1-987/5 | 1-987/5 |
14 JULI 1998
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In titel VIII « Rechtsgedingen » van de nieuwe gemeentewet wordt een artikel 271bis ingevoegd, luidende :
« Art. 271bis. Het orgaan van een gemeente waartegen een vordering tot schadevergoeding is ingesteld voor het burgerlijk gerecht of het strafgerecht, kan de Staat of de gemeente in het geding betrekken.
De Staat of de gemeente kunnen vrijwillig tussenkomen. »
Art. 3
In dezelfde titel van dezelfde wet wordt een artikel 271ter ingevoegd, luidende :
« Art. 271ter. Behalve in geval van herhaling is de gemeente burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de geldboeten waartoe haar organen veroordeeld zijn wegens een misdrijf die ze hebben begaan bij de uitoefening van hun ambt.
Het bedrag van de geldboete dat voor rekening van de gemeente komt, is beperkt tot 500 frank verhoogd met de opdeciemen als bepaald in de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, gewijzigd door de wet van 24 december 1993.
De regresvordering van de gemeente ten aanzien van haar veroordeeld orgaan is beperkt tot de gevallen van bedrog, zware schuld of lichte schuld die bij dit orgaan gewoonlijk voorkomen. »
Art. 4
Dezelfde wet wordt aangevuld met een titel XVI, met daarin een artikel 330, luidende :
« Titel XVI : De burgerlijke-aansprakelijkheidsverzekering van de steden en de gemeenten.
Art. 330. De stad of de gemeente moet een verzekering afsluiten om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die persoonlijk ten laste komt van haar organen bij de uitoefening van hun ambt.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van deze bepaling. »