnen worden onderzocht. Dit argument is dus eerder een drogreden om het debat uit te stellen.
De minister gaat akkoord om 120 miljoen te investeren. Indien hij zegt dat 50 % kan worden bekostigd door Landsverdediging, welke overige departementen zullen dan opdraaien voor de rest van de kosten ? Er rijzen verder vragen bij de eventuele aankoop van de Antonov waarvan bewezen is dat er serieuze problemen mee zijn.
Ik meen dat we ons toch moeten inschrijven in het FLA-programma omdat er bijzondere implicaties zijn voor deelname aan de Europese Luchtvaartgroep en bij het inschrijven in het burgerluchtvaartprogramma van Airbus, waar het over 600 arbeidsplaatsen gaat. Dat zijn argumenten die zeker in aanmerking moeten worden genomen.
Ik pleit ervoor dat de regering niet uitstelt tot volgend jaar wat ze dit jaar kan beslissen en dat ze de nodige maatregelen terzake treft.
De voorzitter. Het woord is aan minister Poncelet.
De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. Mijnheer de voorzitter, Landsverdediging is bereid de helft van de kosten van de PLA te dekken. Vandaar de wil en de beslissing van de industriële partners om de andere helft zelf bij te dragen.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.