1-41 | 1-41 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 4 AVRIL 1996 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 4 APRIL 1996 |
De Voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Vandenbroeke aan de minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen over « de reglementering van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van belastingconsulent ».
Het woord is aan de heer Vandenbroeke.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de Voorzitter, heel wat senatoren werden de voorbije dagen en weken overstelpt met vragen over een mogelijke erkenning van het beroep van belastingconsulent. Ook in de media ging er nogal wat aandacht naar dit onderwerp.
Bij mijn weten wordt fiscale dienstverlening in geen enkel land van de Europese Unie als een apart en volwaardig beroep beschouwd. Meestal wordt deze ondergebracht bij andere beroepen, zoals boekhouders, accountants, bedrijfsrevisoren, advocaten en notarissen. In de praktijk is het trouwens zeer moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, om op een verantwoorde manier een onderscheid te maken tussen boekhoudkundige en fiscale dienstverlening.
In België zijn er reeds drie specifieke instituten in deze branche actief, namelijk het Instituut der bedrijfsrevisoren, het Instituut der accountants en het Beroepsinstituut van boekhouders. Aan hun professionele manier van werken valt geenszins te twijfelen. Een supplementaire regeling voor deze specifieke arbeidsmarkt lijkt mij dan ook totaal overbodig.
Daarom kreeg ik van de minister graag een antwoord op volgende vragen. Klopt het dat, naast de bestaande instituten, de oprichting van een vierde instituut in overweging wordt genomen, enkel en alleen voor zelfstandige belastingconsulenten ? Zo ja, op grond van welke criteria verantwoordt de minister deze oprichting ? Houdt een dergelijke overregulering geen risico's in voor een ontwrichting van de arbeidsmarkt ?
De Voorzitter. Het woord is aan minister Pinxten.
De heer Pinxten, minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen. Mijnheer de Voorzitter, op 8 maart 1996 is het verzoekschrift tot reglementering van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van belastingconsulent in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Zoals bekend bestaat hieromtrent ook een breedvoerige overleg- en consultatieprocedure. Daardoor kunnen onder meer alle belanghebbenden binnen een periode van dertig dagen, die op het ogenblik nog steeds lopende is, hun opmerkingen in verband met het gepubliceerde verzoekschrift aan mijn departement bezorgen. Zoals de wet-Verhaeghen voorschrijft, zal dit verzoekschrift nadien trouwens ook nog voor advies voorgelegd worden aan de Hoge Raad voor de middenstand.
Naast deze wettelijke adviesprocedure heb ik ook een werkgroep geïnstalleerd onder leiding van professor Koen Geens. Deze werkgroep zal dit dossier bestuderen en mij op die basis aanvullende informatie verstrekken. Actoren uit de verschillende beroepscategorieën die de heer Vandenbroeke in zijn vraag heeft vermeld, maken deel uit van de werkgroep, die verder ook belast is met de eventuele voorbereiding van de specifieke regels waarbinnen de belastingconsulenten in de toekomst kunnen werken. De bedoeling is om op die manier de consument de nodige kwaliteitsgaranties te bieden, die des te meer nodig zijn aangezien de fiscale materie een uitermate complexe materie is. De lopende adviesprocedure inzake de belastingconsulenten is dan ook een ideale gelegenheid om ter zake duidelijkheid te scheppen, weliswaar rekening houdend met alle elementen van het dossier en met wat de heer Vandenbroeke het gevaar van overreglementering noemt.
Tenslotte meen ik dat wij er goed aan doen de lopende adviesprocedure, waarvan ik u de verschillende stappen heb geschetst, niet te doorkruisen. Ik vraag de heer Vandenbroeke dan ook nog enig geduld uit te oefenen tot er concrete voorstellen zijn uitgewerkt. Op dat ogenblik zal zeker de mogelijkheid bestaan om daarover van gedachten te wisselen.
De Voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.