1-137

1-137

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 6 NOVEMBRE 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 6 NOVEMBER 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER D'HOOGHE AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN ECONOMIE EN TELECOMMUNICATIE OVER « HET COLLECTIEF ONTSLAG VAN DE RAAD VOOR DE MEDEDINGING »

QUESTION ORALE DE M. D'HOOGHE AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'ÉCONOMIE ET DES TÉLÉCOMMUNICATIONS SUR « LA DÉMISSION COLLECTIVE DU CONSEIL DE LA CONCURRENCE »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer D'Hooghe aan de vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie.

Het woord is aan de heer D'Hooghe.

De heer D'Hooghe (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, de senaatscommissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden vergaderde op 16 en 21 oktober jongstleden, met de problematiek van de wet op de mededinging aan de agenda. Uit de pers verneem ik dat 19 van de 24 leden van de Raad voor de Mededinging hun ontslag hebben ingediend bij de minister van Economie en Telecommunicatie. Hoewel ik in de commissie en in openbare vergadering op een spoedige aanpassing van de mededingingswet van 1991 heb aangedrongen hebben noch de vice-eerste minister, noch zijn kabinetschef over de ontstane impasse iets hierover aan de senatoren meegedeeld. Meer zelfs, tijdens de commissievergadering van 21 oktober werd mij gevraagd nog wat geduld te oefenen voor de behandeling van mijn wetsvoorstel, dat reeds in april werd ingediend.

Graag kreeg ik van de vice-eerste minister antwoord op volgende vragen : welke motieven had hij om de senaatscommissie de informatie te onthouden omtrent het collectief ontslag binnen de Raad voor de Mededinging ?

Welke initiatieven nam de vice-eerste minister om de impasse te doorbreken ? Diende hij al dan niet reeds een wetsontwerp in in de Kamer ?

Volgens bepaalde persberichten zou er een bemiddelaar zijn aangesteld. Klopt deze informatie ? Zo ja, wie neemt de taak op zich en welke criteria werden hierbij gehanteerd ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Di Rupo.

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie. ­ Mijnheer de voorzitter, in antwoord op de vraag van de heer D'Hooghe herinner ik in de eerste plaats aan de maatregelen die de voorbije maanden werden getroffen en aan deze die worden voorbereid om de werking van de Raad voor de Mededinging te verbeteren.

Zo werd door de Ministerraad van 27 september 1996 een wetsontwerp goedgekeurd dat de functie van voorzitter van de Raad voor de Mededinging voltijds maakt. De regering onderzoekt op het ogenblik het voorstel van de Raad voor de Mededinging om hetzelfde principe in te voeren voor andere leden van de raad. De raad zal over zijn eigen budgetten beschikken vanaf 1 januari 1998. Er worden bijkomende middelen uitgetrokken om het kader van de dienst voor de mededinging te versterken. Eerlang worden twee ontwerpen van koninklijk besluit ter verbetering van de samenwerking tussen de overheden bevoegd voor de medediging, die na een advies van de Raad van State nog werden gewijzigd, ter ondertekening aan het Staatshoofd voorgelegd. Bovendien heb ik mijn diensten opgedragen een voorontwerp van wet uit te werken ten einde de moeilijkheden bij de toepassing van de huidige wet op te lossen. De Raad voor de Mededinging werd van bij het begin op de hoogte gehouden van de overwegingen betreffende de wijziging van de wet van 5 augustus 1995.

Ce conseil ­ en particulier sa présidente ­ continue d'être associé à la phase de finalisation de l'avant-projet de loi que je présenterai au Conseil des ministres dans les toutes prochaines semaines.

Compte tenu des difficultés que je rencontre, j'ai demandé à M. Verougstraete, conseiller général à la Cour de cassation, de coordonner certains travaux. M. Verougstraete, qui est également l'ancien président du Conseil du contentieux économique, me remettra un rapport dans les semaines qui viennent.

Le 7 octobre 1997, la plupart des membres du Conseil de la concurrence, dont la présidente, ont effectivement décidé de présenter leur démission. L'ensemble des membres de ce conseil, démissionnaires ou non, continuent d'exercer leurs fonctions tant qu'il n'est pas pourvu aux remplacements. De mon côté, je tiens les démissions en suspens jusqu'à ce que le Conseil des ministres se prononce sur l'ensemble du dossier et que l'on puisse procéder aux remplacements qui s'imposent.

Je comprends l'impatience de certains mais, pour ma part, je suis optimiste quant à l'issue de ce dossier. Si tout le monde collabore, je pense que nous pourrons dégager une solution satisfaisante pour chacun ainsi que pour le secteur de la concurrence dans notre pays.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer D'Hooghe voor een repliek.

De heer D'Hooghe (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, ik dank de vice-eerste minister voor zijn antwoord. Het zou van meer elegantie getuigd hebben indien de vice-eerste minister deze uitleg in de commissie had verstrekt in plaats van pas te reageren nadat hierover berichten zijn verschenen in de pers en na deze mondelinge vraag.

In De Morgen van 31 oktober, las ik dat de vice-eerste minister van mening is dat de verbetering van de werking van de raad nog enige tijd kan aanslepen, omdat het Parlement nog een aantal wetten hieromtrent moet behandelen. Nochtans heeft de Senaat deze kwestie reeds in januari 1997 besproken en heb ikzelf in april van dit jaar een wetsvoorstel ingediend. De verklaring van de minister in De Morgen vind ik dan ook voor het Parlement ronduit beledigend.

M. le président. ­ La parole est à M. Di Rupo, vice-Premier ministre.

M. Di Rupo, vice-Premier ministre et ministre de l'Économie et des Télécommunications. ­ Monsieur le président, je comprends parfaitement la préoccupation de l'honorable membre. Je voudrais néanmoins le rassurer en lui affirmant que nous faisons le maximum pour atteindre un résultat satisfaisant dans les meilleurs délais.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.