1-123

1-123

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 26 JUIN 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 26 JUNI 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID EN PENSIOENEN OVER « DE RUZIE TUSSEN HORMONENSPEURDERS »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU MINISTRE DE LA SANTÉ PUBLIQUE ET DES PENSIONS SUR « LES CONFLITS QUI OPPOSENT LES DIVERS SERVICES CHARGÉS DES ENQUÊTES RELATIVES À L'UTILISATION D'HORMONES »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen.

Staatssecretaris Peeters antwoordt namens zijn collega.

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, in zijn jaarverslag klaagt de Nationale Hormonencel van het Centraal Bureau voor Opsporingen van de rijkswacht de slechte doorstroming van informatie afkomstig van andere diensten aan. Zo zou de gerechtelijke politie de cel enkel een informatierapport hebben bezorgd en geen enkel processtuk. Daarenboven zou de douane zich afzijdig houden omdat zij niet vermeld werd in de ministeriële beslissingen van 17 maart 1995 met het oog op de uitwerking van het integraal plan ter bestrijding van de hormonenmaffia na de moord op veearts Karel Van Noppen.

Ik stel vast dat de twee administraties waarvan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen de toeziende minister onder vuur worden genomen door de Nationale Hormonencel. Sommige verdachten zouden door het Instituut van de Veterinaire Keuring vlugger op de hoogte worden gebracht van een positief staal dan de hormonencel zelf. Bijgevolg is een gerichte controle bij de verdachte niet meer erg zinvol. De farmaceutische inspectie zou volgens sommigen aan het Centraal Bureau voor Opsporingen geen informatie doorgeven en zou zelfs niet in staat zijn de producten te vermelden die de veeteeltbedrijven volgens het koninklijk besluit van 12 april 1974 mogen verhandelen. Ik vind dit een laag bij de grondse beschuldiging en ik kan er moeilijk geloof aan hechten. Hoe dan ook « samen sterk » lijkt hier niet het credo te zijn.

Volgende vragen dringen zich dan ook op. Is de geuite kritiek terecht ? Zo ja, welke maatregelen zal de minister nemen voor de administraties waarvoor hij bevoegd is ? Zo neen, zal de minister aan mijn collega van Binnenlandse Zaken vragen een einde te maken aan deze speurdersoorlog ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan staatssecretaris Peeters.

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. ­ Mijnheer de voorzitter, de Nationale Hormonencel van het Centraal Bureau voor Opsporingen bij de rijkswacht is een dienst die niet actief is op het terrein. Haar voornaamste taken bestaan uit het centraliseren van alle beschikbare gegevens over hormonenmisdrijven, steun aan de diverse inspectiediensten en parketten door de verbetering van materiedeskundigheid, van criminele analyse en dergelijke en het plannen van gerichte controles.

Het Instituut voor Veterinaire Keuring beschikt over een procedure voor gerichte controles bij positieve bevindingen in het slachthuis. De Cel Residuen op het hoofdbestuur in Brussel wordt door het labo op de hoogte gebracht van het analyseresultaat. Dit gebeurt voor de verwittiging van de betrokken inspecteur. De Cel Residuen analyseert de labo-uitslag.

Wanneer uit de analyse van de residuen blijkt dat de teruggevonden producten niet op het vetmestingsbedrijf voor handen zijn, wordt de procedure van bekendmaking aan de betrokkenen opgestart. Aangezien hierbij toch niet onmiddellijk een gerichte bedrijfscontrole zal plaatsvinden is het mogelijk dat het Centraal Bureau voor Opsporingen pas enkele dagen later op de hoogte wordt gebracht van de positieve uitslag.

Wanneer daar producten bij zijn waarvan er een redelijke kans bestaat dat ze ook op het vetmestingsbedrijf kunnen worden teruggevonden, wordt een gericht bedrijfsbezoek gepland.

De planning van deze gerichte bedrijfscontrole gebeurt door de verbindingsofficier van het IVK bij het CBO ­ in overleg met het CBO en met Landbouw ­ en wordt meestal dezelfde dag uitgevoerd, of hoogstens de dag erna. Bij deze controle wordt aan het IVK steun verleend door de rijkswacht voor de ordehandhaving en door het ministerie van Landbouw voor de identificatie. Het IVK stelt de processen-verbaal op.

In afwachting van deze gerichte controle worden noch de vetmester noch de eigenaar in het slachthuis op de hoogte gebracht van deze positieve uitslag. De bekendmaking per staatstelegram gebeurt wel onmiddellijk nadat de gerichte bedrijfscontrole heeft plaats gehad.

Met betrekking tot de beweerde slechte informatiestroom moet worden gezegd dat alle resultaten van alle controles aan het CBO worden gezonden. Het IVK heeft dan ook enkele weken geleden aan de commandant van de rijkswacht om opheldering gevraagd, maar het heeft nog geen antwoord gekregen.

Inzake de samenwerking tussen de algemene farmaceutische inspectie en de rijkswacht moet erop worden gewezen dat een lid van deze inspectiedienst eveneens is aangewezen als liaisonofficier bij het Centraal Bureau voor Opsporingen bij de rijkswacht. Door de farmaceutische inspectie werden, in samenwerking met de rijkswacht, reeds talrijke onderzoeken uitgevoerd bij apothekers en dierenartsen. De farmaceutische inspectie is bovendien steeds bereid geweest om de informatie waarvan in het jaarverslag gewag wordt gemaakt, aan de rijkswacht mee te delen.

Indien het CBO van oordeel is dat er door de farmaceutische inspectie onvoldoende informatie wordt verstrekt, komt dat waarschijnlijk omdat de processen-verbaal die door de farmaceutische inspecteurs bij een onderzoek worden opgesteld, zoals gebruikelijk is, rechtstreeks aan de parketmagistraat worden gestuurd.

Het is in principe de taak van het parket om, indien nodig, andere diensten bij het onderzoek te betrekken. Aangezien de parketten dit blijkbaar niet systematisch doen, zal ik in het kader van de nieuwe maatregelen de algemene farmaceutische inspectie verzoeken het CBO een kopie van alle relevante processen-verbaal te laten geworden.

Teneinde de samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen de verschillende inspectiediensten te optimaliseren, werd op de vergadering van de Ministerraad van 20 juni 1997 beslist de Nationale Hormonencel bij het CBO van de rijkswacht om te vormen tot een multidisciplinaire hormonencel, samengesteld uit voltijdse vertegenwoordigers van de verschillende bevoegde inspectie- en politiediensten.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, ik dank de staatssecretaris voor het antwoord dat hij mij namens de minister van Volksgezondheid heeft gegeven. Ik weet dat hij in het verleden erg veel interesse getoond heeft voor deze materie.

Ik moet de staatssecretaris er evenwel op wijzen dat de beslissing van de Ministerraad van 20 juni jongstleden waarschijnlijk niet veel aarde aan de dijk zal brengen. Uit het antwoord blijkt dat er reeds verschillende verbindingsofficieren op het terrein zijn. Volgens mij situeert het probleem zich vooral op het maatschappelijke vlak. Ik betreur nogmaals dat het overheidsmanagement op het terrein zelf nog altijd faalt, ondanks de ministeriële beslissing van 17 maart 1995 ter vorming van een integraal plan ter bestrijding van de hormonenmaffia. Indien de coördinatie beter verliep, zouden wij in het verslag van de Nationale Hormonencel bij het CBO dergelijke kritieken niet meer terugvinden.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.