1-131

1-131

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 17 JUILLET 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 17 JULI 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « DE KOSTPRIJS VAN DE NAVO-UITBREIDING VOOR BELGIË »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « LE COÛT DE L'ÉLARGISSEMENT DE L'O.T.A.N. POUR LA BELGIQUE »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de minister van Landsverdediging.

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, minister Poncelet luidde herhaaldelijk de noodklok over het onhoudbaar budgettair keurslijf dat hij bij zijn ambstaanvaarding erfde en wees tevens op de noodzaak van een financiële inhaalbeweging voor de begroting van Landsverdediging.

In Madrid volgden de NAVO-partners de directieven van president Clinton waarbij Polen, Hongarije en Tsjechië als nieuwe leden van het bondgenootschap werden vooropgesteld. Aan deze uitbreiding hangt een aanzienlijk prijskaartje vast en alhoewel de ramingen fors uiteenlopen zal ons land op jaarbasis enkele miljarden moeten ophoesten wanneer de drie nieuwe partners vanaf 1999 mogen toetreden. België is nu reeds geen al te beste NAVO-leerling en heeft last om zijn huidige verplichtingen na te komen. We moeten er ook rekening mee houden dat we de volgende jaren in een EMU-dwangbuis zullen zitten.

Daarom wilde ik de minister volgende vragen stellen. Hoe groot raamt de minister de bijkomende financiële inspanningen die Landsverdediging vanaf 1999 zal moeten doen ? Moeten deze inspanningen geheel of gedeeltelijk door de eigen begroting worden opgevangen ? Zo ja, welke gevolgen zal dit hebben voor het personeelsbeleid ? Zullen deze budgettaire inspanningen vertraging meebrengen bij het vervangen van onze verouderde wapensystemen ? Wij moeten hier immers rekening houden met middellange- en langetermijncontracten. Reeds lang stel ik vragen bij het contract voor het communicatiesysteem CCIS. Heeft men met de drie nieuwe partners rekening gehouden bij de standaardisatie van het materiaal of krijgen wij achteraf een bijkomende factuur ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan de minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de voorzitter, de NAVO-Top in Madrid van 8 en 9 juli jongstleden, die werd bijgewoond door de eerste minister en door de minister van Buitenlandse Zaken, gaf aanleiding tot een communiqué van de staatshoofden en regeringsleiders, waarin wordt erkend dat de NAVO-uitbreiding kosten met zich zal brengen.

Ik citeer : « Wij zijn ervan overtuigd ­ rekening gehouden met de huidige veiligheidsomgeving in Europa ­ dat de kosten voor de Alliantie gebonden aan de integratie van de nieuwe leden beheersbaar zijn en dat de nodige middelen om aan die kosten tegemoet te komen zullen voorzien worden. »

De concrete analyse van de kostenimplicaties wordt binnen de NAVO verder uitgewerkt. Het is op dit ogenblik dan ook niet mogelijk betrouwbare cijfers te verstrekken over bijkomende financiële inspanningen.

De NAVO-uitbreiding is een belangrijke beslissing van politieke en geostrategische aard. De inspanningen kunnen dus niet alleen door het budget van Landsverdediging worden gedragen.

Op het eerste gezicht zijn er geen gevolgen voor de personeelspolitiek.

Of de NAVO-uitbreiding aanleiding zal geven tot vertraging in het vervangen van de oude wapensystemen, hangt enerzijds af van de herziening van de prioriteiten op het vlak van de operationele behoeften die nationaal, maar ook in NAVO-verband moet worden gerealiseerd. Anderzijds is de evolutie van de beschikbare financiële middelen een van de belangrijke bepalende factoren. De veiligheid van de ingezette strijdkrachten en het vrijwaren van een adequate operationele capaciteit zullen in ieder geval steeds een prioriteit blijven. Dit geldt zowel voor de operaties in een multinationaal kader ­ NAVO, UNO, WEU of OVSE ­ als voor deze in een nationaal verband, zoals de operatie Greenstream .

Bij de aankoop van nieuw materieel wordt steeds rekening gehouden met de bestaande interoperabiliteit- of standaardisatievoorschriften.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord, dat mij gedeeltelijk heeft bevredigd, in die zin dat de kosten niet uitsluitend zullen worden gedragen door het budget van Landsverdediging.

Ik weet dat over de toetreding van de drie nieuwe partners pas in 1999 definitief zal worden beslist. Uit de verklaringen van onze eerste minister en van president Chirac blijkt duidelijk dat de meeste Europese partners voorstander zijn van een ruimere uitbreiding. De Amerikanen zijn op de rem gaan staan omdat de Rand Corporation , een zeer bekend instituut voor defensie, budgettaire ramingen naar voren heeft gebracht van 5 000 miljard frank over vijftien jaar. Iedereen weet dat de Amerikaanse senaat de uitbreiding moet goedkeuren en dat deze bang is van de budgettaire implicaties.

Ik ben al blij met het gedeeltelijk antwoord van de minister, dat er in bijkomende middelen moet worden voorzien buiten de begroting van Landsverdediging. Als een goede huisvader zou hij echter nu reeds een minimale raming moeten maken van de kostprijs vanaf 1999, rekening houdend met het « EMU-carcan », dat ook op onze begroting zal wegen.

De minister heeft verklaard dat hij voorstander is van de standaardisatie. In hoeverre zal deze standaardisatie ook op de nieuwe partners worden gericht ?

Ik heb dan nog een bijkomende vraag waarop de minister uiteraard schriftelijk kan beantwoorden.

Vreest de minister niet dat, rekening houdend met de concentratie van de bedrijven in Amerika die zich met landsverdediging en militaire bestellingen bezighouden, dat Europa op de duur uit de boot zal vallen ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de voorzitter, als de NAVO wordt uitgebreid, zal het Verdrag van Washington moeten worden aangepast. Daarover zal zowel in de Kamer als in de Senaat worden gedebatteerd. Ik ben er van overtuigd dat te gepasten tijde een antwoord zal worden gegeven op deze precieze vragen.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.