1-984/2

1-984/2

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

1 JULI 1998


Voorstel van bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad, van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap met andere ambten


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 2

Het eerste lid van de nieuw in te voegen § 2ter in artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 vervangen als volgt :

« § 2ter. ­ Het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad kan niet worden gecumuleerd met een bezoldigd uitvoerend mandaat. »

Verantwoording

Het lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad moet het grootste deel van zijn tijd kunnen besteden aan de uitoefening van zijn mandaat. Daarom moet hij beschikbaar zijn en mag hij niet opgeslorpt worden door andere uitvoerende mandaten, die evenzeer tijdsopslorpend zijn.

Bovendien moet worden vermeden dat bevoegdheden op verschillende echelons door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend.

Nr. 2 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 2

A) In het 2º van het tweede lid van de nieuw in te voegen § 2ter in artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 de woorden « of van de raad van bestuur » doen vervallen.

B) Het 3º van het tweede lid van de nieuw in te voegen § 2ter in artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 doen vervallen.

Verantwoording

Zelfde verantwoording als amendement nr. 1.

Nr. 3 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 2

De nieuw in te voegen § 2ter in artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aanvullen met een nieuw lid, luidende :

« Hetzelfde mandaat mag evenmin worden gecumuleerd met een lidmaatschap van een adviesorgaan waarvan de opdracht of een van de opdrachten erin bestaat advies te verstrekken aan een federale kamer, een gemeenschaps- of gewestraad, de verenigde vergadering of een van de taalgroepen bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, de federale regering of een of verscheidene van haar leden, een gewest- of gemeenschapsregering of een of verscheidene van haar leden, dan wel aan een van de artikel 60 van dezelfde bijzondere wet bedoelde colleges of een of verscheidene van zijn leden. »

Verantwoording

Dit amendement moet het voortaan onmogelijk maken dat een lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad tijdens de uitoefening van zijn mandaat in een adviesorgaan zetelt dat advies verstrekt aan een wetgevende vergadering of aan een regering. In de eerste plaats omdat hij op die manier advies verstrekt en krijgt, en anderzijds omdat op die manier een loopje wordt genomen met het principe van de scheiding der machten wanneer hij advies uitbrengt aan een regering.

Nr. 4 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 2

De nieuw in te voegen § 2ter in artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aanvullen met een nieuw lid, luidende :

« Hetzelfde mandaat mag evenmin worden gecumuleerd met het deel uitmaken van het bestuur of het deel hebben aan het beheer of toezicht op de volgende instellingen, verenigingen of vennootschappen :

­ instellingen van openbaar nut;

­ ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen;

­ werknemers- of werkgeversorganisaties, of organisaties die economische sectoren of vrije beroepen vertegenwoordigen;

­ beroepsordes;

­ Belgische of buitenlandse handelsvennootschappen met een omzet van meer dan een miljard frank bij het afsluiten van het boekjaar dat voorafgaat aan de verkiezing; de betrokkenen mogen die functie noch persoonlijk noch door een tussenpersoon uitoefenen;

­ Belgische of buitenlandse burgelijke vennootschappen met een vermogen van meer dan vijfhonderd miljoen op 31 december van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan dat van de verkiezing; de betrokkenen mogen die functie noch persoonlijk noch door een tussenpersoon uitoefenen.

De in de voorgaande leden vermelde bedragen worden aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe de onafhankelijkheid van de leden van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad ten opzichte van economische, sociale of corporatische instanties uit de privé-sector te verhogen. De verschillende raden moeten immers worden behoed voor het gevaar van vermenging van privé-belangen en het algemeen belang, vooral wanneer die een belangrijke financiële of maatschappelijke inzet hebben.

Dit geldt ook voor mandaten in instellingen van openbaar nut wanneer het lid niet optreedt als vertegenwoordiger van een overheid.

Nr. 5 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 3

Het in te voegen tweede lid in artikel 10bis van de wet van 31 augustus 1983 vervangen als volgt :

« Het mandaat van lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap kan niet worden gecumuleerd met een bezoldigd uitvoerend mandaat. »

Verantwoording

Het lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap moet het grootste deel van zijn tijd kunnen besteden aan de uitoefening van zijn mandaat. Daarom moet hij beschikbaar zijn en mag hij niet opgeslorpt worden door andere uitvoerende mandaten, die evenzeer tijdsopslorpend zijn.

Bovendien moet worden vermeden dat bevoegdheden op verschillende echelons door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend.

Nr. 6 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 3

A) In het 2º van het nieuw in te voegen derde lid in artikel 10bis van de wet van 31 december 1983 de woorden « of van de raad van bestuur » doen vervallen.

B) Het 3º van het nieuw in te voegen derde lid in artikel 10bis van de wet van 31 december 1983 doen vervallen.

Verantwoording

Zelfde verantwoording als amendement nr. 5.

Nr. 7 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 3

De toevoeging van artikel 10bis van de wet van 31 december 1983 aanvullen met een nieuw lid, luidende :

« Hetzelfde mandaat mag evenmin worden gecumuleerd met het deel uitmaken van het bestuur of het deel hebben aan het beheer of toezicht op de volgende instellingen, verenigingen of vennootschappen :

­ instellingen van openbaar nut;

­ ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen;

­ werknemers- of werkgeversorganisaties, of organisaties die economische sectoren of vrije beroepen vertegenwoordigen;

­ beroepsordes;

­ Belgische of buitenlandse handelsvennootschappen met een omzet van meer dan een miljard frank bij het afsluiten van het boekjaar dat voorafgaat aan de verkiezing; de betrokkenen mogen die functie noch persoonlijk noch door een tussenpersoon uitoefenen;

­ Belgische of buitenlandse burgelijke vennootschappen met een vermogen van meer dan vijfhonderd miljoen op 31 december van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan dat van de verkiezing; de betrokkenen mogen die functie noch persoonlijk noch door een tussenpersoon uitoefenen.

De in de voorgaande leden vermelde bedragen worden aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe de onafhankelijkheid van de leden van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad ten opzichte van economische, sociale of corporatische instanties uit de privé-sector te verhogen. De verschillende raden moeten immers worden behoed voor het gevaar van vermenging van privé-belangen en het algemeen belang, vooral wanneer die een belangrijke financiële of maatschappelijke inzet hebben.

Dit geldt ook voor mandaten in instellingen van openbaar nut wanneer het lid niet optreedt als vertegenwoordiger van een overheid.

Nr. 8 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 3

De toevoeging aan artikel 10bis van de wet van 31 december 1983 aanvullen met een nieuw lid, luidende :

« Hetzelfde mandaat mag evenmin worden gecumuleerd met een lidmaatschap van een adviesorgaan waarvan de opdracht of een van de opdrachten erin bestaat advies te verstrekken aan een federale Kamer, een gemeenschaps- of gewestraad, de verenigde vergadering of een van de taalgroepen bedoeld in de artikelen 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, de federale regering of een of verscheidene van haar leden, een gewest- of gemeenschapsregering of een of verscheidene van haar leden, dan wel aan een van de in artikel 60 van dezelfde bijzondere wet bedoelde colleges of een of verscheidene van zijn leden. »

Verantwoording

Dit amendement moet het voortaan onmogelijk maken dat een lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap tijdens de uitoefening van zijn mandaat in een adviesorgaan zetelt dat advies verstrekt aan een wetgevende vergadering of aan een regering. In de eerste plaats omdat hij op die manier advies verstrekt en krijgt, en anderzijds omdat op die manier een loopje wordt genomen met het principe van de scheiding der machten wanneer hij advies uitbrengt aan een regering.

Nr. 9 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 4

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Dit sluit aan bij vorige amendementen die het cumuleren tussen een mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad, van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap met een bezoldigd uitvoerend mandaat onmogelijk maken. Er moet dan ook geen financiële regeling worden uitgewerkt.

Nr. 10 VAN DE HEREN BOUTMANS EN DARAS

Art. 6

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Dit sluit aan bij het amendement dat voorstelt om artikel 4 te schrappen.

Eddy BOUTMANS.
José DARAS.

Nr. 11 VAN DE HEER ISTASSE

Art. 3bis (nieuw)

Een artikel 3bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 3bis. ­ Artikel 14 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd door de wet van 16 juli 1993, wordt aangevuld als volgt :

« Voor de toepassing van de regel bedoeld in § 1bis van dit artikel is het bedrag van de parlementaire vergoeding het bedrag van de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers. »

Verantwoording

Zoals ze nu geformuleerd is, wordt de financiële regeling tot beperking van de cumulatie van mandaten toegepast op de Duitstalige Gemeenschap, aangezien artikel 31ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 krachtens artikel 14 van de wet van 13 december 1983 van toepassing is op de leden van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap. De praktijk toont echter aan dat deze regel van financiële beperking moeilijk toe te passen is op de Duitstalige Gemeenschap omdat het bedrag van de vergoeding die aan de leden van deze raad toegekend wordt, heel wat lager ligt dan de vergoeding van de federale parlementsleden en dit wegens de bijzondere manier waarop het parlementaire ambt in deze raad opgevat wordt (de commissievergaderingen en de plenaire vergadering worden buiten de werkuren georganiseerd, de financiering van de fracties is beperkt). Indien men de regel toepast op de leden van de Raad van Duitstalige Gemeenschap, komt dit erop neer dat de financiële beperking verbonden is aan het bedrag van de vergoeding die aan het lid van deze raad toegekend wordt. Het amendement neemt het bedrag van de parlementaire vergoeding van de leden van de Kamer in aanmerking om de leden van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap die deze vergoeding ontvangen, niet te benadelen. Zonder dit amendement zouden de leden van deze raad gedwongen zijn hun activiteit buiten hun parlementair mandaat te beperken tot de helft van hun ­ vrij beperkte ­ eigen vergoeding.

Nr. 12 VAN DE HEER ISTASSE

Art. 4

Het tweede lid van de voorgestelde § 1bis vervangen als volgt :

« Voor de berekening van dat bedrag komen in aanmerking de vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van een openbaar mandaat, functie of ambt van politieke aard. »

Verantwoording

Deze formulering geeft beter de bedoeling van de indieners van het voorstel weer, namelijk de financiële beperking van de cumulatie niet toepassen op alle inkomsten die een vergoeding zijn van een beroepsactiviteit in de openbare of particuliere sector, maar alleen op de inkomsten voortvloeiende uit een openbaar mandaat of ambt van politieke aard. Volgens de huidige formulering zouden de inkomsten uit beroepsactiviteiten die men in de overheidssector uitoefent (hoogleraar aan de universiteit bijvoorbeeld) meegerekend worden voor de beperking van de vergoedingen terwijl beroepsactiviteiten in de particuliere sector erbuiten vallen.

De voorgestelde omschrijving gaat terug op een wettelijke regeling bepaald in artikel 293, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek (onverenigbaarheden die van toepassing zijn op de ambten van de rechterlijke orde).

Nr. 13 VAN DE HEER ISTASSE

Art. 4

In het eerste en het derde lid van de voorgestelde § 1bis de woorden « de verschotten » doen vervallen.

Verantwoording

In de toelichting bij het voorstel, waarover in de staten-generaal van de democratie een akkoord is bereikt, wordt uitdrukkelijk bepaald dat de financiële beperking niet van toepassing is op de vergoeding die de verkozene ontvangt om de reële of forfaitaire kosten te dekken die hij gemaakt heeft in de uitoefening van het ambt dat hij buiten zijn mandaat bekleedt. Het woord « verschotten » moet dus geschrapt worden, want de inhoud van deze term verwijst juist naar het begrip kostenvergoeding.

Jean-François ISTASSE.